100-jarige zuster Walburga wordt gevierd: ‘Als je iets doet, doe het dan goed’
100 jaar: reden voor een feestje in het bisschopshuis, met foto’s uit de oude doos en een bos bloemen. En met wilde verhalen ook. Zuster Walburga heeft wat uitgespookt in haar lange leven. Met de vrachtwagen van de schoonfamilie rijden, bijvoorbeeld, terwijl ze amper met haar neus en kap boven het stuur uitkwam. De mannen hadden haar uitgedaagd. Maar ze durfde dus wel, gelukkig in een minder druk verkeerstijdperk dan vandaag.
Er komt een foto boven van de jonge Andrea in majorettejurk. De ogen van zuster Walburga fonkelen. Vanwaar eigenlijk die naam?
‘Ik kreeg hem bij mijn professie. Toen we onze eigen naam terug mochten aannemen, heb ik daar niet voor gekozen. Iedereen kent mij als zuster Walburga. Voor de kinderen van vroeger ben ik nog altijd zuster Lula. Dat verandert niet meer.’
Dirk Moereels, pastoor in Aalst, is een van zuster Walburga’s oogappels. Hij is speciaal gekomen om zuster Walburga mee in de bloemetjes te zetten en toont een foto van hem als baby met zijn ouders en broer. Hoe kwam hij in het kleintjesoord terecht? ‘Mijn ouders waren middenstanders. Ze hadden het veel te druk. Ik ben twee jaar lang niet naar huis geweest.’ En hij lacht: ‘Ik ben altijd een brave jongen geweest, hé, zuster?’ Dat wordt uiteraard beaamd.
Ook Peter Kiekens uit Zottegem was ooit een van haar kleintjes. In totaal werden vijf van haar oogappels later priester, al is een van hen weer uitgetreden.
‘Ik deed wijwater in de papfles’, grapt de zuster.
Wijwater, toeval of voorzienigheid, pastoor Kiekens dankt zijn roeping heel direct aan een medezuster van Walburga. ‘Ze heette Scholastica en ik liep geregeld met haar mee, onder meer naar de koeienstallen. Ik heb haar later nog vaak opgezocht. Toen ik eens vroeg waarom ze altijd zo blij was, vertelde ze wat haar vader haar had opgedragen: Als je iets doet, doe het dan goed. Het voelde aan als een opdracht die ze mij meegaf toen ik erover dacht om aan het seminarie te beginnen. De dag dat zij overleed, verloor ik mijn moeder.’
Stilzitten kent Walburga niet, vrijwilligerswerk houdt haar jong
Haar jaren in het kleintjesoord waren haar gelukkigste, vertelt zuster Walburga. Toen het instituut sloot, werd ze verantwoordelijk voor het rusthuis van de zusters jozefienen in Deinze. Dat zag ze aanvankelijk totaal niet zitten: van het begin van het leven naar het einde gekatapulteerd worden. Een bisschop-missionaris die teruggekeerd was uit Afrika dacht er net zo over. Toch zou ze er haar hart verliezen en ook na haar pensioen, tot haar 85ste, blijven zorgen voor de mensen. ‘Ik geloof dat ze vanuit de hemel nu net zo goed voor mij zorgen als ik toen voor hen’, klinkt het na al het grappen en grollen plotseling heel ernstig.
Ook daarna vond ze het nog geen tijd om uit te rusten. Zuster Walburga zocht en vond nieuw vrijwilligerswerk, onder meer in het bisschopshuis. Het begon met een Soep op de Stoep-activiteit van Broederlijk Delen. ‘Ik had er zo’n deugd van en vroeg of ik nog meer kon helpen.’ Voor al dat vrijwilligerswerk, dat de zuster zichtbaar jong houdt, en natuurlijk voor haar 100ste verjaardag, wordt ze vandaag gevierd.
‘Stilzitten kent Walburga niet’, zegt medewerkster Claire-Marie Cloquet. ‘Ze gaat ook nog elk jaar mee op de ziekenbedevaart naar Lourdes, niet als zieke wel te verstaan. Het zit dan ook in de leuze van haar congregatie, de zusters van Sint-Jozef: Caritas urget nos (De liefde dringt bij ons aan).’
‘Ik heb altijd gejaagd’, geeft de zuster grootmoedig toe. En ze klopt nog een keer op de tafel. Wanneer bisschop-emeritus Lode Van Hecke erbij komt zitten, is ze helemaal in haar nopjes. Nu is het feest compleet.





