Veranderingen in het kerkelijke wetboek op til — Torfs: ‘Enkele verbeteringen, maar braaf document’
Het eindrapport van de Commissie voor het Canoniek Recht van de Synode is op 30 september gepubliceerd.
De commissie stelt wijzigingen voor in het Wetboek van Canoniek Recht van de Latijnse Kerk.
De voorstellen zijn de vrucht van het werk dat is verricht tijdens de twee Algemene Vergaderingen van de Bisschoppensynode in oktober 2023 en oktober 2024. Doelstelling is om de synodale manier van kerk-zijn juridisch beter te verankeren.
Volgens Rik Torfs, kerkjurist, werd het een ‘braaf’ document dat goede dingen belooft, maar ook minder nuttige zaken voorstelt. Toch ziet hij op langere termijn grotere herzieningen mogelijk.
Verbeteringen
In een aantal concrete situaties wil het document meer juridisch erkende ruimte creëren voor verantwoordelijkheid van en bestuur door leken, zowel mannen als vrouwen. Volgens Torfs gaat het om verbeteringen, maar geen revolutionaire wendingen. 'Toch is het heel goed dat deze verbeteringen in aantocht zijn, want het zijn zaken waar men al lang om vraagt,' aldus de kerkjurist.
Concreet gaat het om de volgende voorstellen met betrokkenheid van leken:
- leken mogen net zo goed diocesaan rechter worden als clerici (canon 1421). ‘Voorheen waren er heel wat voorwaarden verbonden aan het ambt. Paus Franciscus schroefde zelfs enkele eerdere toegevingen terug’, aldus Torfs.
- Leken mogen assisteren bij huwelijken (canon 1112). Ook hier zouden er minder voorwaarden aan gekoppeld worden dan deze die op dit moment gelden.
- Een duidelijkere plaats voor leken in de bisschopsraad. De facto zetelen er in de Belgische kerk al heel wat leken in de diocesane curie, maar voortaan zou deze mogelijkheid juridisch ook verduidelijkt worden.
Veel ‘soft law’
Torfs ziet daarnaast echter ook veel ‘soft law’ in de voorstellen verschijnen: regels die sympathiek klinken, maar waarbij het onduidelijk is hoe ze concreet zullen kunnen worden afgedwongen.
Waar paus Franciscus misschien te veel verwachtingen wekte, geeft dit rapport aan welke concrete resultaten er vandaag kunnen zijn.
Rik Torfs
Enkele voorbeelden:
- in de context van het gelijkheidsbeginsel (canon 208) wordt gesteld dat clerici de eigen missie van leken moeten erkennen;
- in het kader van de vrijheid van meningsuiting (canon 212) wil men een paragraaf toevoegen die clerici vraagt om leken niet alleen te laten spreken, maar ook te luisteren naar wat ze te zeggen hebben;
- binnen canon 275 stelt de commissie een nieuwe paragraaf voor die clerici aanmoedigt om leken te zoeken voor bepaalde ambten waartoe ze krachtens het wetboek al toegang hebben.
'Het gaat hier telkens om aansporingen, niet om concrete rechtsregels,' aldus Torfs.
Wishful thinking?
Een aantal andere voorstellen doen Torfs de wenkbrauwen fronsen.
‘Heel wat voorstellen over medezeggenschap willen verplicht maken wat vroeger niet per se verplicht was. Het is goed dat op het belang van participatieve organen wordt gewezen, maar is er nog wel voldoende werkkracht en animo in onze parochies om dit alles tot stand te brengen?’, zo vraagt Torfs zich af.
Concreet gaat het om het voorstel tot:
- een pastorale raad in elke parochie;
- om de tien jaar een diocesane synode;
- deelname van meer gelovigen aan particuliere concilies.
Waarover niet gesproken wordt
Volgens Torfs werd het allerbelangrijkste - d.i. de zaken waar een grote groep gelovigen in Vlaanderen op zitten te wachten - buiten beschouwing gelaten in het eindrapport van de synode.
- De bestuursmacht in de Kerk blijft uitsluitend voorbehouden voor zij die een heilige wijding ontvingen (canon 129). ‘Nochtans opende kardinaal en canonist Gianfranco Ghirlanda bij de presentatie van Praedicate Evangelium in 2022 het gesprek om de bestuursmacht niet enkel te koppelen aan wijding.’
- De paus beschikt over de universele macht in de Kerk (canon 333) en bisschoppen hebben de eindbevoegdheid in hun bisdom (canon 381). De voorstellen mogen volgens het rapport geenszins begrepen worden als zou de beslissingsmacht tussen bisschoppen en leken voortaan gelijk verdeeld worden. Synodaliteit betekent volgens de eindtekst net dat 'de bijdrage van het Volk van God in de besluitvorming wordt meegenomen, zonder de bestaande eigen bevoegdheden van de verschillende kerkelijke ambten weg te nemen.'
- Er wordt in het rapport niets gezegd over mogelijke wijzigingen aan de rechtsregels rond voorwaarden voor diaconaat en priesterschap.
‘Ik denk dat dit zaken zijn waar de commissie zonder breder theologisch gesprek weinig over kon besluiten’, licht Torfs toe. ‘Het rapport laat in die zin duidelijk zien wat (nog) niet kan. Waar paus Franciscus misschien te veel verwachtingen wekte, geeft dit rapport aan welke concrete resultaten er vandaag kunnen zijn,’ zo stelt Torfs.
Nog meer voorstellen in de maak?
Dit rapport is een voorstel tot wijziging van het kerkelijk recht; geen nieuwe Code die vandaag al van kracht is. Paus Leo XIV moet de voorstellen nog goedkeuren. ‘Het zou goed kunnen dat hij er alvast enkele goedkeurt en over andere nog moet nadenken’, zegt Torfs. ‘De eindbeslissing ligt in elk geval bij de paus. Wel is het zo dat de voorstellen in dit rapport - eens goedgekeurd - op korte termijn kunnen worden doorgevoerd omdat ze niet raken aan fundamentele kwesties.’
Een herziening van de canon die de bestuursmacht enkel op het sacrament van de wijding en niet op het doopsel laat berusten, lijkt me op langere termijn wel realistisch.
Rik Torfs
Bovendien belooft het rapport nog meer voorstellen op middellange en lange termijn. Deze eindtekst heeft immers uitsluitend betrekking op het Latijnse Wetboek, aangezien voor het Wetboek van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken een afzonderlijke commissie is ingesteld. Op lange termijn wordt een uitgebreide herziening voorzien van de twee Wetboeken, het Latijnse zowel als het Oosterse.
Waarover de voorstellen op middellange termijn zouden kunnen gaan? Torfs ziet het effectief mogelijk dat canon 129 dan aan de orde is. ‘Op dit moment delen enkel clerici in de bestuursmacht en kunnen leken daar louter aan meewerken. Dat maakt het onmogelijk om leken eindverantwoordelijkheid te geven in de Kerk. Maar men zou dit kunnen herzien. Indien men de stap zet om de toegang tot bestuursmacht niet op wijding, maar op het doopsel te laten berusten, kunnen ook leken delen in de bestuursmacht. Vooraleer men die stap kan zetten, is er mijn inziens meer gesprek nodig.'
Toch acht Torfs dit laatste realistischer dan het in vervulling zien gaan van een eigen droom: ‘Onafhankelijke kerkelijke rechtbanken, die zelfs mogen nagaan of de paus wel zijn eigen regels volgt.’





