Uitgenodigd - Christine Van Gerven [column]
Eind juni kwamen ze plots met de mededeling: ‘We trouwen in augustus, past dat voor jullie?’ Ik was een beetje verbouwereerd: ‘Déze augustus?’ ‘Jazeker, waarom niet? Dat moet niet allemaal chique en groot zijn, mama, gewoon een feestje met wat familie en vrienden!’
Natuurlijk past augustus. Ze maakten zelf de uitnodigingen en begonnen die persoonlijk aan iedereen af te leveren.Ik dacht: doe die gewoon op de post, dat is veel efficiënter. Gelukkig heb ik in mijn rol als ouder geleerd om (af en toe) te zwijgen, en te denken: ze zijn volwassen, ze doen het op hun manier. Onverwacht vroegen ze me mee op hun tocht. Naar de Ardennen, waar zijn peter woont en waar hij als kleine jongen in de Semois speelde en buiten bij het vuur zat. Naar de Kempen, bij de jonge boer die hem leerde koeien melken en tractor rijden, eindeloos veel uren. Naar zijn moeke, die ontroerd was dat hij trouwt op de verjaardag van opa, zodat die er ook een beetje bij is. Naar de beste vriendin van de overleden bomma, die zo ook haar plek krijgt.
Zeker en vast is er niet meer nodig voor het feest van de liefde.
Het vertrek van dochters
Ik moest mijn ‘efficiënte post’-gedachte herzien. Het was mooi om te zien dat hij (en zij ook) op al die plekken met open armen werden ontvangen. Het ophalen van herinneringen (‘Weet ge nog dat ge op die grote rubberband bijna zijt afgedreven naar Poupehan?’) en de vreugde om uitgenodigd te worden (‘Natuurlijk kom ik!’) waren als een warm bad. Ik zag de erkenning van wat geweest is, een bevestiging van oude vriendschappen en een belofte voor de toekomst. Ik voelde de warmte, die hij zelf zo gul kan geven, van al die verschillende mensen naar hem toe komen, en ik dacht: ‘Zeker en vast is er niet meer nodig voor het feest van de liefde.’
Christine Van Gerven is godsdienstleerkracht.
