Zuster Lea moest onveilig Congo verlaten, maar gaat straks opnieuw: ‘Er is iets dat me terugstuurt’
Dit interview maakt deel uit van een reeks missionaire getuigenissen. Interview en beeldmateriaal werden gerealiseerd door Missio.
Vanuit welke inspiratie ben je missiezuster geworden?
Heel eenvoudig vanuit de concrete realiteit in mijn leven. Toen ik mijn vader vertelde dat ik religieuze wilde worden bij de Heilige-Familie was zijn reactie: ‘Goed, maar je gaat niet ver, hé!’ Ik zei; ‘Nee, hoor!’, want mijn hart zei me ook niet dat te doen: Tielt, West-Vlaanderen, zelfs wat verder in Brussel was prima voor mij… en voor hem.
Ik gaf 25 jaar les in Tielt en daarna voelde ik me wat moe. En precies toen kwam er een vraag van onze Congolese zusters voor een nieuwe stichting in een nieuw land, want we hadden al veel Afrikaanse zusters. En er was een Congolese missionaris in Kameroen die vroeg om zusters van de Heilige-Familie. ‘Er is daar zoveel te doen,’ had hij gezegd.
We gingen naar het uiterste noorden van Kameroen voor een internationale communiteit : Anuarite van Congo, Odilia van Guatemala en ikzelf, na lang aarzelen.
Ik heb altijd bewondering gehad voor de jonge zusters die de roep voor de Missie meteen herkenden en er vol enthousiasme over vertelden. Ik had dat niet als jonge zuster, maar, aangemoedigd door onder andere een medezuster met jaren Missie-ervaring durfde ik het aan.. En zo er begon een nieuw, een’ tweede’ leven voor mij in Nguetchewe. Ik had het soms zelfs over ‘mijn vorig leven’.
Van meet af aan voelde ik dat het goed was. Ik beweer niet dat er geen moeilijkheden waren, onder andere voor de samenwerking binnen de parochie-equipe. Maar we zetten er ons samen in voor onderwijs in een klein basisschooltje dat uitgroeide tot een vrij grote school dankzij de steun van velen. Daarnaast begon Anuarite, verpleegster, met de zorg voor zieken in een klein verpleegkamertje dat, dankzij de inzet van de plaatselijke bevolking, zowel katholieken als moslims en nog anderen, en ook met externe steun uitgroeide tot een heus dispensarium.
We zetten ook de gezinspastoraal en de catechese als voorbereiding op doopsel en vormsel verder, animeerden jongerengroepen. Het liep niet altijd even vlot, maar dat verhinderde ons niet te doen wat we als religieuzen zinvol en bemoedigend vonden. Een mooie tijd, 19 jaar lang. Maar toen kwam Boko Haram. We werden bedreigd, er werden missionarissen gekidnapt. Dit noopte er ons toe Kameroen te verlaten: de twee communiteiten die we er toen al hadden, wachten op de mogelijkheid er terug te keren, maar die is er na 10 jaar nog niet. Ik keerde terug naar België.
Ik vertrok voor een zogenaamde inleefperiode, maar als snel kwam mijn antwoord: ‘Dat is het! Ik wil hier graag blijven.’
En daarna?
Er volgde al snel een tweede uitdaging. Onze Algemeen Overste sprak me over Congo en Rwanda: ‘We hebben er verschillende gemeenschappen. Bezoek ze, met hun activiteiten en dan zien we wel.’ Ik ben nog altijd bijzonder dankbaar voor dat voorstel. Ik vertrok voor een zogenaamde inleefperiode, maar als snel kwam mijn antwoord: ‘Dat is het! Ik wil hier graag blijven.’
Ik ben nu 10 jaar in Bukavu, DRC. Ik gaf er 9 jaar les, godsdienst, iets wat ik voordien nog niet gedaan had, in de vijf klassen laatstejaars secundair onderwijs. Ik was blij dat we het nu “direct” over God en gelovige inzet konden hebben en het was goed. Maar… tegelijkertijd en ook achteraf stelde ik vast dat ondanks het gebruik van dezelfde woorden en de goede verstandhouding we elkaar toch niet helemaal begrepen. Hun vroegere Godsbeeld bleef zo sterk aanwezig in doen en denken. Maar het bleef voor mij een positieve ervaring.
Na 9 jaar lesgeven, kreeg ik een taak in de bibliotheek van de school, waar ik op een andere manier contact heb met leerkrachten en met leerlingen. Het is een fijne samenwerking met de ‘echte’ bibliothecaris van de school. Ik vind het interessant en zinvol!
Ze mogen ons alles blijven afpakken : onze coltan, kobalt, goud, diamant, enz., wij hebben er toch nooit van kunnen profiteren, maar dat ze ons vrede geven zodat we kunnen werken en leven, LEVEN!
Congolese medezuster
Hoe beleef je de situatie nu?
Ik keerde begin februari terug naar België omwille van de onveilige situatie in Bukavu. In de gemeenschap in Tielt waar ik voorlopig verblijf, hebben we twee Congolese zusters. Een is er al drie jaar, de andere een. Zij houden me mee op de hoogte van de situatie aldaar. De streek is er nog altijd bezet door de M23-rebellen. We krijgen veel betrouwbare informatie van hun familie in Bukavu en Goma. Gelukkig bleef communicatie per mail of telefoon (whatsapp) altijd mogelijk en blijf ik contact houden met mijn collega’s en met mijn medezusters.
Noord- en Zuid-Kivu zijn grotendeels in handen van de M23. De Wazalendo (verschillende gewapende groepen die het tegen de M23 opnemen) , staan machteloos tegenover de M23. Er zijn wel nog kleine opstanden tussen beide groepen, vooral in het binnenland. Dat leidt op vele plekken tot banditisme en plunderingen. In de stad is de stuatie veiliger. In het binnenland heeft de M23 meer vrij spel.
Confrontaties en wanorde zullen nooit eindigen als er o.a. geen officiële overeenkomst is tussen Congo en Rwanda, die dan ook effectief gerespecteerd wordt.
Mijn Congolese medezuster hier zegt me: Ze mogen ons alles blijven afpakken : onze coltan, kobalt, goud, diamant, enz., wij hebben er toch nooit van kunnen profiteren, maar dat ze ons vrede geven zodat we kunnen werken en leven, LEVEN!
Beïnvloedt dat uw leven nog?
Sedert begin februari ben ik terug in België. Ik volg de situatie ginder en ik heb steeds meer bewondering voor veel Congolezen, in het bijzonder voor mijn medezusters, die doorgaan met lesgeven, wat in de stad mogelijk blijft. In het binnenland is dat veel moeilijker. Zo konden in de steden staatsexamens worden georganiseerd voor de laatstejaars, tot verwondering van velen. Deze examens zijn nodig om te kunnen verder studeren of om ‘eventueel’ een job te vinden. Ook in Burundi en Tanzania, waar vele Congolese vluchtelingen uit Bukavu en Goma verblijven, zijn die examens georganiseerd. Maar in onze dorpen zijn er veel scholen waar er door de onveiligheid het hele jaar geen les gegeven werd. Daar is het dus voor de kinderen en jongeren een ramp.
Wat treft u hier in België?
De rust en de vrijheid om te gaan waar je wilt zonder schrik te hebben. In Congo hebben de zusters al bij al nog geluk gehad, maar ze sliepen toch soms onder hun bed. En dan is er hier de overvloed (maar ik mag niet veralgemenen), veel meer dan een mens nodig heeft ... met ook veel verspilling als gevolg! Honger hebben, kinderen hebben aan wie je onvoldoende voedsel kunt geven ...
Als ik contact heb met collega’s in Bukavu en ik vraag hoe het gaat, dan hoor ik: ‘Goed, we leven nog…’ of ‘Goed, we ademen nog…’ Daar word je stil bij. Onze leerkrachten zijn al lang niet meer betaald. Bij ons in Bukavu krijgen de leerkrachten de helft van hun loon van de overheid — dat niet komt, omdat de banken niet werken. Het andere deel betalen de ouders en dat komt ook niet, want ze hebben niets meer. Hier in België leven de allermeesten toch in een echte luxe!
Op 10 augustus ga ik terug. Ik kan hier ook nog veel doen, hoor ik zeggen en dat is juist natuurlijk, maar er is iets in me dat me terugstuurt. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar misschien kan ik het de inspiratie van de Geest of de Voorzienigheid noemen, die me al zo vaak geleid heeft! Dat is mijn overtuiging, vanuit mijn concrete ervaringen!








