Dertien keer heen en weer: Hakendover pelgrimeert op 16 januari het populaire Dertienmaal
Voor de inwoners van Hakendover is 16 januari geen gewone winterdag. Jaar na jaar trekken dan honderden bedevaarders op voor het Dertienmaal. Elk heeft zo zijn of haar eigen reden om zich mee in te schrijven in de eeuwenoude traditie. ‘Ik doe het uit een soort van bijgeloof sinds mijn dochter is aangereden,’ zo vertelde bedevaarder Luc Buysmans twee jaar geleden aan Radio2.
Het Dertienmaal is een bedevaart waarbij pelgrims dertien keer de weg afleggen tussen de kerk van Hakendover en de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen in Grimde, goed voor zo’n veertig kilometer. De deelnemers worden dan ook niet voor niets Dertienmaalgangers genoemd.
De dertiende werkman
De oorsprong van het Dertienmaal gaat terug op een legende. Aan het einde van de zevende eeuw zouden drie maagden een kerk hebben willen bouwen in Hakendover. De bouwwerken gingen van start, maar telkens werd ’s nachts afgebroken wat er de dag voordien door de arbeiders was gemetseld. Ten einde raad vroegen de maagden raad aan God. In het putje van de winter kwam een engel langs die hen leidde naar de plek waar God zijn kerk wilde bouwen. Ondanks de winter en de sneeuw stond de plaats in volle bloei. In een boom zat een vogel met een brief van God in zijn bek: ‘Op deze plaats wil ik mijn kerk bouwen.'
De dertiende werkman was geen gewone arbeider, maar God zelf.
De kerk van Hakendover zou uiteindelijk gebouwd zijn door dertien metselaars. De dertiende was echter geen gewone arbeider, maar God zelf, de Goddelijke Zaligmaker. Vandaar dat de kerk van Hakendover vandaag de naam ‘Goddelijke Zaligmaker’ draagt. En de bedevaart die er jaarlijks uittrekt, vereert dus deze Goddelijke Zaligmaker.
Waarom op 16 januari?
Traditioneel startte de bedevaart in de nacht van 16 op 17 januari, maar de dag van vandaag trekken de wandelaars er meestal op 16 januari op uit. Waarom net die twee data werden gekozen, blijft onderwerp van discussie.
Sommigen verwijzen naar de legende en stellen dat de engel de maagden op de ‘dertiende dag na Driekoningen’ naar de bouwplaats van de kerk leidde. Anderen wijzen op Sint-Antonius, wiens feestdag op 17 januari valt. Deze Antonius is afgebeeld op het middeleeuwse Driemaagdenretabel in de kerk.
Volgens historici ligt de verklaring waarschijnlijk eenvoudiger: het Dertienmaal vindt plaats in de week voor Hakendoverwijn, het feest van de kerkwijding. In de middeleeuwen kende elk dorp twee grote feesten: dat van de patroonheilige (in Hakendover is dat God zelf, gevierd met Pasen) en dat van de kerkwijding. Die kerkwijding zou dan op 17 januari hebben plaatsgevonden.
Waarom naar Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen?
Ook de bestemming van de tocht is omgeven door verhalen. Volgens mondelinge overlevering zouden de drie maagden van Hakendover begraven liggen onder de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen.
Historicus Kris Merckx plaatst kanttekeningen bij de bestemming. ‘De kapel heette tot in de 17de eeuw geen Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen, maar Sint-Mauruskapel,’ zo legt hij uit aan Het Nieuwsblad. ‘Ze maakte deel uit van een leprozerie, een plek waar melaatsen werden verzorgd. Pas later werd ze omgedoopt, onder meer om aan te sluiten bij het succes van Scherpenheuvel tijdens de contrareformatie.’
Belangrijker nog: tot aan de Franse Revolutie liep het Dertienmaal niet tot aan deze kapel, maar tot aan het klooster van de Wittevrouwen in Grimde.
Een tocht geboren uit verwoesting
De diepere wortels van het Dertienmaal liggen in een dramatische episode uit de 15de eeuw. In 1489 werd Tienen ingenomen door Maximiliaan van Oostenrijk. Hakendover en Wulmersum werden geplunderd en verwoest. Volgens de legende schonken de kanunniken van de Sint-Germanuskerk in Tienen daarop een kruisbeeld aan de verwoeste kerk van Hakendover.
Tijdens de processie werd halt gehouden aan een rustaltaar bij het Wittevrouwenklooster in Grimde. Daar, zo vertelt het verhaal, bleek het kruisbeeld onmogelijk nog op te tillen. De dragers besloten dat het beeld dus daar vereerd wilde worden. Zo ontstond een bedevaart naar de gekruisigde Zaligmaker.
Na de afschaffing van het klooster in 1798 en verschillende omzwervingen van het kruisbeeld, werd de tocht ingekort tot aan de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Steen, waar ze vandaag nog steeds eindigt.







