Paus in brief aan ‘atheïst die van God houdt’: ‘De vraag is niet wat je gelooft, maar wat je zoekt’
'Heilige Vader, ik wil u om raad vragen', zo schrijft Rocco. 'Hoe is het mogelijk dat ik mezelf als atheïst beschouw en tegelijk van God hou? Of maak ik mezelf wijs dat ik atheïst ben en ben ik eigenlijk een Godzoeker?'
Daarbij stuurt hij dit gedicht, met als titel Een atheïst die van God houdt.
'Ik observeer de natuur, met aandacht voor elke evolutie
Het opgaan van de zon, en zijn zakken tot aan de horizon
De hemel vol sterren en het mysterie van de harmonie
Ik geloof dat ik niet geloof, absoluut zeker van het niets
Blijf ik verlangen naar God
Mijn drama is God!
Mijn onrust is God!
Een atheïst die houdt van God!'
De brief van Rocco kwam in het tijdschrift Piazza San Pietro terecht, samen met een antwoord van paus Leo XIV.
Je kunt geloven dat je gelooft en toch niet het aangezicht van God zoeken, Hem niet liefhebben. En net zozeer kun je geloven dat je niet gelooft en toch vurig zijn aangezicht zoeken en van Hem houden zoals u.
Paus Leo XIV
Ook Sint-Augustinus worstelde in zijn zoektocht naar God
Paus Leo XIV antwoordt: ‘Wat je schrijft, deed me onmiddellijk denken aan wat mijn geliefde vader Sint-Augustinus schreef in zijn Confessiones: Jij was in mij, en ik was buiten. En daar zocht ik Jou. Deze woorden volstaan om u te zeggen dat wie van God houdt en hem oprecht zoekt, niet atheïstisch kan zijn.’
‘Diverse hedendaagse theologen’, zo gaat de paus verder, ‘helpen ons na te denken over hoe belangrijk het is om God te zoeken in het leven. Ja, want het echte probleem van het geloof is niet geloven of niet geloven in God, maar Hem zoeken! Hij laat zich vinden door het hart dat Hem zoekt, en misschien is het juiste onderscheid niet zozeer dat tussen gelovigen en niet-gelovigen, maar tussen zoekers en niet-zoekers van God. Je kunt geloven dat je gelooft en toch niet het aangezicht van God zoeken, Hem niet liefhebben. En net zozeer kun je geloven dat je niet gelooft en toch vurig zijn aangezicht zoeken en van Hem houden zoals u.’
En hij besluit: ‘Kijk, Rocco, we verlangen allemaal naar de Liefde, we zijn allemaal Godzoekers. En hierin ligt net de waardigheid en schoonheid van ons leven.’ (LW)