De adventsmens in Felix Van Meerbergen: ‘Wees blij om één kaars op de adventskrans te zijn'
Sinds september is hij officieel met pensioen, maar op rust wil Felix Van Meerbergen lang nog niet zijn. De oud-deken van Diest blijft ook in zijn nieuwe levensfase naast de kwetsbare mens staan. Bovenal hoopt hij een adventsmens te zijn. ‘Advent doet me denken aan verstoppertje spelen. Het is geloven dat er iemand naar je op zoek is en uiteindelijk ook bereid zijn om je te laten vinden.’
Je bent net met pensioen, maar nu al weer volop actief als meewerkend priester in de zorgsector. Hoe zie je je nieuwe levensfase tegemoet?
'Ik kijk er blij en optimistisch naar. Zo ben ik heel dankbaar voor mijn nieuwe uitdaging in de zorgsector. Ik ben niet langer de jeugdpastor, maar de ouderenpastor (glimlacht). Die opdracht zal me zeker verdere kansen tot groei schenken.
Verder ben ik ook heel gelukkig met mijn verbondenheid met de kleine gemeenschap van augustijnen, die zich eerder toevallig terug naar Diest begaf en zich hier in de toekomst nog verder wil uitbouwen. Ik ben sinds kort een geaffilieerd lid van de orde (n.v.d.r. een vorm van verbondenheid met de augustijnse spiritualiteit en regel, zonder een volwaardig lid van de hoofdorde te zijn) en dus officieel medebroeder.
De cirkel is rond. Toen ik 18 was, heb ik even getwijfeld om augustijn te worden en verbleef ik een week bij hen. Mijn wegen liepen anders, maar een kleine 50 jaar later kwamen ze terug op mijn pad. Toevallig of deel van Gods plan?’
Is er iets wat je zal missen?
'Het klinkt misschien vreemd, maar wat ik het meest zal missen, zijn de uitvaarten. Hoewel het aantal kerkelijke uitvaarten sterk achteruit gaat, zijn de voorbereiding en nazorg bij afscheidsrituelen me altijd heel dierbaar geweest. Ze gaven me de kans om dicht bij de kwetsbare mens te gaan staan.
Wat ik het meest zal missen, zijn de uitvaarten. Ze gaven me de kans om dicht bij de kwetsbare mens te gaan staan.
Felix Van Meerbergen
In die kwetsbaarheid vond ik ook veel herkenning voor de barsten in mijn eigen leven en die van de Kerk. Er zit overal een barst in, zo zingt Leonard Cohen, maar net via die barst kan het licht naar binnen komen.'
Waar hoop je nu meer tijd aan te kunnen geven?
‘Ik zou het graag uitdrukken met een beeld uit een beroemd schilderij van Jean-François Millet, waarop je ziet hoe twee mensen hun riek voor het dagelijkse werk op het veld in de grond steken en het angelus bidden. De tijd dat ik de grote beiaardklokken wil luiden, is voorbij. Liever wil ik het kleine angelusklokje zijn, dat mensen regelmatig oproept tot vertraging en verstilling om God te horen.
Het angelus of gebed van de Engel des Heren is trouwens het adventsgebed bij uitstek. Het herinnert aan de aankondiging van de aartsengel Gabriël aan Maria dat zij de moeder van Jezus zou worden.’
De advent is een tijd van verwachten. Welke verwachtingen heb je doorheen je priesterleven leren loslaten?
‘De Kerk is vandaag veel kleiner geworden dan ik ze me gedroomd had. Ik zag doopsels, kerkelijke huwelijken en uitvaarten verminderen. Ik zag mensen wegblijven uit de kerk en groepen kleiner worden. Ooit was ik de jongste priester in ons bisdom. Helaas bleef ik dat heel lang en dat was moeilijk om te aanvaarden.
De tijd dat ik de grote beiaardklokken wil luiden, is voorbij. Liever wil ik het kleine angelusklokje zijn.
Felix Van Meerbergen
Ik heb ook mijn onstuimige dromen moeten bijstellen. Ik had verwacht dat de tijd al veel vroeger rijp zou zijn om vrouwen te wijden, gehuwde mannen toe te laten tot het priesterschap en rituelen te ontwerpen voor mensen die geen toegang hebben tot de sacramenten. Maar mijn denken was daarin te westers gekleurd. Ik heb me ermee verzoend dat we daar als gehele kerk nog niet aan toe zijn.’
Welke verwachtingen blijf je koesteren?‘
Ik blijf grootse verwachtingen koesteren voor de kerk. Ter gelegenheid van mijn 50 jaar priesterschap hoop ik mijn boek De kerk die ik droom(de) klaar te hebben. Daarin wil ik aangeven dat ik ondanks alles geen angst voel voor de toekomst van de kerk. In de geschiedenis van de kerk maken we geen vasten mee, maar een advent. En die advent leidt altijd ergens naartoe. Daar ben ik van overtuigd.’
Wat maakt je daar zo zeker van?
'De sterke toename van internationaliteit in onze kerken stemt me bijvoorbeeld hoopvol. Ik zag hier in Diest hoe blij de mensen waren om onze Congolese en Vietnamese augustijnen te verwelkomen. Onze pastorale coördinator is afkomstig uit Indonesië. Ze komen op hun eigen manier het Evangelie aan ons vertellen. Het doet me denken aan het prille begin van de kerk, toen de apostelen uitzwierven om overal ter wereld het goede nieuws te verspreiden. Ook de stijl van onze nieuwe paus Leo – niet toevallig een augustijn – schenkt me veel hoop.’
Wat vind je zo hoopgevend aan zijn stijl?
'Met zijn eerste apostolische exhortatie Dilexi te laat paus Leo zien dat diaconie en spiritualiteit nooit los van elkaar kunnen bestaan. Zelf heb ik het ook altijd heel belangrijk gevonden om naast de mens in armoede te staan en te ijveren voor concrete rechtvaardigheid. Figuren als Romero, Cardijn en Daens zijn daarin mijn grote voorbeelden.
In de geschiedenis van de Kerk maken we geen vasten mee, maar een advent. En die advent leidt altijd ergens naartoe.
Felix Van Meerbergen
Ik trok geregeld mee naar derdewereldlanden voor projecten: naar bisschop Dickmans in Brazilië en naar Senegal. Met de ouders van de vermoorde Annick Van Uytsel ging ik meerdere keren naar Kenia om het leven van kinderen wat draaglijker te maken. De kerk daar ontmoeten, was telkens inspirerend. Ik hoop nog één keer te kunnen neerknielen bij het graf van Romero. Zolang de kerk bezig is met het leven van mensen, heeft ze toekomst.’
Diest staat bekend om zijn jaarlijkse kerststallententoonstelling. Die groeide ooit uit je eigen verzameling. Vanwaar die aantrekkingskracht?
‘Zo’n vijftig jaar geleden kocht ik mijn eerste kerststal in Gaza. De collectie groeide aan en het werd een passie om stalletjes vanuit verschillende landen te verzamelen. Het zijn een voor een verhalen die samenvloeien in alle mogelijke materialen, kleuren en vormen. Ik zie dan de wereldkerk staan.
De Kerk heeft nood aan een laagdrempelige manier om haar verhaal door te vertellen.
Felix Van Meerbergen
De kerststallen werken ook verbindend. Tijdens de jaarlijkse tentoonstelling zie ik hoe grootouders en kleinkinderen stilvallen bij een kerststal en hoe de beelden hen helpen om het verhaal door te vertellen, hoe ver ze soms ook van het geloof af staan. Ook dat is kerk zijn.’
In de Allerheiligenkapel staan ook talloze beelden van heiligen. Je draagt volksdevotie een warm hart toe.
‘Ja, de kerk heeft nood aan een laagdrempelige manier om haar verhaal door te vertellen. Al die heiligen zijn voor mij adventsmensen: mensen die wisten dat hun leven toekomst had, ook al ontsnapten ze zelf niet aan de gebrokenheid.
Daar moeten we het wonder van de kerststal zoeken: in de concrete mens voor ons. En we mogen beseffen dat we allemaal ook een eigen plek in die kerststal hebben. We horen er allemaal bij.’
Op welke plek zie jij jezelf staan in de kerststal?
‘Ik moet nu denken aan een icoon van Geert Hüsstege. Hij verbeeldt een herder met een zwart schaap. Dat is uitzonderlijk, want meestal zie je witte schapen bij de kerststal. Ik denk dat ik mezelf in dat beeld herken. Ben ik dan het zwarte schaap of de herder? Dat wisselt volgens mij, maar ik wil zeker ook die herder voor het zwarte schaap proberen te zijn. Een adventsmens in onze kapotgeschoten wereld.’
Als je een adventswens aan onze lezers zou mogen meegeven, welke zou dat dan zijn?
‘Wees blij om één kaars op de adventskrans te zijn. Je hoeft ze niet alle vier te willen zijn. Dat ene kaarsje kan mensen wakker maken om de drukte te overstijgen, halt te houden en ruimte te geven aan God. Het is zo belangrijk om het verhaal van het wezenlijke terug te vertellen. Er is meer dan wij zelf kunnen zien en maken. Wij hoeven de wereld niet te redden. God zal ons verlossen.’










