Missionaris zr. Camilla Ver Eecke: "Ereteken erkenning voor iedereen die project in Kisenso steunt"
Wie is zuster Camilla Ver Eecke?Zuster Camilla Ver Eecke (87 jaar) is Zuster van het Geloof (Tielt). Zij is de enige en laatste actieve missionaris van deze congregatie en werkt op de parochie Saint-Etienne in Kisenso, een achterbuurt van de Congolese hoofdstad Kinshasa. Ze is al sinds 12 oktober 1969 missionaris, aanvankelijk op de militaire basis van Kitona, maar vanaf 1988 in Kisenso. Op 11 april 2026 werd zij ridder in de Leopoldsorde. |
Je zet je al jaren in voor armen, zieken en kwetsbare mensen in Kisenso. Hoe ben je daar ooit terechtgekomen en wat heeft je ertoe gebracht om je net voor hen in te zetten?
Zuster Camilla • Vanuit de congregatie werd ik gezonden naar deze parochie in Kisenso. Ik leerde er al snel de families kennen en zij leerden ook mij kennen. Na een tijdje kwamen zij zelf bij mij hulp vragen voor hun problemen. Een van die problemen is het tekort aan medisch materiaal en geneesmiddelen.
Daarvoor kwam hulp uit de hoek van dokter Declercq uit Wingene, die gestart was met een programma voor medische hulp aan patiënten die lijden aan suikerziekte. Bij haar kon ik materiaal bekomen, zodat zorgkundigen mensen met wonden ter plaatse konden verzorgen.
Nadien gaf deze dokter mij ook een adres waar ik mocht aankloppen. Zo kwam ik terecht bij een ngo die ons tot op vandaag elke maand wat voedsel geeft, zodat we in elk van de 35 wijken drie volwassenen en een kind wat voedsel kunnen geven. Daarnaast kunnen we ook wat poedermelk en suiker geven aan zieken en bejaarden.
Naast deze beperkte bedeling van hulpmiddelen, dragen we ook zorg voor 125 mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ook zij hebben te weinig voedsel. Bovendien is de medicatie, die zeer duur is, voor deze mensen heel moeilijk te verkrijgen. Het blijft dus een uitdaging om zo veel mogelijk mensen te kunnen helpen.
Wanneer heb je het gevoel: hier maken we echt een verschil?
Zuster Camilla • Hoe wij écht een verschil maken? Dat gebeurt op veel manieren. Aan mijn medewerkers heb ik bijvoorbeeld geleerd om eerst en vooral zuinig te zijn, om planmatig te werken en vooral om geen onderscheid te maken tussen de verschillende stammen.
Van die medewerkers zijn er twee grote groepen: ten eerste zijn er de mensen van de ‘Caritas’, een lekenbeweging met voornamelijk vrouwen die zich inzetten voor de noden van de mensen in die 35 wijken. Wat ze zelf kunnen oplossen, doen ze ook zelf. Waar ze geen hulp kunnen bieden, leggen ze dit voor aan een comité, waarvan ik ook deel uitmaak. Dit comité zoekt naar een oplossing met de middelen die op dat moment voorhanden zijn.
Ten tweede is er de groep ‘Bon Samaritain’, die bestaat vooral uit jongeren die zich, vanuit hun katholiek geloof, engageren om hun medemensen in nood te helpen. Zij werken hiervoor meestal samen met de mensen van de ‘Caritas’-groep. Ook zij maken een verschil. We zijn tevens dankbaar voor de Congolese dokter en apotheker die ons gratis helpen en voor de mensen die ons steunen vanuit België en andere landen.
De studenten kunnen de leerboeken in de bibliotheek gebruiken en daarvoor zijn ze enorm dankbaar. Studenten ondersteunen schept toekomstperspectief.
Is er een ontmoeting met een persoon die jou in het bijzonder is bijgebleven?
Zuster Camilla • Heel wat verhalen blijven mij zeker bij:
- Een jongen, die ondertussen afgestudeerd is aan de universiteit, kwam mij bedanken voor een boek dat ik vroeger voor hem had gekocht.
- Een meisje, momenteel universiteitsstudente in het derde jaar, kwam mij bedanken omdat ik haar vroeger naar de alfabetiseringslessen had gestuurd tijdens de voorbereiding van haar eerste communie.
- Een jongetje volgde drie jaar alfabetiseringslessen, maar slaagde er niet in te lezen en te schrijven. In het vierde jaar is het echter wel gelukt: hij had een positief resultaat en kwam zo verder in het leven. Dat is dus toch hoopgevend!
- Nog een ander feit: bij een schietpartij in het dorp heeft een student mij begeleid tot ik terug thuis was.
- Een jonge chauffeur, die mij als jonge student in de leeszaal gekend heeft, roept in de stad vanuit zijn auto naar mij.
Welke rol speelt jouw geloof in de dagelijkse inzet?
Zuster Camilla • Zonder een vast gebedsprogramma is het allemaal niet mogelijk. Ik sta wat vroeger op om de eucharistieviering voor te bereiden, te mediteren in stilte, zonder de paternoster te vergeten. Daarna bidden we samen het breviergebed. Dan ben ik klaar om, met de hulp van de Heer, naar de mensen te luisteren en hen te helpen.
Wat heb je van de mensen van Kisenso geleerd?
Zuster Camilla • Ze hebben me veel geleerd. Ik noem er enkele:
- Ik leerde steeds met veel geduld te luisteren naar hen, want de problemen die ze willen voorleggen, zitten verweven in een lang, complex verhaal.
- Ik leerde de moed niet te verliezen bij onoplosbare problemen.
- Ik leerde mezelf op te offeren voor anderen, net als zij dat doen, ondanks de wraakroepende armoede.
- Ik leerde dat je in daden veel dankbaarheid kunt tonen.
Je vertrekt binnenkort terug naar Congo. Wat maakt dat je, na al die jaren, nog altijd terug wil gaan?
Zuster Camilla • De hele caritatieve werking rust op mijn verantwoordelijkheid. Ik heb nog de gezondheid en de kracht om dit te leiden. Kan ik dan ‘neen’ zeggen aan de Heer die mij draagt? Ik hoop stellig dat door onze werking de samenhorigheid onder de verschillende stammen mag groeien, zodat ze bekwaam zijn hun recht van leven op te eisen.
Als je terugkijkt op jouw missionarisleven tot nu toe: wat betekent ‘missie’ vandaag?
Zuster Camilla • Voor mij is missie: in woord en daad zorgen voor de minstbedeelden in de gemeenschap. Daarvoor moet je hun taal spreken, hen bezoeken en met hen verderleven mee met Jezus én zoals Jezus ons dit heeft voorgedaan. Sinds mijn professie richt ik mijn leven op deze twee teksten van het Nieuwe Testament:
- ‘Het hooglied van de liefde’ (1 Kor 13,1-7)
- ‘Ik ben de ware wijnstok’ (Jo 15,1-17)
Dat steeds dieper beleven is mijn missie tot op vandaag.


