Paus waarschuwt voor eenzaamheid bij priesters
In een lange, pas verschenen apostolische brief riep paus Leo XIV op tot meer collegialiteit onder priesters en uitte hij zijn bezorgdheid over het priestertekort in sommige landen. Het document getiteld Een trouw die toekomst voortbrengt, dat maandag door het Vaticaan werd gepubliceerd, gedenkt de de 60e verjaardag van de documenten Optatam totius en Presbyterorum ordinis van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Leo nodigt lezers uit om beide teksten opnieuw te lezen en benadrukt hun blijvende relevantie. De brief begint met de zin: ‘Priesters worden vandaag de dag geroepen tot een trouw die de toekomst schept.’
Er is geen toekomst zonder alle roepingen te koesteren!
Paus Leo
Opvallend pleit hij voor meer gedeelde woonsituaties voor priesters en een betere samenwerking met leken.
‘In veel contexten, vooral in het Westen, ontstaan er nieuwe uitdagingen in het leven van priesters die verband houden met de moderne mobiliteit en de fragmentatie van de samenleving. Dit betekent dat priesters niet langer deel uitmaken van een hechte en gelovige gemeenschap die in het verleden hun bediening ondersteunde. Daardoor zijn ze meer blootgesteld aan de gevaren van eenzaamheid, wat hun apostolische ijver tempert en kan leiden tot een droevige terugtrekking in zichzelf. Ook om deze reden hoop ik, in navolging van de instructies van mijn voorgangers, dat er in alle lokale kerken een hernieuwde toewijding zal ontstaan om te investeren in en mogelijke vormen van gemeenschapsleven te bevorderen, ‘om priesters in staat te stellen elkaar te helpen bij het ontwikkelen van het intellectuele en geestelijke leven, om een betere samenwerking tussen hen in de bediening te bevorderen en om hen te beschermen tegen mogelijke gevaren die voortvloeien uit eenzaamheid.’ (Par. 17)
Perspectief op roeping behouden
Met betrekking tot het tekort aan nieuwe priesters in sommige landen schrijft de paus: ‘Samen met het gebed roept het tekort aan roepingen tot het priesterschap, vooral in bepaalde delen van de wereld, iedereen op om de vruchtbaarheid van de pastorale praktijken van de Kerk te onderzoeken. Het is waar dat de oorzaken van deze crisis vaak uiteenlopend en veelzijdig zijn en specifiek afhangen van de sociaal-culturele context. Tegelijkertijd moeten we de moed hebben om krachtige en bevrijdende voorstellen te doen aan jongeren en ervoor te zorgen dat er in de particuliere kerken omgevingen en vormen van jeugdwerk zijn die gericht zijn op het evangelie, want daar kan de roeping tot totale zelfgave ontstaan en rijpen. In de zekerheid dat de Heer nooit ophoudt te roepen (vgl. Joh. 11:28), is het noodzakelijk om in elke pastorale setting, met name in die met jongeren en gezinnen, altijd een perspectief op roeping te behouden. Laten we niet vergeten: er is geen toekomst zonder alle roepingen te koesteren!’ (par. 28)
Wat betreft het celibaat stelt het document: alleen priesters en religieuzen die menselijk rijp en geestelijk stabiel zijn, kunnen de verplichting van het celibaat op zich nemen en op geloofwaardige wijze het Evangelie van de verrezen Heer verkondigen.’ Het document brengt ook kort de kwestie van seksueel misbruik door geestelijken ter sprake.





