Rouw en rol van de uitvaartbegeleider
In november herdenken we wie overleden is, maar natuurlijk beperken rouw en herinnering zich niet enkel tot deze maand. Wanneer iemand recent overleden is en het rouwproces het leven sterk kan bepalen, ondersteunen heel wat mensen de rouwende nabestaanden.
Diaken Danny Vandenbroucke
Mijn naam is Danny Vandenbroucke en als permanent diaken ben ik voltijds verbonden aan de PE Sint-Augustinus Beernem-Ruiselede-Wingene. In samenspraak met de aangestelde pastoors en parochieassistenten ga ik af en toe voor in kerkelijke uitvaarten; hetzij met eucharistieviering, hetzij in woord- en gebedsdienst.
Vanuit het pastoraal rouwgesprek probeer ik mij een beeld te vormen van de gelovige situatie van de overledene. Dit gebruik ik als insteek voor de inhoud van de (gebeds)teksten, de opbouw van de inleiding en homilie en voor de vormgeving met rituelen, symbolen en muziek.
Nabestaanden voelen zich best betrokken vanuit een gastvrije houding. Het is nodig dat zij zich beluisterd voelen. Daarin is een houding van luisterbereidheid en verduidelijking van de eigenheid van onze christelijke uitvaartliturgie wenselijk. De aangereikte getuigenissen, muziek en teksten door de nabestaanden worden (waar mogelijk) ingebed in de woord- en gebedsviering.
Mijn klemtoon ligt op de boodschap van ‘hoop’ die eigen is aan onze kerkelijke uitvaartliturgie: hoop (eeuwige toekomst) voor de overledene en hoop en kracht (ondanks het verlies) voor de nabestaanden!
Menselijke nabijheid, begrip en een bemoedigend woord vanuit mijn persoonlijk geloof, zijn hierbij mijn insteken.
Een van de meer praktische facetten van het gesprek is het wezenlijke verschil duiden tussen uitvaarten met eucharistie en woord- en gebedsvieringen (zonder communie). Daarnaast wijs ik ook op de eigenheid van een kerkelijke uitvaartliturgie tegenover vormen van louter rituele dienstverlening. Tot slot probeer ik de verwachtingen van nabestaanden met de eigenheid van onze christelijke liturgie te verbinden.
Voor mij is het begeleiden van uitvaarten onze troostende en hoopvolle boodschap mogen brengen in een situatie van rouw en verlies, gekoppeld aan een verzorgde, inhoudelijk en vormelijk kwalitatieve liturgie. Het her-bezoek aan de familie – één jaar na overlijden – door een teamlid, geeft een sterk gevoel van pastorale nabijheid!
lees verder onder de afbeelding
Priester Edouard Van Maele
Ik ben Edouard Van Maele en ben werkzaam als pastoor in de PE Sint-Augustinus Beernem-Ruiselede-Wingene. In uitvaartdiensten ben ik voorganger. Kort na de aanvraag voor een uitvaart in de kerk neem ik contact op met de familie om een afspraak te maken.
Bij de ontmoeting met de familie probeer ik eerst en vooral te luisteren naar hun verhaal. Soms gaat dit zeer spontaan, soms moet je het gesprek op weg helpen. Maar écht proberen te luisteren is toch het voornaamste. Het is luisteren naar het levensverhaal van
de overledene, maar eveneens luisteren naar de weg die de familie met de betreffende persoon heeft afgelegd. Een waaier aan emoties is daarbij mogelijk: dankbaarheid, maar ook pijn, vragen, onmacht, ontgoocheling.
Ik moedig de familie steeds aan om kleine gebaren te stellen: een kruisje een plaats geven bij de kist, een kaarsje aanbrengen of een bloem. Ik probeer zoveel mogelijk ruimte te scheppen voor de verlangens van de overledene (als hij vooraf heeft kenbaar gemaakt wat hij wil op de uitvaart) én de verlangens van de nabestaanden. Meestal gaat dit over een getuigenis die ze willen brengen of een mooie tekst. De muziek is daarin ook steeds zeer belangrijk.
Het moeilijkste of meest uitdagende is het zoeken om, naast de verlangens van de familie, ook de religieuze en liturgische dimensie een plaats te geven.
Bij het afscheid van oudere mensen hoor je vaak dat zij wel (nog) gelovig waren. De nabestaanden zijn dit vaak niet meer (en zeggen dit ook). Liturgie vieren met mensen die heel ver staan van het geloof en de Kerk is niet eenvoudig. Meestal is er wel respect, maar vaak is er geen echte deelname aan het ‘gelovig afscheid nemen’. De ervaring leert dat eenvoud en toegankelijkheid in taal en rituelen belangrijk is.
Mensen mogen vergezellen op zo’n moeilijk moment blijf ik als zeer zinvol ervaren. Het feit dat je luistert en probeert ruimte te scheppen voor hun wensen bij een afscheid, ervaren veel families als deugddoend en zeer positief. Vaak bedanken ze nadien ook voor de mooie dienst en waren ze ‘geraakt’ door de liturgie. Je aanwezigheid als ‘kerkmens’ roept ook altijd meer op dan jezelf.
Ik zie mijn taak als voorganger bij uitvaart als een vorm van ‘mensen toevertrouwen aan God’ en als ‘in Zijn naam dicht bij hen staan’. De parabel van Mattheus 25, 31-40 blijft mij inspireren als priester: ‘Wat je voor de minsten van mijn broeders hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.’
lees verder onder de afbeelding
Zuster Magda Versluys
Mijn naam is Magda Versluys en ik ben werkzaam in de Emmaüsparochie in Sint-Andries waar ik woon. Daar ben ik koster in de Sint-Baafskerk. Een van mijn belangrijkste taken is om als voorganger gebedsvieringen te begeleiden. Wanneer nabestaanden kiezen voor een eucharistieviering verzorg ik samen met de priester de viering.
Zodra de mensen de kerk binnenstappen moeten zij zich welkom voelen en de afscheidsdienst moet persoonlijk aanvoelen. Luisteren, inleven en begrip tonen zijn de rode draad tijdens de begeleiding van de nabestaanden. Ik vraag wat zij wensen, wat zij willen of kunnen voorbereiden en wat voor hen belangrijk is. Tijdens het voorbereidingstraject volg ik hun ritme.
Voor hen is alles nieuw, overweldigend en emotioneel en daarbij wil ik hun houvast zijn, gesterkt door mijn roeping, ervaring en engagement. Ik leg hen ook de kerkelijke religieuze symbolen uit die worden gebruikt tijdens de viering. Door hun inbreng hoop ik dat de viering helend kan werken. Daarom vraag ik of zij een levensverhaal kunnen opschrijven: wat de overledene voor hen heeft betekend, wat hem zo bijzonder heeft gemaakt. Centraal in de dienst staan respect en dankbaarheid voor wat iedereen heeft gedaan en heeft betekend.
Een uitvaart moet een gevoel van geborgenheid in zich dragen, waar emoties erkend worden en waar gemis wordt begrepen en gedeeld.
Met je gekwetstheid sta je tijdens en na een uitvaartdienst niet alleen. De verrezen Heer laat je niet in de steek, Hij neemt je bij de hand. Hij zal er steeds zijn waar je ook gaat. Dat is voor vandaag en morgen ook onze zekerheid. Dood went nooit, het verdriet ook niet. Het onomkeerbare van de dood en het definitieve maakt heel wat mensen radeloos. Het is telkens nieuw en anders. Het uitdagende is om een klein lichtje te zijn dat hen leidt naar een morgen.
Je engageert je om mensen bij te staan in een diep dal in hun leven en gesterkt door het geloof kan je de mensen sturing brengen door hun lijden heen. En die bijstand stopt vaak niet aan de poort van de kerk. Ook daarna kan je mensen, indien ze dit wensen, nog verder steunen in het verwerkingsproces.
Zorgdrager zijn is meegaan met de mensen op hun tocht naar het ‘Licht’, dat sterker is dan de duisternis. Hierin word ik gesterkt door mijn gegeven ‘ja-woord’ aan God. Wanneer je in die opdracht ook maar een beetje slaagt en mensen je oprecht danken voor je steun, weet je dat je zelf een stukje hebt bijgedragen aan het werk van de Heer dat nooit stopt.
lees verder onder de afbeelding
Parochieassistent en coördinator Véronique De Wijze
Ik ben Véronique De Wijze, parochieassistent en coordinator van de Pastorale Eenheid De Jordaan Harelbeke. Omdat ik de opleidingen ‘Voorgaan in gebed’ en ‘Voorgaan in uitvaartliturgie’ volgde, ben ik geregeld voorganger in de woorddienst van een uitvaart in
onze pastorale eenheid.
Wanneer ik me voorbereid op de dienst, probeer ik een beeld op te vangen van hoe de overledene in het leven stond. Het is daarbij belangrijk om goed te luisteren naar de nabestaanden. Met een open geest naar de familie toestappen, kan daartoe bijdragen.
Ik stel hen gerust door te zeggen dat ze vrij kunnen spreken, dat niet alles wat gezegd wordt ook letterlijk in de uitvaartliturgie gezegd zal worden. Het is belangrijk dat ze weten dat ze openhartig kunnen vertellen wat ze denken en wat hen bezighoudt. Gewoonlijk vraag ik hen de overledene met één woord te typeren. Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar ik zie mensen er vaak diep over nadenken. Toch is het een goede manier om tot de kern te komen van wie de overledene was.
Ik probeer vooral de stilte te laten werken, en zo ook de aanwezigen hun eigen herinneringen aan de overledene te laten ontdekken. Iedere aanwezige heeft immers andere herinneringen door de eigenheid van de relatie die ze hadden met de overledene.
Wat ik het meest uitdagende vind aan de taak, is als mensen eerder zwijgzaam zijn, en niet veel vertellen. Dan probeer ik er toch ook steeds een persoonlijke toets aan te geven. Maar als je weinig informatie krijgt, dan is dat niet vanzelfsprekend.
Op persoonlijk vlak heb ik het soms moeilijk als de verhalen die ik hoor op de uitvaart me doen denken aan mijn eigen ouders, als het gaat over mensen die zo een beetje dezelfde manier van doen hebben. Dan ben ik nogal geneigd me te veel in te leven, wat het natuurlijk moeilijker maakt.
Het doet altijd deugd als mensen achteraf nog iets laten weten. Soms is het een woord van dank of soms vragen ze een kopietje van een van de voorgelezen teksten. Soms leer je ook mensen kennen met wie je het meteen goed kunt vinden. Dan denk ik: jammer dat ik hen op zo een moeilijk moment moet leren kennen. Wat me echter nog het meest deugd doet, is als ik erin slaag een moment van stilte echt stil te laten zijn.
