Waarom kiest iemand voor kloosterleven? Onderzoek toont 5 drijfveren
Wie zijn de mensen die vandaag kiezen voor een religieus leven in een apostolische of contemplatieve gemeenschap of in een nieuwe beweging? Dat wilde sociologe Isabelle Jonveaux van de Universiteit van Fribourg (Zwitserland) weten. Ze onderzocht de afkomst en motivatie van novicen en tijdelijke geprofesten in Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk.
Voor Frankrijk ontving ze 157 antwoorden. Een derde daarvan was afkomstig van novicen (kandidaten die aan de vorming zijn begonnen) en twee derde van tijdelijke geprofesten (die al tijdelijke geloften hebben afgelegd). Van de respondenten behoort 9,6% tot een contemplatieve kloostergemeenschap, 52,2% tot een apostolische orde en 34,4% tot een nieuwe gemeenschap (voornamelijk Chemin-Neuf).
Slotkloosters moedigen jongeren aan om eerst andere wegen te verkennen, alvorens de stap te wagen.
Uit het onderzoek blijkt allereerst dat de leeftijd waarop men toetreedt sterk varieert naargelang het type gemeenschap dat wordt gekozen: 26 jaar voor nieuwe gemeenschappen, 28,7 jaar voor apostolische ordes en 31,2 jaar voor slotkloosters. ‘Traditionele religieuze ordes moedigen mensen eerder aan om eerst ervaringen op te doen voordat ze zich aansluiten’, legt Isabelle Jonveaux uit in La Croix.
Lees ook
De meeste respondenten komen uit een klassiek katholiek milieu: gedoopt als kind en gevormd als tiener. 76% ging elke zondag met de ouders naar de mis. 57% van de mannen en 28% van de vrouwen is misdienaar geweest. De helft van de respondenten was ook lid van een jeugdbeweging (voornamelijk Scouts en Gidsen van Europa).
Drijfveren
De analyse schetst het portret van een generatie die op zoek is naar verbondenheid en spiritualteit. In de antwoorden op de vraag naar wat hen in hun gemeenschap aanspreekt, komen volgende belangrijke termen naar voren :
- ‘broederlijkheid’ (33 keer)
- ‘spiritualiteit’ (33 keer)
- ‘vreugde’ (27)
- ‘gebed’ (19)
- ‘liturgie’ (18).
‘Alles wat te maken heeft met onderwijs, ziekenzorg en missiewerk komt niet meer aan bod’, stelt Jonveaux vast. ‘Dat verklaart waarom apostolische vrouwengemeenschappen uit de 19de eeuw niet meer zoveel succes hebben als vroeger.’
De sociologe heeft een dubbele verklaring hiervoor. Enerzijds ziet ze een hernieuwde behoefte aan gebed en transcendentie. Anderzijds is dit het effect van het feit dat het religieuze leven in Europa niet langer een sociale status kent. Wie zich wil inzetten in onderwijs, ziekenzorg of ontwikkelingslanden, kent meer voor de hand liggende wegen.
Ontmoeting cruciaal, fysiek en digitaal
Persoonlijke ontmoetingen zijn nog altijd cruciaal voor het ontdekken van een religieuze roeping, zo wijst het onderzoek ten slotte uit. Voor een kwart van de respondenten kwam de ontdekking van de gemeenschap tot stand door de directe kennismaking met een van haar leden. Maar ook digitale zichtbaarheid is belangrijk: 14% van de respondenten heeft hun gemeenschap online ontdekt.
Bron: La Croix
