„Het schone is een gevoel, maar is niet tegelijkertijd goed en waar”
„In fundamentele kwesties heeft geen enkel woord nog een normale betekenis, daarom ben ik in de eerste plaats filosoof”, lacht Marc De Kesel, hoogleraar theologie, mystiek en moderniteit aan de universiteit van Nijmegen. Schoonheid is zo’n kwestie. En zoals de Duitse dichter Rainer Maria Rilke zegt: „Het schone is het net nog te verdragen begin der verschrikking.”
Ook filosofen kunnen prozaïsche mensen zijn. Als we hem skypen in Nederland, heeft Marc De Kesel, broer van onze kardinaal, achter zich schijnbaar een schilderij met blauw en groen als hoofdkleuren. Geen blikvanger, zo blijkt als we hem om meer uitleg vragen. „Het is een detail van een poster van een renaissance-schilderij, waarvan ik de naam niet meer weet. Ik heb het verknipt zodat het mooi in de lijst zou passen. Anders kon het er niet in.”
– Wat is schoonheid volgens u?
Simpel. Schoonheid is wat aangenaam is in mijn esthetische ervaring van de zichtbare werkelijkheid.
– Afgezien van die esthetische ervaring, bestaat er ook zoiets als ‘een schoon mens’?
Mijn definitie van schoonheid is vrij kantiaans, zeer modern, want amper twee eeuwen oud. In het klassieke idee van Plato daarentegen gaan het schone, het goede en het ware samen. Het schone wekt een stemming van het goede op en brengt me in aanraking met wat zijn is, dat het ware is. Na Isaac Newton kijkt het moderne wereldbeeld echter objectief naar de werkelijkheid, niet langer naar de essentie van de dingen, maar naar de empirische oppervlakte. Een fysicus gaat niet over het wezen der dingen, maar over wat waarneembaar is. De kern van alle dingen is immers diep en eindeloos, heeft mogelijk iets te maken met God, al is dat geen wetenschap, maar geloof. Immanuel Kant beaamt dat: het schone is een gevoel, maar het is niet tegelijkertijd goed en waar.
– In uw boek ‘Pijnlijk mooi’ verwijst u naar de Franse kunstenaar Gustave Courbet die stelt dat moderne kunst eist dat de schoonheid realistisch moet zijn.
Kunst moest de werkelijkheid weergeven zoals die is, alleen blijft de moderne kunst steken in die eis. Ze ondergraaft voortdurend zichzelf omdat ze mislukt. Dat falen is haar traditie en kritiseert zodoende onze tijd waarin we met onze beelden menen wel realistisch te zijn. We denken dat de televisie de werkelijkheid weergeeft. Kunst zegt echter: als je televisiekijkt, vergeet je dat je naar een televisie kijkt en niet wat een televisie toont. Je laat je bij de neus nemen. Een beeld is maar een beeld. Het is schone schijn. Moderne kunst is in deze erfgenaam van de christelijke traditie van het iconoclasme: de waarheid is gewoonweg niet af te beelden, hoe schoon een beeld ook mag zijn. Het beeld is maar een beeld, dus schijn, dus leugen.
– Schuilt er schoonheid in het katholieke geloof?
Zoals meestal schuilt ook in die vraag al een antwoord. In de middeleeuwen werd gedacht vanuit God. God heeft de wereld aan de [node:field_streamers:0] mens gegeven en de mens aan de wereld. Wij, modernen, denken niet langer zo. De wereld is voor ons een ‘object’ waarover we vrij menen te beschikken. Dat geldt ook voor God. Het staat je vrij in Hem te geloven of niet. De paus beaamt dat: „Godsdienstvrijheid gaat aan godsdienst vooraf.” Niemand kan iemand verplichten te geloven in God. Die waarheid heeft, zo je wil, voor de moderne gelovige nog meer gewicht dan Gods waarheid.
– Ligt schoonheid dan in godsdienstvrijheid?
Dat zou je kunnen zeggen. Het is schoon dat ik vrij ben om in God te kunnen geloven, maar tot die schoonheid behoort ook dat ik andere mensen vrijlaat om niét in God te geloven. Van die schoonheid heb ik de ultieme waarheid niet in pacht. Het is, zoals Kant zegt, een gevoel dat ik niet wetenschappelijk kan hardmaken, maar dat wel mensen kan samenbrengen.
– Waar valt er geen schoonheid te beleven?
In een Oeigoerenkamp in China of in Aleppo, daar heeft verwijzen naar schoonheid weinig zin. Let op, schoonheid kan een troost zijn. In Auschwitz klampten sommige gevangenen zich vast aan een cantate van Bach, aan een vers van Rimbaud. In de totale ontmenselijkingsmachine van het concentratiekamp werd de menselijkheid vastgehouden door de herinnering aan hoe een bepaalde cantate of gedicht klonk.
– Kun je ook ten onder gaan aan het verlangen naar schoonheid?
De roman Het gouden paviljoen van de Japanse schrijver Yukio Mishima gaat over een paviljoen van zo’n sublieme schoonheid dat de hoofdfiguur ze niet kan verdragen. Om zich staande te houden, moet hij die schoonheid vernietigen. Het oneindige beklemtoont onze eindigheid zodanig dat het pijn doet en ondraaglijk wordt. Je kunt zodanig geloven in God, dat Hij de waarheid is en alles rond jou fout, zodat je het wilt vernielen. Een IS-fundamentalist denkt dat hij de waarheid heeft. Alles rond zich wordt schijn en wil hij vernietigen om de waarheid te realiseren. Let wel, dat is ook het christendom niet vreemd. Denk onder meer aan „Ik ben geen vrede komen brengen (op aarde), maar het zwaard” (Mattheüs 10, 34).