Scheutist Jan Reynebeau hongerde voor rechtvaardigheid in Gaza. Dag 5: 'Einde is in zicht'
Vandaag laatste dag, en nog één nacht van hongeren en ‘kamperen’. Het is ook Wereld dag van de vluchtelingen. Zij hongeren veel meer en langer, en slapen minder goed en minder veilig dan wij hier. Maar we doen het toch maar. Op het programma van deze avond is een ontmoeting voorzien met een aantal mensen die op mondiaal vlak werken met opvang van vluchtelingen.
Eentje onder ons, een jong meisje, heeft gisterenavond afgehaakt. ‘Het is me mentaal te zwaar geworden’, zegt ze, ‘maar ik kom morgen wel terug om bij jullie te zijn.' Als kwetsbare mensen zetten we ons in voor anderen. Dat kost iets, en heeft ook grenzen: wat kan ik vandaag aan? Hoe sta ik tegenover leed en flagrant onrecht en het stilzwijgen van politici, ook wanneer humanitair en internationaal recht aan de laarzen worden gelapt in Israël, Oekraïne, Soedan, Congo en waar ook? Wat doe ik eraan? Stilzwijgen kan niet meer. Er zijn vele vormen van solidariteit.
Als kwetsbare mensen zetten we ons in voor anderen. Dat kost iets, en heeft ook grenzen: wat kan ik vandaag aan?
Ik neem aan deze actie deel omdat ik het fysiek nog aan kan en vrij ben van verantwoordelijkheden. Vrijwillig aan den lijve ervaren wat honger is, zoals anderen dat verplicht moeten ervaren, maakt me bewust van eigen kwetsbaarheid en eigen grenzen. Het doet me duidelijker inzien wat in het leven belangrijk is, wat voorbijgaat en wat blijft, wat leven brengt en wat vernietigt. Enkel als kwetsbare mens kan ik de andere ontmoeten als evenwaardig.
Omar, de Palestijnse verbindingsman die mee hongert, roept ons weer op om voor het Europese Parlement een korte actie te voeren deze middag. Onderweg heeft iemand een flesje gember met citroen gekocht. Het is welgekomen en geeft inderdaad energie. Omar doet ons een wit verplegersplunje aantrekken. We besmeuren het met rode plekken en gaan liggen voor de deuren van het parlements gebouw, de rode handen in de lucht terwijl we scanderen. Gewoonlijk moet dan een security man komen zeggen dat we de plaats moeten vrijmaken en als dat niet gebeurt wordt de politie opgeroepen. Zo ver komt het niet. Ik ben daar niet ontevreden over. Zulke dingen zijn me vandaag eigenlijk niet meer op het lijf geschreven. Hongeren vind ik al meer dan genoeg.
Omar doet ons een wit verplegersplunje aantrekken. We besmeuren het met rode plekken en gaan liggen voor de deuren van het parlements gebouw, de rode handen in de lucht terwijl we scanderen.
We komen thuis en ik ga wat op bed rusten. Het woord ‘thuis’ en ‘bed’ doen me even de wenkbrauwen fronsen. Daarna ga ik wat zonnen buiten. ‘Zonnen’, ook zo’n woord! Binnen is het toch maar frisjes.
De dagelijkse Circle of Silence doet ons mediteren met een passage uit het boek Job en uit de profeet Jesaja. Twee contrasterende teksten, de een vol ellende, de ander met een visioen van hoop. Heel actueel in de context van Gaza en de Palestijnen. We wisselen met elkaar onze ideeën daarover uit.
Om 11 uur zitten we nog even samen om de volgende dag te plannen en gaan dan naar bed.
De vijfde dag zit erop. De moeheid en loomheid van de vorige dagen zijn minder voelbaar. Komt het door die gembershot van deze middag? En ik zie uit naar morgen, het slot van de actie.