Hoe deze Mariakapel ontstond dankzij gevloek in de plaatselijke herberg
Niet bepaald een vrome naam voor een religieus gebouw: de 'kus mijn kl****-kapel' (Leck-mich-am-Arsch-Kapelle). Hoe komt het dat de Banneuxkapel in Eynatten-Lichtenbusch, pal op de groene grens tussen België en Duitsland, die weinig flatterende volksnaam kreeg?
Het verhaal begint in 1933 in Banneux onder Luik, op 40 minuten rijden van Eynatten-Lichtenbusch. Daar verscheen Maria volgens de overlevering acht keer aan een elfjarig meisje en stelde zich voor als de 'Maagd der Armen'. Het was het hoogtepunt van de Grote Depressie van de jaren dertig.
In 1967 maakte de pastoor van Eynatten, Leon Dederichs, een pelgrimstocht naar Banneux en bracht een mooi Mariabeeldje mee terug. Maar waar moest dat komen te staan? Geld voor een kapel was er niet.
De eigenaar van de plaatselijke herberg aan de Raerener Straße, Max Schumacher, bood Maria tijdelijk onderdak. Dus toch plaats in de herberg voor Maria!
Een keer vloeken: 1 mark of 20 frank
Maar Schumacher had nog goede ideeën. Als er geen geld voor een kapel was, dan moest je geld verzamelen. Nu zouden we aan crowdfunding doen. Eind jaren zestig plaatste Schumacher een spaarpot in zijn restaurant.
Daarbij was hij vindingrijk om die gevuld te krijgen: wie vloekte in zijn herberg moest voortaan 1 mark of 20 frank (een halve euro) in de pot doen. De gasten vonden het gelukkig geestig en bleven er lustig op los vloeken.
Al snel barstte het spaarvarkentje uit zijn voegen en in 1968 kreeg de Banneuxkapel een plaatsje aan de rand van het Lichtenbuscher bos. De vele dankplaten tonen dat de bewoners hun kapel en Maria in de armen sloten. Dan is hun die oneerbiedige bijnaam vergeven.
Bronnen: Katholisch (Duits)








