‘Het mooiste boek dat ik ooit las is het evangelie’
In 1975 opende Lucien De Cock als een van de eersten in België een afdeling geriatrie. „Vijf bedden in een kelder waren dat.” Sindsdien behandelde hij vele duizenden patiënten en schreef hij een halve bibliotheek bij elkaar. Recentelijk verscheen Blijf van mijn lijf, een klepper van ruim zeshonderd bladzijden over ouderen als slachtoffer, maar ook als dader van geweld.
Lucien De Cock (75) werkte met hart en ziel voor elke patiënt, maar één oudere was hem in het bijzonder dierbaar. Minstens twee keer per jaar bezoekt hij het graf van Jeanne Calment, de Française die in 1997 op 122-jarige leeftijd overleed. Niemand werd ouder dan zij. „We hadden het voorrecht haar van nabij te leren kennen. Ik breng haar zonnebloemen, want dat had ik haar beloofd. Dat kost me ook iets minder moeite nu we deeltijds in haar streek wonen.”
– Waarom schrijft u over ouderen en geweld?
Ik breek al vele jaren taboe’s open. Antwoorden op al uw vragen over dementie schreef ik in 1997, toen de meeste mensen en zelfs artsen het nog hadden over „kinds worden”. Ik schreef ook over depressie bij ouderen en over seksualiteit op oudere leeftijd. Nu viel het me al vele jaren op dat je in de actualiteit dagelijks verhalen ziet over ouderen en geweld, van overvallen tot oudermishandeling en moorden in woon-zorgcentra, maar dat het bij niemand lijkt te blijven hangen. Daarom bracht ik een rist dergelijke verhalen samen in een boek. Ik hoop vooral advocaten gevoelig te maken voor het thema, zodat ze geweld op en door ouderen niet relativeren, maar ook het grote publiek heeft nood aan een realistisch beeld. Vrolijk word je van die verhalen niet, maar ik blijf positief en probeer ook oplossingen aan te reiken. Een politieman die mijn lijst zag met maatregelen om inbraak te voorkomen, merkte zelfs op dat ik bij hen zou moeten komen werken, omdat ik verder ging dat zij.
– Welke rol speelt dementie in dat verhaal?
Ik heb het niet zomaar over ‘de gesel dementie’. De aandoening speelt mee op veel meer terreinen van het leven en bij meer moeilijkheden dan we op het eerste gezicht zouden denken. Het probleem is immers niet het vergeten, het probleem is hoe wij daarmee omgaan. Zelf ben ik niet bang dement te worden, maar ik maak me wel zorgen in welke handen ik dan zou terechtkomen. Soms gaat het heel erg mis. Denk maar aan de gevallen waarbij ouderen eerst hun partner vermoorden en vervolgens zelfmoord plegen. Dat zijn mensen die beloofd hebben hun partner altijd nabij te zijn, in goede en in kwade dagen. Ze krijgen in die kwade dagen weliswaar hulp van verpleging en familiehulp, maar in het beste geval gaat dat om een uur of negen per dag. Dat wil zeggen dat een bejaarde man of vrouw nog vijftien uur per dag instaat voor de zorg. Dan vraag ik me af of mantelzorg wel uitvoerbaar is.
Overigens blijf ik ook euthanasie beschouwen als geweld. Ik blijf een tegenstander. Uiteraard [node:field_streamers:0] moeten we pijn en lijden wegnemen, maar vooral moeten we tot het uiterste, tot het einde van het leven, het mooiste dat ik ken, zorgen voor mensen. Als arts keek ik ook altijd het strengst toe op de verpleging van mensen die bezig waren aan hun laatste dagen.
– Bent u stilaan uitgeschreven?
Op mijn computer vind je een aanzet voor zeker twintig boeken. Heel graag zou ik het hebben over het Zonnelied van Franciscus van Assisi. Over drie jaar bestaat dat achthonderd jaar en ik zou het graag hebben over hij die de natuur bezong, maar niet wetenschappelijk kende, en wij die zo veel meer weten over de schepping, maar haar niet respecteren. Franciscus is voor mij de enige heilige die overeind blijft in deze tijd. Ik ging naar school in een franciscaans college en de spiritualiteit bleef me altijd genegen. Eigenlijk wilde ik missionaris worden. Tot tien jaar geleden zou ik dat alsnog hebben gedaan, mocht mijn vrouw zijn gestorven.
– Had het geloof ook belang voor u als arts?
Mijn carrière is doordrongen door de figuur Jezus en door een christelijke levenshouding. Het mooiste boek dat ik ooit las was dan ook het evangelie. Er hangen wel vijftig kruisbeelden in ons huis en in onze tuin in Frankrijk bouwden we zelf een kapel. Ik vind het wel moeilijk dat het vaak gaat over de ‘Kerk van de armen’. Natuurlijk moeten christenen zich inzetten voor wie het moeilijk heeft, maar moeten we niet uitgaan van een Kerk voor iedereen?
– Is er nog ook een thema dat ouderen betreft dat u nog niet behandelde?
Absoluut. Nu mijn vrouw en ik zeventigers zijn, ervaar ik zaken die ik eerder niet begreep. „Mijn ouders waren vroeger het beste koppel, maar nu ze oud worden, kibbelen ze voortdurend”, hoorde ik wel eens. Nu merk ik zelf hoe we bijvoorbeeld allebei wat meer vergeten en hoe we, waar we vroeger impulsief vertrokken, nood hebben om reizen en uitstappen tot in de puntjes voor te bereiden. De ouderdom komt met allerlei veranderingen en daar moet je ook als koppel je weg in zoeken.
Lucien De Cock, Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld, Maklu Uitgevers, Antwerpen, 2022, 618 blz., 37,50 euro, ISBN 978 90 4661 151 7.