Deze vlam kwam over zee naar Cadzand – en brandt er al 22 jaar
Op 9 mei 2004 stonden honderden mensen op de dijk van Cadzand naar zee te kijken. Reddingsboten brachten die dag een bijzonder vuur vanuit Den Haag naar de Zeeuwse kust. Van Cadzand-Bad ging het in een fakkeltocht verder naar de Mariakerk, waar de vlam een vaste plek kreeg in een zuil van zwarte natuursteen.
Sindsdien brandt in de kerktuin de Wereldvredesvlam. Ze is bedoeld als een uitnodiging om even stil te staan bij vrede – iets wat in een drukke badplaats vol vakantiegangers en dagjesmensen misschien nog meer opvalt.
Zeven vlammen werden één
De oorsprong van het vuur ligt in Wales. In 1999 werden op vijf continenten zeven vredesvlammen ontstoken door mensen die zich voor vrede inzetten. Nelson Mandela deed dat in Afrika, prinses Irene van Lippe-Biesterfeld in Europa. Opmerkelijk genoeg werden de vlammen met hulp van militaire vliegtuigen naar Groot-Brittannië gebracht.
In Bangor, in Noord-Wales, werden ze samengevoegd tot één Wereldvredesvlam. Vervolgens reisde het vuur in kaarsen en mijnwerkerslampen de wereld rond. In 2002 kreeg Nederland een permanente vredesvlam bij het Vredespaleis in Den Haag. Enkele inwoners van Cadzand zagen het monument en besloten ook in hun dorp zo’n plek te creëren.
Met inzamelingsacties, subsidies en steun van plaatselijke bedrijven kregen ze het nodige geld bijeen. Twee jaar later kwam het vuur over zee naar Cadzand.
Dat de vlam naast de Mariakerk staat, is niet toevallig. Cadzand ligt in een streek waar oorlog eeuwenlang tastbare sporen naliet. De Tachtigjarige Oorlog trok door Zeeuws-Vlaanderen, de slagvelden rond Ieper liggen niet ver weg en bij de bevrijding van 1944 werd de regio zwaar getroffen.
Te midden van die beladen geschiedenis brandt nu een klein vuur. Bezoekers kunnen er een vredeswens achterlaten, even stil worden of bidden. Zo vertelt de vlam zonder veel woorden waarvoor ze bedoeld is: vrede blijft kwetsbaar.







