Via muziek vinden mensen vaak de weg naar het diepere – Mark Janssens [column]
Met welke klanken willen we onze kerken in de toekomst vullen? En is het niet goed om even achterom te kijken naar de plaats die muziek altijd al in de kerk heeft ingenomen.
Het waren twee vragen die bij me opkwamen toen ik onlangs enkele concerten in kerken in Antwerpen mocht meemaken. Met polyfonie, oude meerstemmige muziek die wonderwel paste in het kader van die kerken. De architectuur, de muziek, de bezieling, het klopte allemaal.
Een paar dagen later zat ik ergens op het Vlaamse platteland in een kerk waar nog eucharistie gevierd werd. De priester was oud en wat hulpbehoevend, in de kerk zaten 25 mensen, en de muziek klonk vanop een cd. Te stil eerst, dan weer te luid, en op geen enkel moment echt mooi. Liturgie zonder glans. De esthetiek die ons kan helpen om het mysterie te benaderen, ontbrak totaal. Ik werd er een beetje droef van. Hoe is het zo ver kunnen komen? Waar zijn we de schakel tussen esthetiek en belijdenis kwijtgespeeld? Of was het een lang proces dat stilaan maar zeker z’n dieptepunt heeft bereikt? Ik wou en wil niet aan doemdenken doen, maar een echt vierende kerk is ook een muzikale kerk.
En dus ja, even achterom kijken doe ik niet uit nostalgie. Maar wel om de betekenis van muziek in het verleden ook vandaag weer een plaats te geven.
Waar zijn we de schakel tussen esthetiek en belijdenis kwijtgespeeld?
Een kerk, het gebouw, de plek waar vieren, belijden en bidden elkaar omarmen is altijd een plek geweest van esthetiek, en dus ook van muziek. Sinds eeuwen klinkt er in kerken, kathedralen, kloosters en abdijen muziek die ons kan helpen om wat niet gezegd kan worden toch tot uitdrukking te brengen.
Lees ook
Het Gregoriaans was de oudste vorm van gelovig zingen. Van in de vroege middeleeuwen – en hier en daar zelfs nog vroeger – dook deze gezongen liturgische taal op. In het Latijn als een universele christelijke uitdrukkingsvorm. Gregoriaans is zingen met een natuurlijke ademhaling. Hoe complex de taal soms ook is, het zijn nooit vocale versieringen zonder een diepere betekenis. Alles staat in het teken van de inhoud van de tekst. En de manier waarop gezongen wordt, brengt rust en herkenning. Van nature is het een stijl die in dienst staat van het Mysterie. Ook vandaag wordt er nog hier en daar Gregoriaans gezongen, ook in de liturgie. Niet als een soort vehikel uit het verleden – of als een soort nostalgie naar een liturgische oldtimer, zoals een professor theologie het ooit provocerend uitdrukte - maar wel als een zangstijl binnen de liturgie die zoekt naar ingetogenheid en stilte. Gregoriaans heeft alle baat bij een eenvoudige en rustgevende muzikaliteit.
In de tweede helft van de middeleeuwen is men deze ‘te eenvoudige’ muziektaal een beetje beu. Ook in kerkelijke middens. Aan de Notre-Dame in Parijs bijvoorbeeld ontstaat een muzikale school die klaar is voor verandering en experiment. Melodie en ritme duiken op in minutieus gecomponeerde missen. En dat klinkt natuurlijk anders. Moderner ook. Minder toegankelijk. Religieuze muziek vervelt stilaan maar zeker tot kunstmuziek. De teksten zijn nog wel religieus, maar de muziek die op die teksten gecomponeerd wordt hangt heel erg samen met de kunde en de creativiteit van de componist. Waar het Gregoriaans beroep doet op het geheugen van de zangers omdat het een heel repetitieve sfeer in zich draagt, daar wordt de muziek in de 12de en 13de eeuw vooral muziek die uitgevoerd wordt door zangers (jong en oud) die er het hoofd bij moeten houden. Niets is hetzelfde, stemmen klinken door elkaar, en de menselijke stem wordt ten volle benut.
Verbazingwekkend is dat de muziek – hoe ‘gezocht’ ook – toch de harten en geesten blijft raken.
In de polyfonie die de eeuwen erna volgt is dat nog duidelijker. Religieuze muziek is een intellectuele bezigheid van knappe koppen geworden. Bijna tot in het extreme. Een soort web van inventiviteit en wetenschappelijk-wiskundig vernunft. Verbazingwekkend is dat de muziek – hoe ‘gezocht’ ook – toch de harten en geesten blijft raken. De esthetiek staat nog steeds in dienst van belijdenis en verkondiging. Dat is de grootsheid van de polyfonie die ook bij ons in Vlaanderen ontstaat : een complexe partituur verzuipt niet in haar eigen moeilijkheidsgraad, maar bloeit open dankzij de schoonheid van de stemmen en de directheid van de uitvoering. Niet voor niets wordt de periode van de polyfonie beschouwd als het hoogtepunt in de muziek die Vlaanderen aan de wereld heeft geschonken.
In de barok komt er een grote kloof tussen religieuze en wereldlijke muziek. Het zijn twee werelden. Natuurlijk wordt er nog veel religieuze muziek gecomponeerd, maar die klinkt een pak frivoler en meer ‘gekunsteld’, en leunt wat klank betreft dus veel meer aan bij wat componisten aan niet-religieuze muziek componeren. De meeste componisten zijn trouwens thuis in beide werelden. Händel schrijft prachtige muziek ter ere van Maria, maar geeft evenzeer het heel wereldlijke genre van de opera een flinke duw in de rug. Daarin gaat het vooral over liefde, haat, verraad en verovering. Het publiek smult van het herkenbare. Barokmuziek wordt ervaren als muziek die bewust publieksvriendelijk is.
De daaropvolgende klassieke periode kent ook nog religieuze meesterwerken – denken we maar aan het Requiem van Mozart – maar toch loert de Franse Revolutie al om de hoek. En die is – om het zacht uit te drukken – niet vriendelijk geweest voor al wie iets te maken had met kerken en kloosters. In plaats van God duikt de Zon op in de muziek. Revolutie en vrijmetselarij zetten de puntjes op de i. Religieuze muziek is minder dan ooit de echo van een naar diepgang zoekende samenleving. Maar toch blijven ook dan, en tot op vandaag, componisten zoeken naar een taal waarin het Mysterie een mogelijke verklanking kan krijgen.
In onze kerken klinkt vandaag niet alleen de samenzang tijdens de liturgie, maar gelukkig ook de muziek uit vele eeuwen die altijd in de kerk geklonken heeft. En vaak voor een bepaalde kerk gecomponeerd werd. Wie de echte kunstmuziek – religieus of niet – uit onze kerken wil bannen, die faalt. Het is via de weg van de muziek dat mensen vaak ook de weg naar het diepere terugvinden. Daarin hebben kerken een niet te onderschatten rol te spelen. Dus ja, laat de polyfonie maar een publiek vinden in een prachtige kerk, laat de Missa Solemnis van Beethoven maar de uiteinden van een kathedraal vullen, en waarom niet : laat een strijkkwartet van Schubert in een religieuze ruimte een heel nieuwe betekenis krijgen. Of misschien net wat Schubert voor ogen had.
• Mark Janssens is presentator bij Radio Klara, onder andere van het namiddagprogramma Maestro. Maak kennis in dit interview.






