Aan een touwtje [Kolet op zondag]
Mijn kleindochter heeft wantjes aan een touwtje. Ze zitten door de mouwen van haar jas, zodat ze ze niet kwijtraakt. Als ze rent, als ze huppelt, als ze op mijn fiets klautert naar het voorzitje, altijd volgen de wantjes haar. Voordat we vertrekken schuift ze ze zorgvuldig over haar handjes.
Wat zou ik graag ook zo’n touwtje hebben, voor alles wat ik in het leven dreig te vergeten. Mijn goede humeur en mijn hoopvolle kijk op de dingen.
De kleine momenten van aandacht voor alles en iedereen om me heen.
De blik van herkenning die harten ontdooit.
Mijn zakje met vriendelijke woorden.
De glimlach die zoveel ergernissen kan ontmijnen.
Als ik ze aan een touwtje had, zouden ze altijd met me mee bungelen.
Soms zou ik erover struikelen en dan zouden ze me weer te binnen schieten.
Als ik te snel een deur zou sluiten, zouden ze me terugroepen omdat ze nog niet binnen waren.
Ze zouden me voor de voeten lopen, maar ik zou ze nooit uit het oog kunnen verliezen.
En telkens weer, als het echt koud wordt, zou ik ze kunnen aantrekken.
Ik heb alleen nog een touwtje nodig.




