Aartsbisschop Terlinden publiceert werkdocument over evangelisatie in deze tijd
De tijd dat missie zich uitsluitend afspeelde in verre continenten, is voorbij. Volgens aartsbisschop Luc Terlinden begint zending vandaag hier, in onze eigen straten en parochies. Met het werkdocument Jullie zullen mijn getuigen zijn, gepubliceerd op 2 april 2026, zet hij het aartsbisdom Mechelen-Brussel op weg naar een grondige heroriëntering. ’We moeten evolueren van een pastorale aanpak gericht op ‘reproductie’ naar een missionaire pastoraal’, stelt de aartsbisschop duidelijk. Het gepresenteerde document is nadrukkelijk geen afgewerkt eindpunt. ‘Dit is nog slechts een werkdocument’, schrijft Terlinden. Alle gelovigen, groepen en parochies worden uitgenodigd om in een synodale geest mee te denken, te onderscheiden en prioriteiten te formuleren voor de toekomst van de kerk in ons land.
Het dalende aantal priesters daagt ons uit om de gaven (charisma's) van élke gedoopte te erkennen.
Aartsbisschop Terlinden
De aartsbisschop begint met een heldere en realistische analyse. Het christendom heeft in onze multiculturele samenleving zijn vanzelfsprekende plaats én zijn quasi-monopolie op zingevingsvragen verloren. De Kerk deelt het levensbeschouwelijke veld vandaag met andere religies en overtuigingen, en is ook zélf diverser geworden door de komst van christenen uit andere culturen.
Toch is dat volgens hem absoluut geen reden tot pessimisme of heimwee naar een geïdealiseerd verleden. Integendeel: ’De tijd die onze Kerk vandaag doormaakt is, ondanks moeilijkheden en beproevingen, tegelijk een tijd van genade’, klinkt het hoopvol. Niet nostalgie, maar herbronning dringt zich op: terug naar de wortels van het evangelie en naar christen-zijn als een bewuste vrije keuze. Als leidraad kiest Terlinden opvallend vaak voor het bijbelboek de Handelingen van de Apostelen. De eerste christenen hadden geen kant-en-klaar plan, maar leerden al doende, vaak via crisissen en onverwachte wendingen, wat hun zending inhield. Hij nodigt iedereen uit het boek te herlezen.
Het verhaal van Petrus en de Romeinse officier Cornelius is daarbij een sleuteltekst. Pas in de gastvrije ontmoeting met deze 'vreemde' ander ontdekte Petrus dat Gods Geest alle grenzen doorbreekt. Missionair zijn begint dus bij fundamentele openheid: voor mensen, voor het onverwachte, en voor het initiatief van de Geest.
Pijn en onverwachte hoop tegelijk
Het document verzwijgt de huidige moeilijkheden niet. Het benoemt eerlijk het tekort aan priesters en vrijwilligers, de ontmoediging bij trouwe gelovigen en de uiterst pijnlijke crisis rond misbruik in de Kerk, die ons blijft oproepen tot inzet voor slachtoffers en preventie.
Tegelijk ziet Terlinden onmiskenbare tekenen van hoop. Bedevaartplaatsen trekken nieuwe generaties aan, online religieuze zoektochten floreren en het aantal (jong-)volwassenen dat zich voorbereidt op het doopsel (catechumenen) stijgt aanzienlijk. Mensen vinden vaak langs volstrekt onverwachte wegen de Kerk. De aartsbisschop citeert hierbij treffend de Franse kardinaal Jean-Marc Aveline: ’We hadden wel alles voorzien aan de voordeur, maar velen kwamen binnen via het raam!’
De vernieuwing van de Kerk ligt niet in de eerste plaats in het herschikken van structuren, waarschuwt de aartsbisschop, maar in een terugkeer naar de Bron. ’De kerk is niet geroepen zichzelf te redden, we zijn geroepen om steeds meer één te worden met Jezus.’
Zonder die diepe verankering in gebed, de eucharistie en het doopsel, blijft missionair spreken hol.
Vijf bakens voor een missionaire kerk
Het werkdocument vertaalt deze visie in een aantal duidelijke oriëntaties. Vijf bakens tekenen de richting uit voor parochies en gemeenschappen:
1. Gastvrijheid zonder proselitisme
Missionair zijn begint bij onbaatzuchtige nabijheid en respect. ’Elke vorm van proselitisme – elke druk om iemand te verplichten tot geloof in Christus – moet worden afgewezen’, benadrukt Terlinden. We moeten bereid zijn te geven, maar ook te ontvangen en te leren van wie niet gelooft.
2. De armen evangeliseren ons.
Dit sluit aan bij de recente tekst van paus Leo XIV over vriendschap met de armen. Zorg voor kwetsbaren is geen randthema of iets dat we louter uitbesteden aan organisaties. Het raakt het hart van het evangelie. In de ontmoeting met armen leert de kerk zelf opnieuw wat geloven is, want, zo citeert het document Vincentius a Paulo: ’De armen zijn onze meesters.’
3. Verkondiging vanuit het hart van het geloof
Wanneer we spreken over ons geloof, moet het 'kerygma' centraal staan: de onvoorwaardelijke, persoonlijke liefde van God die zich in Jezus toont. De Bijbel, en niet onze eigen theorieën, is daarin onmisbaar.
4. Groeien in geloof kost tijd
Het catechumenaat (het voorbereidingstraject van volwassen dopelingen) moet het model worden voor álle catechese. Geloof is geen snelle eenmalige overdracht, maar een weg. Zoals het leren van een nieuwe taal, vraagt inwijding in geloof, liturgie en gemeenschapsleven tijd en begeleiding.
5. Scholen van gebed en nieuw leiderschap
Levendige gemeenschappen moeten ware scholen van gebed worden. Tegelijkertijd daagt het dalende aantal priesters ons uit om de gaven (charisma's) van élke gedoopte te erkennen. Dit verandert ook de rol van de pastoor: hij is niet langer de 'prêtre-pivot' (de spil waar alles om draait), maar wordt een 'prêtre-passeur' (een herder die faciliteert zodat anderen hun talenten ten volle kunnen inzetten).
'De kerk ís missie'
Een kernzin aan het einde van het document vat alles treffend samen: 'De kerk doet niet aan missie, ze ís missie.' Liturgie, diaconie, catechese en het kerkelijk bestuur staan in dienst van de verkondiging van het evangelie. Dat vraagt om keuzes, en soms om afscheid nemen van bepaalde structuren en de drang om overal aanwezig te willen zijn. 'Maar we kunnen geen afscheid nemen van de vreugde van het evangelie en van de verkondiging ervan!'
Parochies, groepen en raden worden uitgenodigd om het werkdocument te bespreken en ten laatste op 10 oktober 2026 te reageren op vier vragen:
- wat raakt u
- wat moet dieper uitgewerkt worden
- wat ontbreekt er
- wat zijn de absolute prioriteiten?
Op basis van deze inbreng zal er bij de start van de advent een definitieve pastorale brief volgen. Misschien is dat wel de diepste kern van deze oproep: niet meteen nieuwe strategische plannen uittekenen, maar luisteren. Naar elkaar, en vooral naar de Geest die vandaag nog net zo verrassend waait als in de begindagen van de kerk. (TD)





