Verkiezingen kerkraden: veel uitdagingen voor kerkbestuurders
Dit voorjaar worden in alle Vlaamse parochies de kerkraden opnieuw samengesteld. Een kerkraad vormt het bestuur van een kerkfabriek. Alle mandaten (voorzitter, secretaris, penningmeester) vervallen. De verkiezing gebeurt volgens een strikte procedure. Enkele verduidelijkingen en actuele kwesties op een rij.
Weinig geweten is dat een kerkfabriek een openbare instelling is die de materiële middelen beheert die nodig zijn voor de uitoefening van de eredienst in een parochie. Dat gaat van de liturgische ruimte op zich, over gewaden, vaatwerk, kaarsen voor op het altaar, hosties en miswijn, tot de verwarming en zelfs de misblaadjes. Ook het salaris van de koster, onderhoudspersoneel en (titulair) organist zijn voor rekening van de kerkfabriek. In België zijn ze onderworpen aan het gezag van de kerkelijke overheid en aan dat van de burgerlijke overheid. Om de drie jaar, in april, wordt de samenstelling van een kerkraad gedeeltelijk vernieuwd.
Een kerkraad bestaat uit vijf verkozen leden, die zijn opgedeeld in wat heet de grote (3 leden) en de kleine helft (2 leden), en een vertegenwoordiger van de bisschop die lid is van rechtswege. Dit jaar treden drie leden uit. In principe wordt het initiatief genomen en overzien door de vertegenwoordiger van de bisschop. Meestal is dat de pastoor, maar op steeds meer plaatsen is dat iemand anders. De vacatures worden bekendgemaakt door aanplakking in de kerk gedurende 15 dagen, door publicatie op de parochiebladzijden of door een oproep na de zondagsviering. Daarna worden de kandidaten bekendgemaakt en de lijst aangeplakt gedurende 15 dagen. Mandaten kunnen worden verlengd. Er is geen maximumtermijn.
De wetgeving vereenvoudigt er niet op
Bij de rooms-katholieke eredienst gebeuren de verkiezingen intern binnen het bestuursorgaan zelf. Uittredende leden of kandidaten voor de openstaande mandaten mogen niet meestemmen. De stemming is geheim.
Aantal kerkfabrieken daalt
Wie mag er in een kerkbestuur zetelen? Je moet rooms-katholiek zijn, de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de verkiezing en ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente waar de parochie zich bevindt. (Om het moeilijk te maken: er zijn enkele parochies met grondgebied in twee gemeenten.)
Het aantal kerkraden daalt drastisch. In alle bisdommen gebeuren grootschalige reorganisaties, waarbij kleinere parochies samengevoegd worden tot grotere pastorale eenheden. In tien jaar tijd werden er 171 parochiekerken aan de eredienst onttrokken. Volgens Platform Toekomst Parochiekerken waren er begin 2025 nog 1.615 actieve parochiekerken in Vlaanderen.
Alle kerkbestuurders zijn vrijwilligers. Dat maakt het model uniek, maar ook kwetsbaar. Bart Vercauteren, bisschoppelijk gedelegeerde bevoegd voor kerkfabrieken in het bisdom Brugge, noemt vijf actuele uitdagingen:
- Parochies moeten voldoende kandidaten kunnen vinden, en dat is niet overal vanzelfsprekend.
- Er is de druk op de financiering door de burgerlijke overheid. Ook bij de gemeenten is het geld op en wordt er beroep gedaan op de burgerzin.
- Bij investeringen komt de Vlaamse overheid minder tussen.
- In de Vlaamse gemeenten zijn nu de kerkenbeleidsplannen verplicht. Daarin ligt de toekomstvisie vast van elke parochiekerk in de gemeente. Kerkraden staan voor de uitdaging mee na te denken over de toekomst van kerkgebouwen binnen de contouren kerkenbeleidsplannen.
- De wetgeving voor openbare besturen vereenvoudigt er niet op. Daarom is er nood aan goede ondersteuning door bisdommen, CKB’s, gemeenten, Parcum, enzovoort.







