Nutteloze dienaar
Zusters en broeders, beste vrienden,
Toen ik enkele maanden geleden begreep dat mijn gezondheid mij niet meer toeliet om als bisschop optimaal te functioneren en, eenmaal de leeftijdsgrens bereikt, effectief beter zou stoppen, maakte ik voor mezelf een kleine balans op van de laatste jaren. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen, maar ja, ik heb het wel gedaan. Mijn conclusie was: ik ben de illustratie van twee Bijbelpassages. De eerst is: de arbeider van het elfde uur. Ik ben laat begonnen met mijn dienst als bisschop en heb dus niet zoals mijn collega’s (naar Jezus’ woorden) “de hitte van de hele dag” moeten dragen. De tweede Bijbelpassage is die van de nutteloze dienaar. Daarmee waren mijn vrienden en medewerkers het minder eens. Soms uit beleefdheid. Ook uit sympathie. En vandaag krijg ik – ploef – dat evangelie op mijn bord.
Maar wat bedoelt Jezus eigenlijk? En vooral, hoe kan je spreken van een blijde boodschap als aan iemand die zijn job goed gedaan heeft (dat is tenminste in ons evangelie het geval) gesuggereerd wordt: “Zeg maar: ik ben een nutteloze dienaar”? Wie kan zo’n boodschap blij maken?
Jezus start zoals vaak vanuit een bekende situatie, dit keer het sociaal statuut van de dienaar (of slaaf) in het Joodse Palestina van zijn tijd. Sinds de Rechten van de Mens ergeren we ons daaraan. Maar… is de situatie vandaag zo anders? Ook bij ons is er moderne slavernij en uitbuiting onder verschillende vormen, alsof het evident is. Daarbij is het ook opletten met het gebruik van Bijbelcitaten. Iemand van zichzelf doen zeggen: “ik ben toch maar een nutteloze dienaar” klinkt pervers. Dat je de Bijbel alles kunt doen zeggen wist Jezus al van tijdens zijn bekoringen in de woestijn. De duivel was handig met spreuken uit de Bijbel. Wie de Bijbel misbruikt veroorzaakt droefheid, ontmoediging, vernedering, schade aan anderen. Dus opnieuw, wat bedoelde Jezus?
Als we de tekst goed lezen merken we dat Hij zich tot de apostelen richt, de toekomstige leidinggevenden. Hij doet hen in de schoenen van de werkgever staan. Hij zegt in zekere zin: kijk hoe eigenaars omgaan met hun dienaars. In een andere evangelietekst zegt Hij: “Wie van jullie belangrijk wil worden, moet dienaar zijn. Wie van jullie de eerste wil zijn (dat is de aller hoogstgeplaatste), moet slaaf zijn (de aller laagstgeplaatste)” (Mt 20, 26-27). Vandaag zegt Hij: gedraag je tegenover God als een dienaar. God is de Heer. Hij alleen. En hoe God is, wie Hij is, dat is Jezus ons komen vertellen en voorleven. God is Vader, Abba.
Ik wil nog eventjes terugkomen op de woorden: “ik ben een nutteloze dienaar”. De Bijbel praat graag in zwart-wit: zijn ouders beminnen of haten; God is alles, de wereld is niets; je bent vriend of vijand …. In de tweede lezing zei Paulus: “Om Christus houd ik alles voor afval” (Fil 3, 8). Vandaag spreken we niet meer zo, en misschien maar goed! Nutteloos betekent hier dat je jezelf niet als absoluut gaat zien. Als alleen God absoluut is, dan is al de rest relatief. Hier zegt Jezus: eigen je je werk niet toe, als was jij er de eigenaar van, de enige zin. Neem je werk en jezelf niet te ernstig (ernstig genoeg, maar niet “te”). Als je God en alleen Hem God laat zijn, dan zal je niet de absolute machthebber gaan spelen (en ook niemand over jou laten spelen). Maar dan is ons bestaan ook niet het blinde lot, of erger nog, de absurditeit. Integendeel, God is groter dan onszelf. Als Hij dat is, dan is er altijd hoop. En, vandaag zou ik eraan willen toevoegen, wie hoopvol is, heeft zin voor… humor (een belangrijke indicator van mentaal welzijn!)
Ja, zo’n dienaar willen we wel zijn. Zo’n dienaar mogen we zijn. Hebben we het moeilijk om het te geloven? Dan ga ik terug naar het begin van onze evangelielezing: 'Geef ons meer geloof.' En dan zal de Heer antwoorden: “Als je maar een geloof had als een mosterdzaadje…” dan zouden we als Abraham op avontuur trekken, op weg naar Gods Belofte.
Beste vrienden, die Belofte ligt voor ons, en die Belofte wens ik toe aan ieder van jullie.