Homilie op de 1ste zondag van de 40dagentijd 2022
1ste zondag veertigdagentijd (C-jaar)
Defintieve naamopgave catechumenen
6 maart 2022
Inleiding
Zusters en broeders, welkom in deze viering. Bijzonder welkom aan onze catechumenen die zich voorbereiden op het doopsel, vormsel en eerste communie.
Sinds woensdag zijn we in de veertigdagentijd. Eigenlijk is dat het eerste deel van de paascyclus, die eindigt op Pinksteren. De vastentijd is de onmiddellijke voorbereidingsperiode van Pasen. Het paaslicht schijnt er al op. Maar dat licht brengt ons tot bezinning. Het doet ons onze waarheid zien. Tijdens deze periode denken we met grote ernst na over wie we zijn, hoe onze gemeenschap is en de mensheid. We worden uitgenodigd tot realisme. Wat gebeurt er rondom ons? En in ons?
Wat er in onze omgeving gebeurt hoef ik niet uit te leggen. Ons hart gaat nu allereerst naar Oekraïne, naar de vele onschuldige slachtoffers en de onmacht van de Westerse wereld om een radicaal stop toe te roepen. Gelukkig is er de solidariteit van vele mensen om hulp te brengen. Wij bidden dat deze solidariteit nog groter mag worden naarmate de noden dat ook zullen zijn, want de oorlog is verre van gedaan, integendeel.
Deze veertigdagentijd is een kans om met een gevoelig hart de hand uit te steken naar de vele behoeftigen. Dit is een tijd van bekering. Een tijd van zich keren tot de lijdende medemens. Voor die vele keren dat we het niet deden of niet voldoende bidden wij om vergeving.
Lezingen
Dt 26, 4-10
Rom 10, 8-13
Lc 4, 1-13
Homilie
Zusters en broeders,
onze wereld kampt met levensgrote vragen. Drie woorden zeggen al veel: corona, klimaat, Oekraïne. Ziekte, vervuiling, oorlog. En telkens gaat het om zware maatschappelijke problemen en om mensenlevens. Het is in een vergelijkbare periode dat de mooiste delen van de Bijbel geschreven zijn, waaronder onze eerste lezing. Tijdens de ballingschap in Babylonië worden troostende woorden in de mond van Mozes gelegd, die 700 jaar vroeger leefde. Mozes, dat was de woestijnperiode, toen het volk bevrijd werd uit Egypte. Die bevrijding uit de slavernij zal steeds het grote verhaal van de Joden blijven. Maar 500 jaar na de ballingschap in Babylonië krijgt ze voor ons in Jezus’ dood en verrijzenis nog een nieuwe en definitieve betekenis. Steeds komt het exodusverhaal dus terug. Ook met Pasen, tijdens de nachtviering. Jezus is immers ons Paaslam. We dragen de hele heilsgeschiedenis in ons. En dat geeft ons kracht in moeilijke tijden. Nooit mogen we onze heilsgeschiedenis vergeten. Mozes zegt het in die wondermooie bewoording: “Dan moet gij, staande voor de Heer uw God, zeggen: ‘Mijn vader was een zwervende Arameeër’…”. We zijn allen zwervers van afkomst. Dat geldt ook voor ons hier.
We zijn allen zwervers, klein uit onszelf, om door God gedragen en bevrijd te worden, op weg naar een ander land, waar de liefde heerst.
In de eerste lezing wordt ons aldus de bevrijding van Godswege herinnerd. De twee volgende lezingen wijzen ons telkens op een aspect dat in deze vastenperiode bijzondere aandacht krijgt. Paulus wijst op de noodzaak van dat woord, de Bijbel, voor ons geloof. Als we het woord diep in ons hart ontvangen, dan zullen we ook Jezus kunnen belijden als onze Heer, als de Verrezene. Hij is onze redding. “Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld”, zegt Paulus. En we vormen, dankzij Hem, een nieuwe gemeenschap: “Er bestaat geen verschil meer tussen Jood en heiden (d.w.z. tussen Jood en niet-Jood)”. Ook dat maakt deel uit van de redding.
De mensheid als broeders en zusters, die in plaats van oorlog te voeren, zich met elkaar verzoenen. Die verzoening en vrede bewerken we niet uit onszelf. Zij zijn een gave.
Maar wij kunnen ze wel ontvangen door te luisteren en te leven vanuit het Woord. Daarom is het zo belangrijk in deze periode tijd te nemen om op een biddende manier de Schrift te lezen.
De evangelielezing brengt ons in contact met de onvermijdelijke realiteit van de bekoring. Spontaan zijn we niet op God afgestemd. Iets in ons verwijdert ons van Hem en plooit ons op onszelf terug. Weg van de liefde, naar een Ersatz-liefde. Weg van het leven, naar een illusie van leven. Dat is het werk van het kwaad in ons, het werk van de kwade. Het woord diabolos (duivel) betekent: hij die alles door elkaar gooit, die verwarring brengt. Jezus noemt hem de Prins van deze wereld. En we zien hem aan het werk tegen Jezus. Hij gebruikt al wat hij kan om Jezus weg van God, zijn Vader, te verwijderen. Laten we niet vergeten dat Jezus zopas in het doopsel de kracht van de Geest ontvangen heeft. En onmiddellijk na de doop begint de strijd. Een strijd die niemand kan ontwijken. In het evangelie staat: “(Jezus) werd door de Geest (door de Geest!) naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef en door de duivel op de proef werd gesteld”.
Waarom moeten we beproefd worden? Het is vaak onbegrijpelijk voor ons. We moeten zeker de beproeving niet zoeken, voor ons plezier. Echte beproeving overvalt ons. Maar we kunnen gezuiverd en gesterkt uit de strijd komen. Het is zo met Jezus. Zo kan het ook met ons zijn. Dat wordt ons in de doop gegeven. Sinds ons doopsel hebben we immers deel aan de kracht van de verrijzenis. Maar dat wordt aangevochten, zolang wij leven. Hoe reageert Jezus? Hij beroept zich op het Woord van God. Hij vindt er zijn sterkte in. Maar Gods woord is al vaak misbruikt in de geschiedenis (dat is alweer het werk van de duivel, de verstoorder). Jezus is echter de Waarheid die het kwaad overwint. Niet alleen het brutale kwaad, zoals het tot uiting komt in alle vormen van haat of misprijzen, in oorlog en bedrog. De hele wereld ziet voor het ogenblik met eigen ogen wat dat betekent. Maar er is ook het verborgen kwaad. Jezus betaalt daarvoor de prijs van zijn leven. Op weg naar Jeruzalem zegt Hij: “Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu gaat de vorst van deze wereld onttroond worden. Ikzelf moet van de aarde omhoog geheven worden – d.w.z. gekruisigd worden – en zo haal Ik allen naar Mij toe” (Joh 12, 31-32). Dat lezen we in het evangelie van Johannes. Jezus geeft zijn leven voor ons. Maar wij gaan dezelfde weg: “Als een graankorrel niet in de akkergrond sterft, blijft hij onvruchtbaar. Maar hij moet sterven, alleen dan brengt hij rijke vruchten voort. Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het; maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven” (Joh 12, 24-25).
Wij wensen als geloofsgemeenschap onze catechumenen kracht en licht door Gods woord. Ook sterkte in hun opgang naar het doopsel en een leven in Christus, in gegevenheid aan de medemens.
We wensen evenveel kracht en licht aan onze Oekraïense vrienden, “daar” en “hier”.
Bekijk het fotoalbum door hier te klikken ofop de foto