Officieel onderwijs behoudt twee uur godsdienst of zedenleer
Op maandag 2 februari bereikte de Vlaamse regering een akkoord over de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs. Er blijven twee lesuren voorzien voor de erkende godsdiensten en levensbeschouwingen, tegelijk wordt de organisatie ervan soepeler en krijgen directies meer flexibiliteit.
Opmerkelijk, want in de laatste week was nog niet duidelijk of er misschien een uur godsdienst/zedenleer kon sneuvelen voor een nieuw in te richten vak interlevensbeschouwelijke dialoog. Sommigen bepleiten de volledige afschaffing van de twee uren, maar dat is ongrondwettelijk. In het Vlaams parlement zei minister van onderwijs Zuhal Demir (N-VA) dat er vooral 100 miljoen bespaard moet worden en dat er diverse scenario’s voorlagen.
Zuhal Demir: ‘De essentie van al die scenario’s is dat we de levensbeschouwelijke vakken sowieso anders gaan moeten organiseren, met grotere klasgroepen, graadklassen, met meer flexibiliteit aan de scholen, en daarmee heb je eigenlijk al heel wat bespaard. Vandaag wordt er binnen de kleinere levensbeschouwingen aan zeer kleine groepen lesgegeven. Organisatorisch hoor ik toch ook van scholen dat dit bijzonder moeilijk is. Het opsplitsen van telkens een handvol leerlingen in aparte lessen gaan we wel stoppen.’
Er is veel gediscussieerd geweest langs ideologische breuklijnen, waardoor sommigen voor een ‘schoolstrijd’ vreesden.
Gertjan Monteyne
Voor de juistheid: het gaat hier om de scholen van het officiële net (georganiseerd door GO!, gemeenten of provincies) waar ouders kunnen kiezen welk levensbeschouwelijk vak de leerling zal volgen. In het katholiek onderwijs volgen alle leerlingen het vak godsdienst.
In het officiële onderwijs is rooms-katholieke godsdienst niet de grootste gekozen levensbeschouwing. Enkele cijfers. In het basisonderwijs van de drie officiële inrichters volgen er 62.000 leerlingen zedenleer (NCZ), 54.000 rooms-katholieke godsdienst en 44.000 islam. De andere levensbeschouwingen (Israëlitisch, protestants, orthodox, anglicaans…) staan voor veel kleinere aantallen. In het gewone secundair onderwijs volgen 63.000 leerlingen NCZ, 37.000 islam en 30.000 rooms-katholieke godsdienst.
De Vlaamse Regering wijzigt principieel diverse onderwijsdecreten met het oog op de verbetering van de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken door scholen meer flexibiliteit te bieden en door een administratieve vereenvoudiging bij de aanstelling van een leerkracht levensbeschouwelijke vakken.
Er wordt dus niet geraakt aan het recht van elke ouder om te kiezen voor levensbeschouwelijk onderricht in één van de erkende levensbeschouwingen of niet-confessionele zedenleer. Wel wordt gezorgd voor een meer rationele financiering, grotere klasgroepen, graadklassen en andere verdeelnormen.
'Inhoudelijk verandert er niets'
Er moet op het hoogste niveau onderhandeld zijn geweest. Hilde Crevits (CD&V), viceminister-president van de Vlaamse Regering, reageerde snel op sociale media: ‘Als partij hebben we de voorbije weken voet bij stuk gehouden en nu ook een akkoord bereikt met de coalitiepartners: voor elk kind 2 uur levensbeschouwing behouden in ons onderwijs. Uit overtuiging. Onderwijs mag voor ons nooit staatspedagogie worden. Ouders moeten het recht hebben om hun kinderen in te schrijven in een pedagogisch project naar keuze. En daar hoort ook het grondwettelijk recht op een levensbeschouwing bij. Die uren dragen bij tot de brede maatschappelijke vorming en persoonlijke ontwikkeling van onze jongeren. Ze ‘geven zin’ en ‘beschouwen het leven’. En dat is in deze hectische tijden zeker geen overbodige luxe.’
Gertjan Monteyne, coördinerend inspecteur-adviseur r.-k. godsdienst, hoopt dat de rust onder de leerkrachten nu hersteld wordt. ‘De voorbije maanden leefde er grote onzekerheid bij de leerkrachten van de levensbeschouwelijke vakken. Velen vroegen zich af wat de toekomst hen zou brengen. Er leefden veel vragen over de suggesties die de ronde deden. Hoe groot zouden de klasgroepen worden? Wie zou welke uren krijgen? Belangrijk is dat de twee lesuren behouden blijven. Dat is een grote geruststelling.’
Er komt wel een administratieve vereenvoudiging: tot nu moest een leerkracht van levensbeschouwelijke vakken niet alleen een mandaat hebben van de bevoegde instantie, maar ook een voordracht voor de uren krijgen. Dat laatste verdwijnt nu en wordt vervangen door een eenmalig visum.
Monteyne: ‘Er is veel gediscussieerd geweest langs ideologische breuklijnen, waardoor sommigen voor een ‘schoolstrijd’ vreesden. De minister wil 100 miljoen besparen op de levensbeschouwelijke vakken, maar inhoudelijk verandert er niets. Men wil graadleerplannen, maar voor de katholieke godsdienst hebben we ze al. De kleinere levensbeschouwelijke groepen blijven hun grondwettelijk recht behouden hun levensbeschouwelijk vak te kiezen. Dat zijn soms maar een paar leerlingen, maar dat verandert dus niet.’ (EDS)