Waarom de beschuldigingen van Willy Claes zéér onwaarschijnlijk zijn
Wie is Willy Claes?
De Limburger Willy Claes was een sleutelfiguur in de socialistische partij (nu Vooruit) in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij was partijvoorzitter, volksvertegenwoordiger en verschillende keren minister, onder meer van Buitenlandse Zaken onder premier Jean-Luc Dehaene (1992-1994). Van oktober 1994 tot oktober 1995 was hij secretaris-generaal van de NAVO.
Wat was de Agusta-affaire?
Het Agustaschandaal was een grote corruptiezaak rond de aankoop van Agusta-gevechtshelikopters in 1988. Agusta betaalde miljoenen Belgische frank aan politici van PS en SP om het contract goedgekeurd te krijgen. Claes ontkende zijn betrokkenheid, maar trad in oktober 1995 onder druk af als NAVO-topman.
In 1998 bevestigde het Hof van Cassatie het arrest in beroep dat hem veroordeelde tot drie jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, ontheffing voor vijf jaar uit zijn burgerrechten en een geldboete van 60.000 frank (1.500 euro). Claes stapte nog naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar kreeg ook daar ongelijk. Sindsdien voelt hij zich slachtoffer van een samenzwering — dat is de toon van zijn nieuwe boek Wat ik nog kwijt wil.
Lees ook
Waarom vroeg Claes een audiëntie bij de paus?
Op 10 oktober 1994 trad Claes aan als secretaris-generaal van de NAVO. In het boek beweert hij dat een van zijn eerste dossiers over Congo ging. ‘Als eerste stap nam ik contact op met kardinaal Godfried Danneels, en tijdens een gesprek legde ik hem uit wat de bedoeling was: dat het nodig was Mobutu te vervangen door Monsengwo, maar dat ik de toelating nodig had van de paus. Ik vroeg Danneels of hij voor mij een audiëntie kon regelen. Danneels zei: ‘Ik vind het een uitstekend idee en ik zal zo’n afspraak regelen. Maar ik moet u waarschuwen: ik ben niet zeker’ – en ik zal nooit vergeten hoe hij het formuleerde – ‘dat mijn baas akkoord zal gaan.’ (blz.14 in Claes' boek)
Wat beweert Claes over zijn audiëntie bij de paus?
Volgens Claes zei Johannes Paulus II dat Mobutu hem veel te grote diensten had bewezen om hem zomaar weg te zenden. Het zou gaan om wapenleveringen met de bedoeling om de communisten te stoppen. ‘En zo’n trouwe bondgenoot gaan wij nu afdanken? Is dat onze dank aan die man? We moeten hem eren, ook al is hij zwaar ziek. Nee, voor mij blijft hij de president.’ En de audiëntie was voorbij.’ (blz. 14)
Klopt dit? Het Vaticaan heeft de vraag om kardinaal Monsengwo aan de macht te brengen inderdaad afgeblokt. Sinds de late negentiende eeuw is Rome gekant tegen priesters, en zeker bisschoppen en kardinalen, die een regeringsfunctie uitoefenen.
Steunde de Kerk openlijk Mobutu?
De goede betrekkingen in Congo tussen Staat en Kerk begonnen te verslechteren tijdens de lange ambtsperiode van dictator Mobutu Sese Seko, die onder andere in de vroege jaren 1970 de nationalisatie van katholieke scholen en universiteiten afdwong. Dit beleid leidde tot spanningen met het Congolese episcopaat, een uitgesproken criticus van Mobutu's autoritaire en corrupte regime. De spanningen en intimidatie tegen de Kerk hielden aan, zelfs nadat Mobutu gedwongen werd terug te komen op de nationalisatie van scholen, en na de twee apostolische reizen van paus Johannes Paulus II in de jaren 1980. Congolese bisschoppen bleven kritiek uiten op de aanhoudende corruptie, het geweld en de misstanden.
Wat was de rol van Monsengwo?
De Congolese bisschoppenconferentie speelde in de laatste jaren van het regime van Mobutu een sleutelrol in de opening naar meer democratie. Van 1991 tot 1996 was Laurent Monsengwo Pasinya, toen aartsbisschop van Kisangani, voorzitter van de Nationale Conferentie, die de overgang naar de democratie moest voorbereiden. Dat initiatief werd uiteindelijk doorkruist door de rebellie in het oosten van het land, die leidde tot de machtsovername van Laurent-Désiré Kabila. Monsengwo probeerde te bemiddelen, maar dat mislukte.
Gezien deze spanningen is het zeer onwaarschijnlijk dat de paus Mobutu zou hebben gesteund.
Kon het Vaticaan Belgische rechters onder druk zetten?
Volgens Claes was de zaak-Agusta een aanval tegen hem vanwege het Vaticaan. ‘Tegen het Vaticaan kon zelfs Washington niks beginnen.’ (blz. 14)
Aan VRT zeiden zowel Emmanuel Van Lierde als Rik Torfs dat ze zich dit niet kunnen inbeelden en dat dit op een complottheorie lijkt. ‘We leven in een tijd dat zulke theorieën succesvol zijn.’
De Standaard toonde aan dat Claes de figuren van Jacques Velu en Eliane Liekendael negeert: allebei telgen van de ULB, een vrijzinnige universiteit. Velu was als procureur-generaal van het Hof van Cassatie verantwoordelijk voor de doorverwijzing van Claes, zijn opvolger Liekendael fungeerde als aanklager. Velu was tot 1991 hoogleraar aan de ULB. Dat hij zou dansen naar de pijpen van de Heilige Stoel is ridicuul.
Wat blijft er overeind van zijn beweringen over wapentrafiek en het Vaticaan?
Dat Johannes Paulus II een wapentrafiek zou georganiseerd hebben naar Angola, is volstrekt in tegenspraak met alles wat de Poolse paus zei tijdens zijn bezoek aan Angola van 4 tot 10 juni 1992. (Zie de teksten op www.vatican.va), waar hij de strijdende partijen opriep tot verzoening. Ondanks het vredesakkoord, dat een einde maakte aan de burgeroorlog, en de overgang van de marxistische economie naar een democratisch systeem, trof de paus een land aan waar nog steeds spanningen heersten. De wapens waren nog steeds in handen van de rivaliserende partijen die in de burgeroorlog tegen elkaar vochten. De paus riep op tot nationale verzoening.
Claes ontmoette de paus nadien en zei: ‘Hij was zeer specifiek, en noemde zelfs de naam van de basissen waarlangs de wapenleveringen plaatsvonden. Hij kende het dossier tot-en-met.’
Inderdaad, want de paus was enkele maanden eerder in Angola geweest en deed er een vredesoproep. Meermaals veroordeelde de paus wapenhandel. In mei 1995 deed hij dat heel expliciet in een lange speech voor Pax Christi: ‘Geen enkele vorm van geweld kan conflicten tussen individuen of landen oplossen, want geweld lokt geweld uit. Het zou gepast zijn om wapenproducerende landen te herinneren aan hun morele verantwoordelijkheid, met name in hun uitwisselingen met ontwikkelingslanden, waar te veel belang wordt gehecht aan de wapenlevering, waardoor deze landen zwaar in de schulden raken in plaats van hen te helpen hun eigen hulpbronnen en internationale hulp te gebruiken voor menselijke vooruitgang.’
Conclusie
Feit is dat Claes veroordeeld werd in de Agusta-affaire. Er zijn geen aanwijzingen dat Johannes Paulus II betrokken was bij wapentrafiek, integendeel: hij was er een groot tegenstander van. Claes baseert zich op herinneringen, zijn nota’s gingen in een brand verloren. Zijn nieuwe beweringen zijn niet gestaafd door bewijs en passen niet in de gekende historische context.









