Zoals paus Franciscus het droomde en twee missionarissen het bij ons ervaren: “Kerk is missie”
Verslag door Tom Heylen, coördinator voor Missio in Vlaanderen
Théogène Havugimana, directeur van Missio België neemt ons mee in een reis doorheen de kijk van wijlen paus Franciscus over hoe hij droomde over de Kerk van morgen. De visie van paus Franciscus op een missionaire Kerk wordt gekenmerkt door ontmoeting, getuigenis en dienst. Centraal staat zijn overtuiging dat de Kerk wezenlijk missionair is: zij bestaat om het Evangelie te verkondigen. Deze zending vloeit voort uit een persoonlijke ontmoeting met Christus, die gelovigen aanzet tot getuigenis in woord en daad. Evangelisatie is volgens Franciscus geen bijkomende activiteit, maar de kern van het Kerk-zijn.
Geen strikte regels, wel levende relatie
Een sleutelbegrip is de ‘cultuur van ontmoeting’. Geloof begint niet met regels, maar met een levende relatie met Christus, die zich vertaalt in nabijheid, luisteren en mededogen. De Kerk moet daarom aanwezig zijn in het concrete leven van mensen, vooral bij de armen en uitgeslotenen.
Franciscus benadrukt dat vernieuwing enkel mogelijk is via ‘missionaire bekering’: een diepgaande innerlijke en structurele verandering. De Kerk mag niet vasthouden aan routines of zelfbehoud, maar moet zich voortdurend hervormen in functie van haar zending. Dit vraagt een terugkeer naar de bron van het geloof en een openheid voor nieuwe vormen van evangelisatie.
Iedereen missionaris
Een belangrijk accent is dat elke gelovige missionaris is. Missie is niet enkel voor specialisten, maar een opdracht voor alle gedoopten, in hun dagelijks leven. Zowel individueel als gemeenschappelijk dragen zij verantwoordelijkheid voor de verkondiging en voor engagement in de samenleving, met aandacht voor rechtvaardigheid en solidariteit.
Daarnaast roept Franciscus de Kerk op om ‘naar de periferieën’ te gaan: niet alleen geografisch, maar ook existentieel, waar mensen lijden onder armoede, uitsluiting of zinloosheid. De Kerk moet haar comfortzone verlaten en aanwezig zijn waar nood is, ook in nieuwe contexten zoals de digitale wereld.
Ten slotte vormt synodaliteit – samen op weg gaan – de kern van zijn visie op Kerk-zijn. Het betekent dat alle gelovigen luisteren naar elkaar en gezamenlijk onderscheiden hoe zij de missie vandaag vormgeven. Missie is niet enkel iets wat de Kerk doet, maar wat zij is. De toekomst van de Kerk hangt daarom af van haar vermogen om tegelijk missionair en synodaal te zijn.
Samengevat legt Franciscus drie accenten: de missionaire identiteit van de Kerk, de nood aan voortdurende bekering en de synodale weg als vorm van vernieuwing.
Théogène Havugimana
Wat God wil, is goed
Er volgden twee getuigenissen van missionarissen in België.
Zuster Nathalie Nkalamo Mumba, zuster van Don Bosco komt uit de Democratische Republiek Congo en is nu tien jaar in België. Ze is vandaag parochieassistente in de pastorale eenheid Sint-Donatianus in Brugge en werkt mee in De Wijngaard, een liturgisch centrum in Brugge. Maar hoe voelt ze zich hier in België?
Zuster Nathalie beleeft haar missionaire roeping niet als een persoonlijke keuze, maar als een antwoord op een zending die haar werd toevertrouwd. Aanvankelijk wilde zij zelf geen missionaris worden, maar vanuit gehoorzaamheid en vertrouwen in Gods wil aanvaardde zij haar zending naar België. Haar vertrek steunde op een diep geloof: wat God wil, is uiteindelijk goed.
Haar missionaris-zijn groeide gaandeweg. Ze begrijpt haar roeping vooral vanuit het doopsel en vormsel: elke christen is gezonden om missionair te leven. Geïnspireerd door paus Franciscus ziet zij missie als ‘eropuit gaan naar de mensen’ en tegelijk als een proces van innerlijke verandering, waarbij zij haar eigen mentaliteit moet aanpassen.
Een belangrijk aspect van haar ervaring is de confrontatie met culturele verschillen. Ze moest wennen aan taal, klimaat, omgangsvormen en kerkbeleving. Deze aanpassing vraagt nederigheid en leerbereidheid. Tegelijk ontdekte ze dat haar oorspronkelijke beeld van België niet klopte: ook hier bestaat armoede en kwetsbaarheid.
Nabijheid en dienstbaarheid
Concreet krijgt haar missie vorm in nabijheid en dienstbaarheid. Ze leeft en werkt samen met kwetsbare vrouwen en kinderen, zonder onderscheid te maken tussen ‘helper’ en ‘geholpene’. Door samen te leven, te luisteren en aanwezig te zijn, probeert ze mensen te ondersteunen en perspectief te bieden. Daarnaast zet ze zich in voor gezinnen en jongeren, onder meer via ontmoetingsmomenten, spelactiviteiten en vrijwilligerswerk, ook in kwetsbare contexten zoals vluchtelingenkampen.
Haar missionaire stijl omschrijft ze als ‘presentie-apostolaat’: aanwezig zijn, luisteren, tijd nemen en ruimte scheppen voor ontmoeting, ook in kleine dingen zoals een gesprek of een warm onthaal. Evangelisatie gebeurt niet opdringerig, maar via getuigenis en relaties.
Spiritualiteit vormt haar fundament. In gebed vindt ze kracht en richting. Ze blijft zichzelf zien als iemand onderweg, die groeit in haar roeping en zich laat leiden door de Geest, ondanks moeilijkheden.
Eigenlijk beleeft zuster Nathalie haar missionaris-zijn als een weg van gehoorzaamheid, innerlijke bekering, culturele aanpassing, concrete dienstbaarheid en diepe verbondenheid met mensen, gedragen door geloof en gebed.
Pater Simon Edward Nongrum is geboren en getogen in Shillong, Noord-Oost-India. Een ongekende streek voor vele mensen, zelfs voor vele Indiërs. Zelfs in India vragen ze hem waar Shillong ligt. Het is een heel christelijk gebied met bijna 3 miljoen inwoners waarvan 80% christenen. Het is er totaal anders dan in Kerela, in het Zuiden van India. Daar wonen 33 miljoen inwoners waarvan er misschien 2% christenen zijn. Hij werd salesiaan en is naar Oostende gezonden.
Is Belg rijk, slim en ongelovig?
Pater Simon beleeft zijn roeping als missionaris in de eerste plaats vanuit gehoorzaamheid, eenvoud en geloof. Oorspronkelijk droomde hij ervan missionaris te worden in Afrika of Latijns-Amerika, maar tegen zijn verwachtingen in werd hij naar Europa gestuurd. Die zending ging gepaard met angst en onzekerheid: hij dacht dat Europa niet meer gelovig was, dat hij als arme weinig te bieden had, en dat hij intellectueel niet zou meekunnen.
Eenmaal in België ontdekte hij een andere realiteit. Hoewel kerken leeglopen, ervaart hij dat geloof nog aanwezig is, zij het minder zichtbaar. Tegelijk werd hij geconfronteerd met armoede en kwetsbaarheid, ook in een welvarende context. In zijn werk met jongeren in Oostende ontmoet hij concreet sociale noden, zoals armoede en zelfs analfabetisme. Zijn missionaris-zijn krijgt daar vorm door nabijheid en engagement met deze mensen.
Lege handen
Kenmerkend voor zijn ervaring is dat hij zichzelf ziet als een missionaris ‘met lege handen’. In tegenstelling tot vroegere Europese missionarissen, die vaak materiële middelen en kennis meebrachten, voelt hij dat hij vooral zijn geloof aanbiedt. Dat maakt zijn positie kwetsbaarder: hij ervaart dat aanvaarding tijd vraagt en afhankelijk is van integratie, taalverwerving en begrip van de cultuur.
Zijn missie bestaat dus niet in ‘geven vanuit overvloed’, maar in aanwezig zijn, luisteren, meeleven en stap voor stap relaties opbouwen. Hij ontdekt dat missionaris-zijn ook betekent: zichzelf aanpassen, leren en groeien binnen een andere context.
Tegelijk ervaart hij diepe dankbaarheid. Hij ziet zijn aanwezigheid hier als een teken van wederkerigheid: waar vroeger Europese missionarissen zijn regio in India hielpen opbouwen, komt hij nu naar Europa om bij te dragen. Zijn missionaire identiteit wordt zo gekenmerkt door nederigheid, wederkerigheid en trouw aan zijn roeping, ondanks moeilijkheden.