Liefde in kwadraat – Bénédicte Lemmelijn [column]
Het is een mooie, zonnige herfstdag vandaag, een zondag bovendien. Alles is wat rustiger: wat adempauze, wat minder moeten… De kleinkindjes komen, een tweeling van dertien maanden. En dat is liefde in praktijk, van seconde tot seconde in zorg en tederheid, zachtmoedigheid en overgave, eigenlijk in al wat God van mensen wil. Ik denk aan Sirach: ‘Welgevalligheid aan Hem ligt in trouw en zachtmoedigheid’ (Sir 1,27). En dat is wat deze zondag behelzen zal.
De dag is rustig. Kindjes van dertien maanden hebben nog geen haast, geen stress voor allerhande taken, en gekoesterd als ze zijn ook geen angst of wantrouwen. Neen, ze hebben grote oogjes die de hele werkelijkheid als een wonder gadeslaan, leergierige mondjes die woordjes nazeggen en geluiden van de dieren nabootsen, en lieflijke armpjes die oma en opa omhelzen in de grootste geborgen genegenheid.
We maken vandaag ons eerste fietstochtje. Het is zonnig, maar natuurlijk wel al herfst. Met een warm jasje, met evenveel liefde gebreid door hun overgrootmoeder, en een beschermend helmpje op het kleine hoofdje doorkruisen we de Hagelandse velden. Onder onze wielen ritselen bladeren in alle kleuren; nootjes springen speels opzij en eikels kraken. Langs de weg zien we paarden en koeien: even halthouden betekent steeds een spektakel.
‘Hij heeft zijn ziel tot rust gebracht’, klinkt het. En de wijze waarop hij die verworven rust omschrijft, is fundamenteel.
In de weidse natuur, tussen afgereden akkers en late maïsvelden, met gedroogd gekrulde bladeren en kolven vol oranje gerijpte korrels, lijkt de wereld onbegrensd en smaakt het hele leven even opnieuw heel. Ik denk aan een liedje van Coenie De Villiers. Kathedraal heet het, en het past bij deze dag. Zijn kerk heeft geen dak, zingt hij, want haar koepel is de hemel, hoog en breed genoeg voor sterren en planeten. Zijn kerk heeft geen muren die een horizon beperken, geen deuren en geen slot. Er zijn geen vensters met brandglas, want de zon zelf biedt haar kleuren als de laatste wolken wijken. Zijn kerk is de Schepping, daar waar je stilte, vrede en rust vindt. (Luister onderaan deze pagina.)
Lees ook
En ik besef het eens te meer. Het is daar waar je God zelf in al zijn grootsheid ontmoet: in de overstijgende werkelijkheid die ons te boven gaat en die ons tegelijkertijd onnoemelijk en onbevattelijk liefheeft, gewoon ongevraagd en onvoorwaardelijk. De psalmist in Ps 131 vertolkt dezelfde boodschap. ‘Hij zoekt niet wat te groot is voor hem of te hoog gegrepen; zijn hart is niet trots en zijn blik niet hoogmoedig.’ Hij is ‘stil geworden’. Stil ten aanzien van een hem overstijgende werkelijkheid, die enkel te ervaren is door wie stil durft te zijn. ‘Hij heeft zijn ziel tot rust gebracht’, klinkt het. En de wijze waarop hij die verworven rust omschrijft, is fundamenteel. Ze heeft te maken met diepe existentiële geborgenheid, die uitgedrukt wordt in de metafoor die daartoe van alle tijden is: ‘als een kind op de arm van zijn moeder’. ‘Als een kind is zijn ziel in hem’: geborgen en gedragen in de liefdevolle aanwezigheid van God.
Vandaag werd het waar: in twee paar liefdevolle open kinderoogjes, in de natuur die bestendig de seizoenen doet keren, in de wind die met ons mee reed, maar vooral in Liefde in kwadraat en oeverloze tederheid …
• Bénédicte Lemmelijn is decaan van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven
