Wist je dat olijfolie door katholieke monniken van vergetelheid werd gered?

Olijfolie is al 5000 jaar de hoeksteen van de mediterrane keuken. Maar in de middeleeuwen zou het zonder de monniken volledig verdwenen zijn.
07/05/2024 - 15:15
Nog altijd maken Italiaanse benedictijnen, trappisten en karmelieten olijfolieproducten
Nog altijd maken Italiaanse benedictijnen, trappisten en karmelieten olijfolieproducten ©Envato

Een van de oudste schriftelijke vermeldingen van geperst olijvensap vinden we in de Hammurabi-code uit de 19de eeuw voor Christus. Vanuit Mesopotamië werd olijfolie door de oude Egyptenaren en de Feniciërs verscheept naar Griekenland, waar het werd verkocht als voedsel, medicijn en cosmetisch middel. 

Tijdens de Romeinse tijd werd olijfolie een echte pijler van de economie. De Romeinen ontwikkelden een grondstoffenbeurs om het gouden sap – ‘Arca Olearia’ – te verhandelen. Olijven stonden ook op het menu van het Laatste Avondmaal, zo denken archeologen op basis van Palestijnse opgravingen uit de tijd van Jezus. 

Maar het uiteenvallen van het Romeinse Rijk leidde tot het verval van veel olijfgaarden. Kleine landeigenaren beschikten niet over de middelen om olie te extraheren. Bovendien waren veel Noord-Europese stammen die zich in de voormalige Romeinse gebieden vestigden, gewend aan boter in plaats van olijfolie. Zo werd olijfolie in de middeleeuwen gaandeweg een zeldzaam goedje. Olijfbomen deden nog net dienst als afbakening van de landgoederen. 

De kennis over olijfolieproductie bleef echter bewaard dankzij katholieke monniken. Rond kloosters, abdijen en kerken werden wel nog olijfbomen gehouden. Olijfolie was immers nodig voor de sacramenten en voor het brandend houden van olielampen. Bovendien vestigden veel abdijen zich op onproductieve en ongewenste gronden waar olijfbomen zowat het enig mogelijke cultuurgewas bleken. Zo veranderden be­ne­dic­tij­ner monniken de steile, onontgonnen heuvels van Ligurië in Noord-Italië door de aanleg van stenen terrassen in olijfboomgaarden. Ook in Umbië en het centraal gelegen Latium, namen de be­ne­dic­tij­ner monniken het voortouw in de olijfolieproductie. 

Tegenwoordig produceren niet alleen benedictijnen monastieke olijfolie in Italië, maar ook trappisten en karmelieten. Ze verwerken de olijven trouwens niet alleen tot olie, maar ook tot zeep, douchegel, crèmes, scrubs en andere cosmetica

Zeep gemaakt met olijfolie door de witte benedictijnen van de Congregatie van Camaldoli
Zeep gemaakt met olijfolie door de witte benedictijnen van de Congregatie van Camaldoli ©Terraincielo.it