Deken Brussel reageert: ‘Een kerststal met zombies is precies wat we wilden laten zien’
Benoît Lobet is deken van de pastorale eenheid Brussel-Centrum. In die hoedanigheid was hij nauw betrokken bij de keuze van de kerststal op de Grote Markt. Voor hem doet de opstelling op geen enkele manier afbreuk aan de christelijke waarden, integendeel: de figuren van gerecycleerd textiel verwijzen naar de kwetsbare mensen die tijdens de kerstdagen de straten van onze steden bevolken. En doordat ze geen gezicht hebben, kan iedereen zich in de kerststal herkennen. Christophe Herinckx, journalist bij CathoBel, sprak met de deken.
De figuren van gerecycleerd textiel verwijzen naar de kwetsbare mensen die tijdens de kerstdagen de straten van onze steden bevolken.
Deken Benoît Lobet
De kerststal is gemaakt door kunstenares Victoria-Maria. Hoe is het project ontstaan?
Benoît Lobet: ‘Eigenlijk heel eenvoudig. De burgemeester van Brussel, Philippe Close, vroeg ons om een nieuwe kerststal te ontwerpen, omdat de oude helemaal versleten was. Hij wilde de kerkelijke autoriteiten bij het project betrekken. In eerste instantie kwam aartsbisschop Luc Terlinden naar een vergadering die was georganiseerd door de burgemeester, bisschop Jean-Luc Hudsyn en mijzelf. Vervolgens liet de aartsbisschop het aan Jean-Luc Hudsyn en mij over om mee te beslissen over de keuze van de toekomstige kerststal.
Er werd een aanbesteding uitgeschreven, gevolgd door een wedstrijd, en op het einde daarvan hebben we samen met de stadsautoriteiten de betreffende kerststal geselecteerd. Dat is dus op een volkomen ‘reglementaire’ manier gebeurd.’
Wat is de betekenis van de kerststal? Wat wilde de kunstenaar ermee overbrengen?
Lees ook
‘Ik wil eerst benadrukken dat interieurarchitecte Victoria-Maria een praktiserend katholiek christen is. Er werd namelijk al gezegd dat ze salafistisch en moslim zou zijn, wat volkomen onjuist is. Ze is hier in Brussel parochielid, gaat elke zondag naar de mis en stuurt haar kinderen naar de catechese. Dat was trouwens ook een criterium voor ons: dat de kunstenaar die de kerststal zou maken, christelijk moest zijn.
Wat het werk zelf betreft, was ze gevoelig voor de geschiedenis van de textielindustrie in België, en met name voor de geschiedenis van de lappenpoppen. Ze wilde dat er een verband zou zijn met die dimensie. Het idee om gebruikte en gerecycleerde stoffen te gebruiken en op een bepaalde manier te ordenen, toont de kwetsbaarheid van de mensen in de kerststal. Maria en Jozef werden overal verdreven en zochten daar hun toevlucht. Tegelijkertijd gaf de stijl van het werk een idee van hun nobelheid, aangezien die kwetsbaarheid wordt bewoond door God zelf in de geboorte van Jezus. We vonden dat een heel aantrekkelijk idee.’
Wanneer er geen gezichten zijn, dwing je de toeschouwer een beetje om de gebeurtenis van de kerststal mee te creëren, om er zelf aanwezig te zijn.
Waarom hebben jullie ervoor gekozen om de personages geen gezichten te geven?
‘We hebben daarover gediscussieerd en kwamen al snel overeen dat het beter was om ze geen gezicht te geven, zodat iedereen zijn eigen gezicht – en daarmee zijn eigen verhaal – op de personages kan projecteren. We hadden ook gezichten in verschillende kleuren kunnen geven – wit, zwart, geel ... – maar nu kan iedereen zich erin herkennen.
Het gezicht van God is te zien in dat van het Kindje Jezus, maar ook in alle mannen en vrouwen die naar de kerststal kijken. Het idee is ook dat wanneer er geen gezichten zijn, dat de toeschouwer een beetje dwingt om de gebeurtenis van de kerststal mee te creëren, om er zelf aanwezig te zijn. Dat is wat de kunstenaar wilde doen. Je kunt deze creatie natuurlijk niet mooi of zelfs lelijk vinden, iedereen mag zijn eigen mening hebben.’
Met Kerstmis in zicht willen we eraan herinneren dat er zo'n 9.000 mensen op straat slapen in de hoofdstad, onder wie ook kinderen.
Sommige politici hebben gezegd dat deze kerststal ‘onze waarden verloochent’. Wat is uw antwoord op die kritiek?
‘Ik denk dat het juist het tegenovergestelde is. Als ik de heer Bouchez hoor zeggen dat hij in de figuren iets ziet dat lijkt op de zombies rond het Zuidstation, dan bewijst hij ons een dienst, want dat is precies wat we wilden laten zien. We wilden de grote kwetsbaarheid laten zien die in grote steden als Brussel heel belangrijk is en overal op straat te zien is. We wilden met Kerstmis eraan herinneren dat er zo'n 9.000 mensen op straat slapen in de hoofdstad, onder wie ook kinderen. De kwetsbaren helpen, dat zijn de christelijke waarden. Zeker in deze periode.’
Interview door Christophe Herinckx






