Paus Leo XIV roept curie op tot missionaire geest en echte gemeenschap
Structuren mogen de voortgang van het Evangelie niet belemmeren of vertragen.
Paus Leo XIV
Geïnspireerd door zijn 'geliefde voorganger paus Franciscus' vroeg hij de curieleden om werk te maken van een meer missionaire geest en te getuigen van echte gemeenschap.
Missie boven bureaucratie
Zoals God uit zichzelf is uitgegaan om ons te zoeken in Christus, zo moeten curie en Kerk van zichzelf uitgaan naar de mensen en de wereld.
'Structuren mogen de voortgang van het Evangelie niet belemmeren of vertragen, noch de dynamiek van de evangelisatie hinderen. Integendeel, we moeten ze meer missiegericht maken. (…) We hebben een steeds missionairdere Romeinse curie nodig, waarin instellingen, ambten en taken worden opgevat in het licht van de grote kerkelijke, pastorale en maatschappelijke uitdagingen van vandaag, en niet louter om de gewone administratie te waarborgen.'
Gemeenschap boven starheid, ideologie en conflicten
Missie is op een indringende manier verbonden met gemeenschap, zei paus Leo, die de Kerk opriep om 'een teken te zijn van een nieuwe mensheid – niet langer gebaseerd op zelfzucht en individualisme, maar op wederzijdse liefde en solidariteit'.
Gemeenschap vormen blijft binnen de Kerk een uitdaging, erkende de paus. Hij waarschuwde voor twee extremen: 'uniformiteit die geen waarde hecht aan verschillen, of het verergeren van verschillen en standpunten in plaats van het zoeken naar gemeenschap'. Er bestaat altijd 'het risico te vervallen in starheid of ideologie, met de daaruit voortvloeiende conflicten'.
Dat risico bedreigt niet alleen de Kerk, maar de hele wereld, zei de paus, die verwees naar 'onenigheid, geweld en conflicten' en een 'toename in agressie en woede, vaak uitgebuit door zowel de digitale wereld als de politiek'.
Bekering tot vriendschap
De Kerk kan in de wereld 'het gist zijn van universele broederschap tussen verschillende volkeren, religies en culturen', maar alleen 'als we zelf als broeders en zusters leven en het licht van de gemeenschap in de wereld laten schijnen'.
Hij daagde de curieleden persoonlijk uit met de indringende vraag: 'Is het mogelijk om vrienden te zijn in de Romeinse Curie?' Dat vereist 'een persoonlijke bekering, zodat de liefde van Christus, die ons tot broeders en zusters maakt, kan doorschijnen'.
'Te midden van de dagelijkse sleur is het een genade om betrouwbare vrienden te vinden, waar maskers afvallen, niemand wordt gebruikt of aan de kant geschoven, oprechte steun wordt geboden en ieders waarde en bekwaamheid worden gerespecteerd, waardoor wrok en ontevredenheid worden voorkomen.'
Met zijn oproep tot missionaire inzet en broederlijke vriendschap legt paus Leo XIV de lat hoog voor het dagelijkse functioneren van de Romeinse curie. De hervorming die hij voor ogen heeft, blijft niet steken bij structuren of procedures, maar raakt de kwaliteit van de relaties die het kerkelijk handelen dragen.