Bisschop Lode Aerts over Allerheiligen: ‘Heilig is geliefd’
Iedereen kent wel een aantal heiligen. Vaak worden kerken naar hen genoemd, zoals de Sint-Maartenskerk in Kortrijk of de Sint-Niklaaskerk in Diksmuide. We kennen ook heiligen via bedevaartsplaatsen zoals Godelieve van Gistel of Sint-Jakob van Compostela. En we kennen de heiligen van wie we de naam dragen zoals Maria of Thérèse, Damien of Jo.
Hoe ziet het leven van een heilige eruit? Een heilig leven is pretentieloos: nederig en arm van geest. Vredestichtend. Hongerend en dorstend naar gerechtigheid. Meelevend en treurend om de miserie van anderen. Barmhartig en zachtmoedig. Zuiver van hart. Soms verkeerd begrepen of vervolgd omwille van de goede zaak. Die levenswijze volgt de zaligsprekingen en daarom wordt die tekst steevast op Allerheiligen voorgelezen.
Zaligsprekingen
We zouden Jezus’ zaligsprekingen onrecht aandoen, wanneer we ze als strenge gedragsregels zouden verstaan. Een voorbeeld. Jezus zegt niet: ‘Breng vrede!’ Hij zegt wel: ‘Zalig – gelukkig – die vrede brengen.’ De zaligheid moeten we niet moeizaam verdienen. Ze wordt ons toegezegd. Jezus verklaart ons zalig. Hij verklaart ons heilig. Zaligheid en heiligheid komen als geschenken naar ons toe. Ze zijn het gevolg van God, die ons het eerst heeft liefgehad. Rond de heiligheid heerst er een taai misverstand, alsof het een veeleisende prestatie is van supermensen. Maar het woord heilig heeft niets vandoen met moeizaam.
De zaligheid moeten we niet moeizaam verdienen. Ze wordt ons toegezegd.
Heilig heeft alles te maken met kostbaar. Heilig – qadoosj in het Hebreeuws – betekent letterlijk: uitverkoren en geliefd, favoriet en dierbaar. Kortom: heiligen zijn vrienden van God. En Gods vriendschap maakt mensen vredelievend en arm van geest, zachtmoedig en barmhartig.
Gods vriendschap
Als christenen zijn we allen tot Gods vriendschap geroepen. De naam van het Allerheiligenfeest zegt het heel juist: het is ons aller feest. We worden állen ‘kinderen van God genoemd en we zijn het ook’. Die uitspraak uit de Johannesbrief wordt heel terecht voorgelezen in de liturgie van Allerheiligen. Geen wonder dat aanvankelijk alle christenen ‘heiligen’ werden genoemd: de heiligen te Rome of de heiligen in Korinthe. Ze beschouwden zich terecht als ‘Gods vrienden’ in Rome of in Korinthe.
Gods vriendschap maakt mensen vredelievend en arm van geest, zachtmoedig en barmhartig.
Waarom zouden wij ons vandaag in onze parochies of pastorale eenheden niet meer zo beschouwen? Op die plek zijn we Gods heiligen, want we delen er in Gods vriendschap. Natuurlijk niet als gevolg van morele topprestaties. En al helemaal niet omdat we ons hoger achten dan anderen. Wel omdat we erop vertrouwen dat God oneindig van ons houdt. Dat besef verandert ons bestaan. Het maakt ons minzaam, vredelievend en dorstend naar gerechtigheid. Alleen zo worden de zaligsprekingen concreet en vormen we het lichaam van Jezus, de grote heilige: de geliefde Zoon, in wie God al zijn vreugde vond.
Een zalige hoogdag.
+ Lode Aerts bisschop van Brugge