Proces tot zaligverklaring van de Brugse zuster Agathe Verhelle feestelijk ingezet in Brazilië
Het Instituut van de Religieuzen van de Christelijke Onderwijs zegt je misschien weinig, maar misschien doet ‘Dames van het Christelijk Onderwijs’ of afgekort IDCO nog wel een belletje rinkelen. Dan denk je aan de uniformschool die tot 2018 in de Antwerpse Lange Nieuwstraat huisde: lichtblauw hemdje, grijze plooirok.
De zustercongregatie achter 'De Dames' werd gesticht door de Brugse Agathe Verhelle in 1823. Twee jaar geleden vierde de congregatie haar 200-jarig bestaan in Luik. Daar werd toen ook de herverkiezing van Eulalia Maria als generale overste gevierd.
Het zwaartepunt van de congregatie ligt vandaag in Brazilië. De generale overste, zelf Braziliaanse, is een van de drijvende krachten achter het zaligverklaringsproces van de Belgische stichteres. In maart werd Agathe Verhelle uitgeroepen tot Dienares van God. Op 22 juni werd de officiële opening van haar zaak officieel ingezet door aartsbisschop Paulo Jackson van Olinda en Recife en postulator kapucijn Jociel Gomes.
Lees ook
De ceremonie vond plaats in de kapel van het Damas College in Recife. Een historische commissie en een college van kerkelijke functionarissen zijn aangesteld om documenten, getuigenissen en bewijzen te verzamelen die de heldhaftige deugden en de reputatie van heiligheid van Moeder Agathe kunnen evalueren. De postulator nodigt ook iedereen uit die genaden of gunsten heeft ontvangen door bemiddeling van Moeder Agathe, om deze officieel te melden bij de congregatie of het aartsbisdom.
Na de ceremonie volgde een dankmis, waarbij werd benadrukt dat het getuigenis van Moeder Agathe blijft inspireren tot de educatieve en evangeliserende missie van de congregatie, vooral onder de jeugd.
Wie was Moeder Agathe Verhelle?
Geboren in 1786 in België, stichtte Moeder Agathe Verhelle in 1823 het Instituut van de Religieuzen van het Christelijk Onderwijs, met als missie jongeren te onderwijzen, te evangeliseren en te vormen. Als vrouw van geloof en moed richtte ze in slechts 15 jaar tijd zeven gemeenschappen op in België, voordat haar werk zich verspreidde over Europa, Latijns-Amerika en Afrika. Ze overleed in 1838 en liet een levendig spiritueel en educatief erfgoed na, gedragen door religieuzen en leken die haar missie wereldwijd voortzetten.








