Wouter Druwé, prof en nu ook priester: ‘Als academicus wil ik ook mijn priesterschap beleven’
Op Hemelvaartsdag 2025 wijdde bisschop Johan Bonny Wouter Druwé (34) tot diaken, zijn wijding tot priester volgde op zondag 11 januari 2026. Wouter Druwé zal zijn loopbaan als professor aan de rechtsfaculteit van de KU Leuven voortzetten, waar hij onder andere Romeins recht en de geschiedenis van het kerkelijk recht doceert.
Door de bisschop van Antwerpen ben je dit voorjaar tot diaken gewijd ter voorbereiding op het priesterschap. Wat houdt dat in?
‘De belangrijkste opdracht van een diaken is dienstbaarheid, aan de Kerk en aan de mensen. De diaken heeft ook een belangrijke liturgische rol. Hij verkondigt het evangelie, maakt het altaar klaar voor de viering van de eucharistie, roept op tot de vredeswens en brengt de communie aan de zieken. Ik ben blij dat ik eerst diaken mocht zijn voordat ik tot priester werd gewijd. Naast mijn inzet aan de KU Leuven assisteerde ik in de weekends in de parochies van Heist-op-den-Berg en Putte, binnen de pastorale eenheid Mozes.’
Priester worden is vandaag niet evident. In Vlaanderen zijn er jaarlijks maar een handvol priesterwijdingen. Wat betekent het priesterschap voor jou?
‘Het mogen vertellen over de Blijde Boodschap, mensen mogen begeleiden op hun weg met Jezus en hen mogen voorgaan in de vieringen, door het bedienen van de sacramenten van de eucharistie en de verzoening. De roeping tot het priesterschap sluimerde al lang bij mij. Mijn familie is niet zo kerkelijk, maar wel katholiek. Sinds mijn vijftiende ging ik elke zondag met mijn grootmoeder naar de eucharistieviering. Toen dacht ik al aan het seminarie, maar ik was nog niet voldoende zeker en vreesde ook de reacties. Celibaat is ook geen simpele keuze. Ik ben toen rechten gaan studeren, en na een tijd heb ik dat ook gecombineerd met theologie. Tegelijk was ik ook in de universitaire parochie actief. Na mijn rechtenopleiding stond ik weer op het punt om in te gaan op het verlangen, maar koos ik er toch voor om te doctoreren. Vervolgens ben ik lid geworden van een pastoraal team in Edegem en vormsel-catechist in Kontich-Kazerne. Ik hoopte het verlangen om priester te worden zo wat naar de achtergrond te kunnen brengen. Mijn doctoraat combineerde ik met een studie kerkelijk recht en daar ontmoette ik buitenlandse priesters. Met hen kon ik goed over mijn roeping praten. Na mijn doctoraat was er een vacature als professor aan de rechtsfaculteit, die me erg aansprak. Toen heb ik de bisschop gevraagd of ik die universitaire opdracht mocht combineren met een priesteropleiding, en dat kon. Het eerste deel van de opleiding bestond uit bijeenkomsten met de Antwerpse seminaristen, het tweede deel uit drie jaar weekends in Bovendonk, Nederland. Daarna heb ik stage gedaan bij Amandus, de internationale groep priesters in Antwerpen, en ook in het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg en de gevangenissen in Leuven.’
Ik beschouw het als mijn roeping om met mensen op weg te gaan, in de Kerk, maar ook in academisch onderwijs en onderzoek
Blijf je professor na je wijding tot priester?
‘Ik zal inderdaad als professor actief blijven. Het is ook een traditie van de universiteit van Leuven om priesters onder haar professoren te hebben. De beroemde Georges Lemaître was hoogleraar astrofysica én priester, maar ook binnen de faculteit rechten waren er vroeger professoren-priesters. Ik beschouw het als mijn roeping om met mensen op weg te gaan, in de Kerk, maar ook in academisch onderwijs en onderzoek. Ik voel mij hier thuis. Ik ben trouwens niet alleen. Aan de universiteit studeren bijvoorbeeld ook een vijftigtal priesters en zusters, meestal uit het buitenland.’
De universiteit is een microkosmos van onze samenleving. Wat betekent dat?
‘De universiteit heeft drie grote opdrachten: onderzoek, onderwijs en dienstverlening. We vormen jonge mensen in al hun diversiteit: katholiek, andere levensbeschouwingen, onverschillig, zoekend, ... In die verscheidenheid ben ook ik als priester aanwezig. Maar ik ben aan de universiteit allereerst een academicus die onderzoek voert en leidt, onderwijs verzorgt, advies geeft en mee een rol opneemt in het bestuur. En als academicus wil ik ook mijn priesterschap beleven. Zo wil ik echt mijn best doen opdat onze studenten zich geen nummer zouden voelen. In het eerste jaar zie ik elk jaar zeshonderd studenten. In de hogere jaren begeleid ik bachelor- en masterproeven. Dan mag ik met de studenten een weg afleggen. Tegelijk ben ik me er ook bewust van dat niet iedereen de kans heeft om aan de universiteit te studeren. Ik vind het daarom ook belangrijk om de expertise ter beschikking te stellen van de samenleving en de Kerk.’
De voorbije decennia is de universitaire wereld ook steeds internationaler geworden. Ervaar je dat ook in je eigen werkterrein?
‘Het internationale karakter is een van de vele mooie aspecten van de universiteit. Ik heb studenten uit meer dan twintig landen en ken collega’s uit alle hoeken van de wereld. In de rechtsfaculteit merken we de internationalisering vooral in de masteropleiding. In onze faculteiten kerkelijk recht en theologie is de aanwezigheid van internationale studenten uit Afrika, Azië en Amerika ook een mooi teken van de universaliteit van onze Kerk.’
Liturgie is voor mij ook een getuigenis van eenheid.
Hoe zie je het priesterschap vandaag en morgen?
‘Het priesterschap kent een grote diversiteit. Niet alle priesters zijn hetzelfde. Wat ze gemeen hebben, is geraakt zijn door het evangelie en de wil om zich volledig in te zetten voor Jezus en de mensen. Hoe ze dat waarmaken, verschilt sterk: in een parochie, als diplomaat, in de sociale sector en het middenveld … Ik houd wel van de Duitse term ‘Priester im Zivilberuf’, priester met en in een beroep. We zijn een Kerk in verandering, althans in West-Europa. Ik zie veel tekenen van hoop. Zo zijn er oudere mensen die hun hele leven hebben gegeven voor de Kerk, maar ook jonge mensen die nieuwe vormen aanreiken. Neen, de jonge generatie is niet oppervlakkig. Ik vind het wel belangrijk dat de Kerk open en inclusief is. We zijn geen gemeenschap van de heilige rest. We moeten vanuit die openheid ook echt willen luisteren naar de rechtmatige verwachtingen van onze samenleving en naar wat de humane wetenschappen ons te vertellen hebben. Tegelijk hebben we als Kerk ook een boodschap te vertellen aan onze medemensen. Een mooie liturgie biedt daartoe echt kansen. Ze kan ons iets van het mysterie van God-met-ons doen ervaren.’
‘Liturgie is voor mij ook een getuigenis van eenheid. Ik vind het telkens geweldig als je in een ander land een eucharistieviering bijwoont en je er meteen thuis voelt en precies weet wat er gebeurt, zelfs als je de taal niet spreekt. Als Vlamingen kunnen we hier soms van onze buitenlandse collega’s leren. Dat universele karakter van de liturgie – met nog steeds veel ruimte om eigen accenten te leggen in voorbeden, muziek en predicatie – is echt een groot goed.’
Wouter Druwé
Geboren in 1991, groeide op in de zuidrand van Antwerpen
Studeerde rechten, godgeleerdheid en kerkelijk recht aan de KU Leuven, met een Erasmusverblijf aan de universiteit van Fribourg
Gespecialiseerd in geschiedenis van het recht, was gastonderzoeker aan de universiteiten van Zürich, Oxford en Edinburgh, en bezocht de Pauselijke Raad voor de Wetgevende Teksten in Vaticaanstad
Sinds 2018 docent aan de KU Leuven
Begin 2026 tot priester gewijd
De 3 plekken in Leuven van Wouter Druwé
Sint-Antoniuskapel: In de crypte van deze kapel is pater Damiaan begraven. Ik heb veel bewondering voor hem. Het is ook een heel stemmige en rustige plek om te verwijlen en te bidden, even weg uit de dagelijkse drukte, en dat vlak bij mijn kantoor.
Sint-Michielskerk: Op deze voormalige jezuïetenkerk kijk ik elke dag uit, vanuit het keukentje van onze afdeling. Er staat een prachtig Contius-orgel. Deze Vredeskerk is voor mij ook bijzonder omdat Leonardus Lessius (1554-1623) er begraven werd, een vroegmoderne moraaltheoloog wiens werk ik bestudeer.
Sint-Jan-de-Doperkerk: Dat is de kerk van de universitaire parochie in het prachtige begijnhof. In mijn studententijd woonde ik hier heel mooie, stemmige nachtwakes bij in de advent. Nu kom ik er jaarlijks voor de viering ter nagedachtenis van de overleden studenten en collega’s, en voor het kerstconcert van het Leuvens Universitair Koor.