Scheutist Jan Reynebeau hongerde voor rechtvaardigheid in Gaza. Dag 4: 'Het lichaam went stilaan'
De nachtrust heeft me deugd gedaan. De moeheid van gisteren lijkt verdwenen. De dokter had het voorspeld dat de tweede of derde dag de moeilijkste zouden zijn. Nadien begint het lichaam te wennen aan gebrek aan eten en zoekt het de nodige grondstoffen elders in het lichaam dan in voedsel. Ik weet niet of dat juist is gezegd.
Rond de middag worden we opgetrommeld door Omar om aan te sluiten bij een happening op het Luxemburgplein in Brussel in de buurt van de gebouwen van de Europese Gemeenschap. We hebben de 5 meter lange spandoek meegenomen: Hunger 4 Justice. Stop genocide.
Omar Kameer, een rijzige dertiger, is Palestijnse vluchteling. Tweeëneenhalf jaar geleden kwam hij naar België, en is nu vertegenwoordiger van Refugees For Dignity (RFD). Hij heeft al enkele hongerstakingen meegemaakt. Nu is hij verbindingsman tussen vele actiegroepen.
Op het plein is nogal wat volk, een 200 man, schat ik, waaronder medewerkers van de Europese Gemeenschap. Vandaag wordt de vernieling van hospitalen aan de kaart gesteld, creatief in scene gezet: huilende sirenes waarbij verplegend personeel gaat schuilen in tenten, gedonder van invallende raketten, en opstijgende rook, foto’s van gedode dokters en verplegers, bloedsporen op kleren en schoenen. Indrukwekkend. Speeches en slogans volgen nadien elkaar op.
De metro in en uit, en een uurtje ‘spandoeken’ in de brandende zon wegen zwaar.
De metro in en uit, en een uurtje ‘spandoeken’ in de brandende zon wegen zwaar. Een slok koud water doet me deugd. Als ik terug in de Begijnhofkerk ben, neem ik nog een stevige dronk en een goede siësta. Men moet mij niet teveel meer vragen vandaag. Er zijn nochtans nog twee activiteiten gepland.
Een kunstwerk wordt ‘ingehuldigd’. Een grote brede aluminium trechter, waarvan de brede sleuf bovenaan wind uitstoot, doet een reusachtige Palestijnse vlag opwaaien telkens als iemand op een knop duwt. Ik wist niet dat het een kunstwerk was. Maar het werkt wel.
Later verzamelen zich een vijftigtal mensen rond het podium in de kerk om te luisteren naar poëzie, of het zelf voor te dragen. Alles gaat over het drama in Israël. Frustratie, boosheid en onmacht moeten geuit worden. Dat is duidelijk.
Ik ben blij wanneer de deur wordt gesloten. Honger heb ik niet, maar ik stel me in mijn dromen wel een goede lekkere maaltijd voor. Eetlust verdwijnt niet. En ik begin af te tellen: nog één dag en één nacht!

