Hoe jezuïet Paolo Dall’Oglio verder leeft en zelfs als het ware mee bestuurt in Syrië
Wil Syrië zich herstellen van ruim tien jaar wrede burgeroorlog, dan moet de regering luisteren naar mensen van alle etnische en religieuze achtergronden. Dat zegt de Syrische minister Hind Kabawat in een interview met Vatican News. ‘Als we samenwerken, kunnen we grote dingen bereiken. Als we dat niet doen, komen we nergens.’
Dat standpunt sluit naadloos aan bij de boodschap van Mar Moussa, het klooster dat de Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio in de jaren ‘80 herstichtte en waar vandaag een kleine gemeenschap zijn gedachtegoed van interreligieuze broederlijkheid levend houdt.
Kabawat is minister van Sociale Zaken en Werk in de transitieregering sinds de verjaging van Assad. Op haar bureau vind je geen familiefoto’s, wel een portret van abouna Paolo, die ze haar mentor noemt. Net als zij was Dall’Oglio een uitgesproken voorstander van interreligieuze dialoog, en net als zij was hij een criticus van het regime van Assad.
Nadat hij in de beginjaren van de Syrische revolutie uit Syrië was uitgezet, keerde Dall’Oglio terug naar de door rebellen bezette stad Raqqa, waar hij spoorloos verdween. Kabawat is ontroerd als ze over haar laatste ontmoeting met hem vertelt. Toen ze jaren later in Raqqa was, bezocht ze het café waar de monnik voor het laatst was gezien, om er te bidden.
Diep verdeeld land
Lees ook
Voor ze minister werd, was Kabawat advocate en hoogleraar, met een internationale carrière gewijd aan vredesopbouw en interreligieuze initiatieven. In de regering, die verder vooral bestaat uit voormalige islamistische rebellen, moet ze een weg vooruit zien te vinden voor het diep verdeelde land.
In maart 2025 eisten bloedbaden gericht tegen de Alawitische minderheid in Syrië ongeveer 1.500 doden. Uit onderzoek van Reuters bleek toen dat aan de regering gelieerde troepen bij de moorden betrokken waren. In het zuiden van het land is de Druzische bevolking dan weer slaags geraakt met bedoeïenengroepen, terwijl ISIS in het oosten een aanhoudende bedreiging blijft vormen en aanvallen uitvoert op regeringstroepen en Koerdische strijdkrachten.
‘Er zijn spanningen en schendingen van de mensenrechten’, geeft Kabawat toe. ‘Door de jarenlange oorlog, armoede en onderdrukking zijn sommige mensen erg sektarisch geworden.’ Syrië is een land met ‘diepe pijn en diepe wonden’, maar de minister heeft er vertrouwen in dat de dialoog de overhand kan krijgen: ‘De situatie verbetert dankzij onze nationale dialoog en initiatieven van het maatschappelijk middenveld.’
Toch al één succes
Kabawat wijst erop dat eind augustus het integratieproces van voorheen autonome Koerdische civiele en militaire instellingen in de Syrische staat is voltooid. ‘We zitten nu op één lijn’, zegt ze. Dat noemt ze meteen ‘een van de grootste successen’ van de overgangsregering tot nu toe. (LW)
Bron: Vatican News








