Zeven op de tien gezinnen krijgen hulp en die komt vooral van grootouders
Een gezin organiseren is vandaag een dagelijkse evenwichtsoefening. Gelukkig toont de nieuwste Gezinsbarometer van de Gezinsbond aan dat gezinnen er zelden alleen voor staan. Zeven op de tien gezinnen rekenen op hulp om het gezinsleven werkbaar te houden. Vooral grootouders blijken daarbij van onschatbare waarde: zij vormen het kloppend hart van de informele zorg waarop gezinnen bouwen.
Grootouders: de stille kracht achter gezinnen
Uit de Gezinsbarometer blijkt dat 66% van de gezinnen onbetaalde hulp krijgt, voornamelijk van dichte familie. Grootouders spelen daarin de grootste rol. In vier op de tien gezinnen helpen zij wekelijks bij de opvang en/of het vervoer van de kleinkinderen. In een derde van de gezinnen doen ze dat maandelijks. Daarmee zijn grootouders voor veel gezinnen een vaste en betrouwbare steun, vaak over meerdere jaren heen.
Andere vormen van informele hulp blijven beperkter: minder dan één op de tien gezinnen kan wekelijks rekenen op steun van buren, vrienden of verdere familie.
It takes a village to raise a child, maar in Vlaanderen blijft die village vaak beperkt tot het gezin zelf en de grootouders.
Ivo Mechels, voorzitter van de Gezinsbond
Toch krijgt 34% van de gezinnen geen onbetaalde hulp. Zes op de tien van hen geven aan die hulp niet nodig te hebben, maar vier op de tien willen niemand tot last zijn of wonen te ver van familie. Vooral eenoudergezinnen en gezinnen met een zorgnood vallen hierbij op: 60% van hen zegt wél nood te hebben aan hulp, maar die niet te krijgen. Het ontbreekt hen aan het nodige netwerk.
Betaalde hulp: geen evident alternatief
Zeven op de tien gezinnen maken gebruik van betaalde hulp, zoals kinderopvang, poetshulp of babysit. Die hulp is echter minder structureel dan de steun van grootouders. Slechts 10% schakelt bijvoorbeeld wekelijks een poetshulp in, terwijl veel meer gezinnen wekelijks rekenen op grootouders.
Voor drie op de tien gezinnen is betaalde hulp bovendien geen optie. De kostprijs vormt een belangrijke drempel, zeker voor eenoudergezinnen en gezinnen met een zorgnood.
'It takes a village to raise a child, maar in Vlaanderen blijft die village vaak beperkt tot het gezin zelf en de grootouders,' zegt Ivo Mechels, voorzitter van de Gezinsbond. 'Niet iedereen heeft een sociaal netwerk in de buurt. Ouders steunen elkaar wel moreel: 62% biedt een luisterend oor aan vrienden en 56% aan (groot)ouders. Maar tijd is schaars. 77% zegt dat ze te druk zijn met het eigen gezin om anderen meer te ondersteunen.'
Meer maatschappelijke steun en erkenning
De Gezinsbond vraagt dan ook om meer maatschappelijke erkenning voor wie zorg draagt, in het bijzonder grootouders. Zorg mag niet als vanzelfsprekend worden gezien. De organisatie pleit onder meer voor het behoud van het gezinspensioen en voor pensioenrechten voor wie minder of niet voltijds werkt om voor anderen te zorgen.
Daarnaast blijft de Gezinsbond aandringen op maatregelen die gezin en werk beter combineerbaar maken, zoals toegankelijke verlofstelsels en betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvang. 'Dat is essentieel voor alle gezinnen, maar zeker voor wie geen helpend netwerk in de buurt heeft,' aldus Mechels.
De Gezinsbond blijft ook investeren in ontmoeting en verbinding tussen gezinnen. Jaarlijks nemen honderdduizenden ouders en kinderen deel aan lokale activiteiten zoals gezinsontbijten, paaseierenraaps, Halloweenactiviteiten en puzzelkampioenschappen. 'Zo versterken we netwerken en zorgen we ervoor dat gezinnen elkaar kunnen blijven ondersteunen,' besluit Mechels.
Bron: De Gezinsbond