In het verborgene
In de rubriek Bijbelse meditatie van het Kerkplein-nummer van maart 2022 schreef ik deze reflectie over de evangelielezing in de viering van Aswoensdag:
Mt 6,1-6.16-18
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Let op dat jullie je gerechtigheid niet tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet. Dus wanneer je iets geeft uit barmhartigheid, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Als je iets uit barmhartigheid geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je gift in het verborgene, en jullie Vader die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie bidden, trek je dan terug in je huis, sluit de deuren en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
Wanneer jullie vasten, doe dan niet als de huichelaars met hun sombere gezichten, want zij vertrekken hun gezicht om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je vader die in het Verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
(Nieuwe Bijbelvertaling 2021)
Dit fragment uit de Bergrede is de evangelielezing van de viering op Aswoensdag. Het gaat over ‘iets geven uit barmhartigheid’, over bidden en over vasten.
De gekozen verzen zijn als drie strofen met dezelfde opbouw.:
- Doe het niet zoals de huichelaars die als volleerde toneelspelers het doen om gezien te worden door de mensen.
- Zij hebben hun loon al ontvangen. Ze doen het namelijk enkel en alleen om gezien te worden door anderen en dat lukt hen natuurlijk ook. ‘Zie eens hoe goed, hoe religieus ik ben!’
- Neen, bij de volgelingen van Jezus weet zelfs de linkerhand niet wat de rechter geeft. Ze trekken zich terug in hun binnenkamer om te bidden. Ze lopen niet met sombere gezichten, maar laten hun gezicht glimmen van de olie wanneer ze vasten. Ze doen het dus allemaal ‘in het verborgene’ en daar is er die Ene die hen ziet. En Hij, de Vader, zal hen belonen.
We zijn vertrouwd met deze verzen en zullen ze (al te?) snel beamen. Maar er is iets dat mij geweldig intrigeert wanneer ik in het hoofdstuk dat voorafgaat aan deze verzen lees: “Jullie zijn het licht voor de wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Je steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten … Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, zodat zij jullie goede daden kunnen zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel” (Mt 5, 14-16).
Een groter contrast kan er toch niet zijn! Hoe hard botsen deze fragmenten! Wat moet ik er mee? Moeten we als christenen en als Kerk inderdaad niet meer in de openbaarheid treden, meer getuigen, laten zien aan de samenleving wie we zijn, meer in de media komen met onze goede daden?
Hoe vaak horen we dat niet?
Of is het toch de bescheidenheid die ons siert en die zal maken dat we zout van de aarde (5,13) en licht voor de wereld worden?
Ik wil niet te snel het antwoord geven. Laat ik het één van die vele paradoxen noemen waaruit het christendom is opgebouwd. In beide teksten lees ik wel dat de Vader centraal staat. Hij is het aan wie we door ons leven ‘eer bewijzen’.
Ik heb alvast iets om veertig dagen lang over te mediteren en vanuit te leven.
Peter Malfliet
- Dit artikel verscheen in Kerkplein, tijdschrift bisdom Gent, jaargng 30, nr. 1, maart 2022
- Lees hier meer en aboneer (14 euro - 4 nummers)
- Proefnummer aanvragen? kerkplein@bisdomgent.be