‘De luxe van de twijfel’ — dit schrijven ‘De 12’ deze week
De 12’ vormen samen het lezerspanel van Kerk & Leven. In een beurtrol verzorgen ze elke week vier kleine rubrieken: een column, het antwoord op drie doordenkers, een foto die ze onlangs op Otheo zagen en die hen inspireerde en een citaat dat hen dierbaar is.
De luxe van de twijfel — column Joris Billen
Ik heb wel wat atheïsten in mijn vriendenkring. Vrijwel allemaal heel leuke en slimme mensen. Toch moet me iets van het hart. Ze zijn bijna allemaal zo zeker van hun zaak. God bestaat niet, dat weet toch iedereen? Ze mogen uiteraard die visie hebben. Maar vaak is er die hautaine ondertoon: je bent wel heel naïef als je vandaag nog in God gelooft.
Die rotsvaste zekerheid stoort me soms. Dat hebben wij, christenen, toch minder. Wij geloven. Dat is per definitie een pak bescheidener, want een beetje twijfel is nooit ver weg. Sterker nog: een beetje twijfel lijkt mij onmisbaar voor een gezond en rijp geloof.
Waar de al te stellige atheïst het raadsel van ons bestaan dichttimmert met wetenschappelijke verklaringen en een definitief punt, durft de gelovige te leven met een vraagteken. Geloven is niet claimen dat je de ‘compleetheid’ van de werkelijkheid in je zak hebt. Het is geen wiskundige som die onderaan de streep op nul uitkomt. Geloven is een zoektocht, een vermoeden, een open hand in plaats van een gebalde vuist.In een wereld die verslaafd is aan grote ‘gelijkhebbers’ en stelligheid, is die religieuze bescheidenheid misschien wel onze grootste troef. Geloven vraagt de moed om te zeggen: ik weet het ook niet allemaal, maar ik hoop, ik vertrouw en ik zoek.
Misschien moeten we de rollen eens omdraaien. Niet de gelovige is naïef, maar wel wie denkt het mysterie van leven en dood definitief te hebben opgelost. Laten we daarom de twijfel koesteren. Ze houdt ons nederig, mild en open voor elkaar. En is dat niet precies waar het in het leven om draait?
Doordenkers: Lucette Verboven beantwoordt 3 vragen
Hoe smaakt geloof?
‘Wat een eigenaardige vraag! Alsof je ‘geloof’, een abstract begrip, kan proeven. Maar dan denk ik aan een interview dat ik had met de Japanse dominicaan Shigeto Oshida. Hij verdronk bijna en een long moest verwijderd worden. Na deze ervaring richtte hij een gemeenschap op die christelijk én zen was en waar zowel bisschoppen als jongeren spirituele voeding vonden. Hij zei me: ‘Mijn verdrinkingservaring gaf mijn angst voor de dood, die ik sinds mijn kindertijd constant had, een andere kleur. Ik begon ‘de andere zijde’ te proeven en ik besefte dat álles aan Hem was toevertrouwd.’ Onlangs kreeg ik zelf een ervaring – na een stille meditatie – van dat ‘smaken’ van Oshida. Het is een beetje vreemd om erover te schrijven, want de taal is onwillig, werkt tegen, lacht mij uit. Uiteindelijk schrijf ik wat lege woorden op zoals ‘mild, discreet, licht….’ maar dat is het niet. Nochtans was de smaak duidelijk. Maar misschien mag ik er niet over schrijven, en daarom barst de taal. Nu liggen de woorden in snippers op de grond. ‘
Welk boek zou je graag lezen?
Rond 15 augustus herlees ik het boek Aan de oever van de Piedra huilde ik van Paulo Coelho. Het boek veranderde mijn kijk op de Tenhemelopneming van Maria grondig. Coelho draagt veel van zijn boeken op aan Onze-Lieve-Vrouw omdat, zo vertrouwt hij mij toe, zij hem gered heeft ‘uit de meest duistere, waanzinnige en bijna catastrofale periode uit mijn leven’.
Met welk gemis of gebrek heb je leren leven?
Ik kan niet zingen.
Mieke De Jonghe kiest een foto die haar bijbleef
Als je de foto wat bijknipt, zie je een idyllisch gelegen kerkje in een groene omgeving. Toch zou de immense bouwactiviteit errond wegcijferen een grove fout zijn aangezien het Sint-Jan-de-Doperkerkje net aan die werf zijn nieuwe leven dankt. Dat het kerkje een ontmoetingsplek en startpunt voor gegidste tochten zou worden, stond vast niet bovenaan het bestek. Met aandacht las ik het verslag van Otheo-reporter Ilse Van Halst en spontaan kwam bij me op: het kan dus dat een kerk zonder kerkenplan, ellenlange vergaderingen en discussies een waardevolle herbestemming in de schoot geworpen vindt? Misschien moeten we het meer eens aandurven een onverwachte kans te grijpen om verbinding te maken met de profane wereld. Het ziet er niet uit langs de binnenkant, ontdaan van alles wat een gebouw nodig heeft om kerk te zijn, maar het voormalige kerkje vervult een bijzondere roeping: het trekt mensen niet aan om ze binnen de muren te houden, maar is een plek geworden vanwaaruit mensen vertrekken op ontdekking in de wereld rondom. Een kerk die mensen op pad stuurt: mooi, toch?
Met tijd en boterhammen
Ine Pauwels over dit citaat
Als tiener las ik alles van Henri Van Daele wat ik in de bib te pakken kon krijgen. In Woestepet kwam dit spreekwoord voor: Met tijd en boterhammen. Ik herinner me nog dat ik de betekenis moest opzoeken: vanzelf, zonder dat je er echt moeite voor doet. Met de jaren ben ik dat spreekwoord beter gaan begrijpen. Mijn eerste jaren als pastor vond ik de vragen die ik stelde heel belangrijk. Soms was ik tijdens het gesprek heel hard aan het nadenken over wat een goede volgende vraag zou zijn; eentje die zeker niet nieuwsgierig zou overkomen en meteen naar diepgang zou peilen. Met de jaren heb ik leren zwijgen. Niets doen, luisteren, niet te veel vragen stellen. De ander laten vertellen, laten razen soms. Eens een stilte durven laten vallen. Ik merkte hoe de ander weer rustig werd, en heel vaak net doordat ik niets had gedaan.
