Rik trok met zijn paard naar Compostela: ‘Hercule liet het nooit afweten’
Als kind was ik gek op paarden, maar pas op mijn vijfenvijftigste leerde ik paardrijden. Meteen volgden er verschillende opleidingen: paardenverzorging, een jaaropleiding Natural Horsemanship, en ik ging mee op meerdaagse uitstapjes te paard. Avontuurlijk als ik ben, rijpte het idee om een langere reis te paard te maken.
Ik was al twee keer in Compostela geweest met de fiets, maar zo’n pelgrimstocht te paard maken leek me ook wel wat. Zeker toen Hercule in 2016 heel toevallig mijn leven binnenwandelde. Hercule is een Freiberger of Franches-Montagnes, een Zwitsers ras dat bekendstaat om het zachte en rustige karakter.
De onzekerheid bleef knagen en meermaals wilde ik mijn plannen opgeven
In 2019 ondernam ik de eerste concrete stappen voor mijn tocht en vroeg mijn credencial aan bij het Vlaams Compostelagenootschap. Niet veel later vertrokken Hercule en ik voor een testrit van zes dagen. We reden vanuit Torhout richting Nieuwpoort. Vervolgens gingen we verder langs de kust tot De Panne. Via het Grenspad, Poperinge en Ieper maakten we de lus compleet en reden zo terug naar huis. Een prachtig en tegelijk spannend avontuur, maar heel leerrijk.
Ik kon de twijfel door mijn proeftocht nog niet helemaal van me afschudden. De onzekerheid bleef knagen en meermaals wilde ik mijn plannen opgeven. Toch bleef ik me voorbereiden om mijn droom te verwezenlijken. Ik wilde de Via Brugensis volgen en dan verder via Reims naar Vézelay. Wat daarna zou volgen, waren zorgen voor later.
Er zaten nog steeds hiaten in mijn planning. Ik wilde niet kamperen en moest daarom telkens op een haalbare afstand een overnachtingsplaats vinden waar ook Hercule terechtkon. Dat was allesbehalve evident. Uiteindelijk won mijn moed het van de twijfel. Ik vroeg mijn verlof aan, voelde me klaar voor de reis en besloot om in mei 2020 te vertrekken. Maar dat was buiten de coronapandemie gerekend. Die trok even een streep door mijn pelgrimsplannen. In het voorjaar van 2021 waren de grenzen nog steeds gesloten en werd ik ongeduldig. Van uitstel komt vaak afstel, ik wilde niet nog een jaar wachten.
Een betrouwbaar paard
Ik zocht een alternatief en besloot om de GR 128, de Vlaanderenroute van Kemmel naar Teuven, te rijden. Op 8 mei 2021 vertrokken Hercule en ik in De Panne, aan de Franse grens, bij estaminet ‘Le Perroquet’. Het regende, er was een hevige wind en het was koud. Mijn bepakking was niet in orde en schoof geregeld opzij, maar dat deerde me niet: we waren eindelijk vertrokken. In negentien dagen - waaronder twee rustdagen - doorkruisten we Vlaanderen. Ik ben uren bezig geweest met zoeken naar overnachtingen met Hercule. In het begin was ik nog in eigen streek en konden we bij bekenden logeren, nadien werd het lastiger. De GR is immers niet helemaal geschikt voor paarden. De veerpont over de Schelde bij Appels, knuppelpaden en poortjes waren steeds een uitdaging of moesten vermeden worden.
De GR 128 was prachtig. We wandelden van dorp naar dorp langs dreven en smalle paden, door natuurgebieden en mooie Vlaamse landschappen. In een boogje reden Hercule en ik langs onze hoofdstad waar we in de verte de Basiliek van Koekelberg konden zien. In Borgloon, langs de Romeinse heirweg, in de gietende regen, ontmoette ik drie pelgrims die via de Via Limburgica wandelden. Ik haalde er met mijn avontuur zelfs de lokale krant en de radio. Toen we aankwamen in Teuven, werden Hercule en ik opgehaald met de trailer. Maar niet zonder te vieren met een drankje. Enkele gasten op het terras herkenden ons meteen uit het krantenartikel of hadden van ons gehoord op de radio en spraken me aan. In negentien dagen reden we 500 km door Vlaanderen. Tijdens die tocht kreeg Hercule ruim de tijd om te grazen en werd hij goed verzorgd. Onderweg kon ik af en toe een praatje slaan. Mensen vroegen me of Hercule het ook leuk vond. Maar dat kan ik niet met zekerheid zeggen uiteraard. Het belangrijkste voor hem zijn veiligheid en consequent leiderschap. Verder speurt hij de berm af naar lekkere plekjes om te grazen. Na de tocht was ik wel zeker van één ding: ik heb een betrouwbaar paard om naar Compostela te reizen.
Kort na thuiskomst begon ik met de voorbereidingen om nog in 2021 de reis verder te zetten tot aan de Franse grens. Ik zocht informatie over de Route d’Artagnan en besloot om die te volgen tot Zuid-Frankrijk. Op 26 oktober startten we in Maastricht.
De route d’Artagnan is de eerste Europese ruiterroute, zowel toeristisch als cultureel-historisch, waarop je eveneens met een stempelboekje op pad gaat. De route bestaat uit zes thematische routes die te maken hebben met het leven van d’Artagnan, goed voor ongeveer 6.000 km ruiterplezier. De route verbindt Lupiac in de Gers, de geboorteplaats van de musketier d’Artagnan, en buigt oostelijk naar Saint-Croix, de geboorteplaats van Anne-Charlotte de Chanlecy, de vrouw van d’Artagnan. Eindigen doet ze in Maastricht, waar d’Artagnan sneuvelde. Wij reden de route in omgekeerde richting in volle herfst. De reis was in niets te vergelijken met de Vlaanderenroute die we in de lente deden. Via het Land van Herve trokken we steeds dieper de Ardennen in, waar we ook met het jachtseizoen te maken kregen. De eerste vier dagen waren zonnig, maar dat ging regelmatig over in flinke plensbuien. Die zorgden voor glibberige paden. Soms voelde het enorm desolaat, maar met Hercule voelde ik me niet alleen. Na elf dagen arriveerden we bij ons logement in Mortehan, op enkele kilometers van de Franse grens. Daarmee konden Hercule en ik het doorkruisen van België van west naar oost en van noord naar zuid van onze bucketlist afstrepen. We sliepen in de meest uiteenlopende locaties: meestal bij mensen thuis, in een pipowagen, in het stro, maar uit noodzaak ook een paar keer in een chambre d’hôtes. Voor Hercule was het soms heel rudimentair: op stal, in een weide of gewoon in de tuin. Toch voelde ik me nog steeds geen pelgrim.
De route d’Artagnan is de eerste Europese ruiterroute waarop je met een stempelboekje op pad gaat. Ze bestaat uit zes thematische routes die te maken hebben met het leven van d’Artagnan.
Het bleef kriebelen om na de pandemie een avontuur naar Santiago de Compostela aan te vatten. Dus vertrokken Hercule en ik op 3 mei 2022. De bedoeling was om in 57 dagen dwars door Frankrijk te rijden. We doorkruisten de departementen Champagne-Ardennes, Bourgogne, Auvergne, Midi-Pyrenées tot Lupiac. We wandelden door oneindige bossen in de Argonne, stapten door de wijngaarden van de Bourgogne en het Parc naturel régional Livradois-Forez, bezochten Dijon, Cluny, kwamen in de buurt van Lyon en zagen bij helder weer in de verte de Mont Blanc. We staken het Centraal Massief over via de Puy Mary. We verdwaalden af en toe en moesten stukken terugkeren, kwamen in hels onweer terecht en moesten een hittegolf met temperaturen tot 40 graden trotseren.
Na twaalf dagen kwam ik de eerste pelgrims tegen: twee koppels die de GR volgden vanuit Duitsland. Pas op dag 46 kwamen we op de GR 65 (van Le Puy-en-Velay naar Saint-Jean-Pied-de-Port). We werden goed omringd door verschillende pelgrims en konden slapen in albergues, waar ook soms onderkomen was voor Hercule. Het deed goed om wat mensen te ontmoeten. In het bij pelgrims bekende reisboekje Miam Miam Dodo staat een hoefijzer bij de albergue wanneer je er met ezel of paard terechtkan. Dat valt in realiteit redelijk tegen. In Espalais, in Gîte Le Parchemin, was er maar een heel klein plekje voor Hercule. Hij liep gewoon rond in de tuin en op het terras tussen de pelgrims. Een magisch moment.
Medaille
Uiteindelijk kwamen we na 68 dagen aan in Lupiac, het voorziene einde van onze tocht. Via via waren andere ruiters al op de hoogte van onze komst. De laatste 10 kilometer werden Hercule en ik vergezeld door enkele van hen. Wat een ontroerend moment om het pittoreske dorpsplein op te rijden tot bij het standbeeld van d’Artagnan op zijn paard. De pers was aanwezig en ik werd gehuldigd. Ik kreeg een gouden medaille en een Dartagnane, te vergelijken met het pelgrimsgetuigschrift dat je ontvangt bij aankomst in Santiago de Compostela. Zonder het te beseffen, was ik bovendien de eerste die de route d’Artagnan volledig te paard heeft afgelegd. Omdat ik op weg was naar Compostela, bracht ik ook een eerbetoon aan Bernard de Batz, de oom van d’Artagnan. In 1605 liet hij naast de kapel van Lupiac een gasthuis bouwen, het enige in het kanton, om de inwoners van Lupiac te verzorgen, evenals de pelgrims naar Santiago die de route van Le Puy-en-Velay volgden of de route van Arles. De volgende morgen, wanneer Hercule en ik werden opgehaald, voelde ik me vooral dankbaar dat het hele avontuur zo wonderbaarlijk goed is verlopen.
Al snel bleek dat Hercule toch wel de ster van de camino was. In de 135 dagen onderweg ben ik geen andere pelgrims te paard tegengekomen
Ik was al heel ver gekomen en moest dit nu wel verder zetten. Sommigen hadden me gezegd dat het onmogelijk was om met Hercule naar Santiago de Compostela te gaan met hindernissen als Pamplona, Burgos en León, waar je niet te paard binnen mag. Mijn keuze viel uiteindelijk op de Camino Francés. Ik had die al heen en terug gefietst. Navigeren was geen probleem, de gele pijlen staan overal. Ik bekeek de volledige route, op zoek naar plekjes waar Hercule een onderkomen zou kunnen krijgen. Op 3 april 2023 was het zover en reisden we terug naar Lupiac om de reis verder te zetten. Na twee dagen kwam ik in Nogaro terug op de GR 65. Tot Saint-Jean-Pied-de-Port was het nog dertien dagen rijden. Maar al snel maakten we vaart en kwamen meteen weer in de dagelijkse routine. Hercule genoot van de aandacht onderweg. Bepakking afnemen betekent einde van de werkdag, rust en eten. We zagen de besneeuwde bergtoppen van de Pyreneeën elke dag dichterbij komen. Pas in Saint-Jean-Pied-de-Port werd het echt druk en werden we gefotografeerd en aangesproken. Ik ontmoette er William Strobbe, schrijver van het boek De weg naar Compostela. William wandelde de camino nogmaals en werkte toen aan zijn tweede boek. We ontmoetten elkaar nog verschillende keren.
Te paard kwamen we niet sneller vooruit dan te voet en zo ontmoetten we wel vaak dezelfde mensen. Ongeveer twee derde van de weg wandelde ik gewoon naast Hercule. Enkel wanneer het traject vlak en goed begaanbaar was, zat ik op zijn rug. Onze band was er door respect en goede afspraken. We stopten regelmatig op schaduwrijke plekjes met lekker gras. Ik had ook geen enkele behoefte om te galopperen. Af en toe een drafje was goed voor de spieren, maar verder bleef het bij stappen.
De oversteek van de Pyreneeën ging vrij goed. Er was geen sneeuw op ons pad. Ik zag enkele wilde paarden vrij rondlopen, maar ze hadden geen interesse in Hercule. Enkele dagen later kwamen we langs een weide met heel veel paarden (Pottok). Ze liepen langs de afsluiting mee met ons. Eentje was heel enthousiast en sprong over de omheining en liep met ons mee. Met heel veel moeite en de hulp van enkele pelgrims konden we hem terugdrijven.
Ik ontmoette mensen van over de hele wereld. Al snel bleek dat Hercule toch wel de ster van de camino was. In de 135 dagen onderweg ben ik geen andere pelgrims te paard tegengekomen. Het was vroeger zeker anders, dat bevestigde ook Juan-Manuel, uitbater van Hipico in Navarrete. Ik moest af en toe wat afwijken van de camino om hindernissen te ontwijken of slaapplaatsen te vinden, maar alles lukte. Soms gebeurden er ook heel onverklaarbare meevallers en alles waar ik vooraf bang voor was, bleek helemaal niet zo erg te zijn.
In Sarria, op nog ongeveer 100 km van Compostela, kon ik nog een credencial équidos aanschaffen. Met die credencial zou Hercule bij aankomst ook een certificaat krijgen. Op 19 juni vertrokken we in het halfdonker en stonden als eerste voor de kathedraal. Hier en daar kwamen mensen opdagen: bekenden die we onderweg al tegenkwamen en andere pelgrims. Op de terugweg naar San Marcos, op 7 km van Santiago, deden we er uren over omdat zoveel pelgrims op de foto wilden met Hercule. Ik beleefde emotionele momenten. De reis was voorbij en ik was dolgelukkig en trots.
Hercule en ik waren 135 dagen samen op stap en hebben elke stap gezet van thuis aan onze voordeur tot op de Praza do Obradoiro. Ik heb dat helemaal aan hem te danken. Op de spannende momenten bleef hij kalm en liet het nooit afweten.
Dromen stopt nooit
Ik heb nog de droom om te paard vanuit Almería in Andalusië langs de Camino Mozárabe tot Merida te rijden met Hercule en van daar verder langs de Via de la Plata naar Santiago de Compostela te reizen. Als voorbereiding heb ik in oktober 2025 de Camino Mozárabe gewandeld met de rugzak.

