Herdenkingsplaat in Brusselse kathedraal duidt antisemitische legende — ‘Een ongemakkelijk wonder’
Woensdag huldigde aartsbisschop Luc Terlinden samen met de Brusselse opperrabbijn Albert Guigui in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal een plakkaat in dat het antisemitische karakter van 'het Sacrament van Mirakel' erkent. Die legende wordt afgebeeld op glasramen van de kathedraal.
Het Sacrament van Mirakel verwijst naar een gebeurtenis op Goede Vrijdag 1370. Zes Brusselse Joden zouden toen gewijde hosties hebben gestolen en daarna hebben doorstoken met een mes. Vervolgens vond er een mirakel plaats, want uit de hosties stroomde bloed van Christus. De Joden werden daarvoor op de Brusselse Grote Markt op de brandstapel gezet. Die gebeurtenis vormde de start van een eeuwenlange traditie waarin de hosties werden vereerd, met onder andere processies in Brussel. Het verhaal werd in de 19de eeuw volledig afgebeeld op de glasramen van de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal.
Dingen benoemen, fouten uit het verleden erkennen, is een daad van waarheid.
Albert Guigui
‘Een ongemakkelijk wonder’ was de titel van een lezing die de bollandistische (gespecialiseerd in de studie van heiligenlevens) jezuïet Robert Godding woensdag in de Brusselse kathedraal gaf. In het kader van de festiviteiten ter ere van het 800-jarig bestaan van de kathedraal was het moeilijk deze pijnlijke geschiedenis te negeren. Bovendien werd ze lange tijd herdacht in de straten van Brussel met processies. Zelfs vandaag de dag blijven sommige gelovigen gehecht aan dit 'wonder' en de bijbehorende devotie.
Historici duiden de gebeurtenissen vandaag in bredere context van haat tegen Joden. Al in 1309 vond over gans Brabant een vervolging van Joden plaats tijdens de voorbereiding van een volkskruistocht. Veertig jaar later, gedurende de pestepidemie van 1348-50, riepen boetepredikers, zogenaamde flagellanten, op tot de vervolging van Joden. Later werd het Sacrament van Mirakel onderdeel van religieuze propaganda.
Het Sacrament van Mirakel prijkt overigens ook op de fameuze lijst van eucharistische wonden van de jonge heilige Carlo Acutis, maar de tiener vermeldde niet dat het in de legende om Joden ging die nadien op de brandstapel werden gezet.
Een duidelijker boodschap
De glas-in-loodramen van de kathedraal uit de 19de eeuw geven een karikaturale voorstelling van Joden en zijn zonder meer antisemitisch. Een volledig glasraam toont hoe een groep Joden hosties met messen bewerkt. In de jaren 1970 werd een eerste plaquette bij de glasramen in de kathedraal geplaatst, waarmee de diocesane autoriteiten van Mechelen-Brussel, ‘na historisch onderzoek te hebben bestudeerd', de lezers attent maakten op ‘het tendensieuze karakter van de beschuldigingen [tegen de Joden die verantwoordelijk waren voor de heiligschennis] en op de legendarische weergave van het 'wonder’.
De plakkaten die woensdag werden onthuld, gaan een stap verder. De kerkelijke autoriteiten stellen dat de Joden eertijds onterecht werden beschuldigd en dat dit onlosmakelijk verbonden is met antisemitisme. Aan de Joodse gemeenschap wordt dan ook om vergeving gevraagd 'voor het leed dat deze beschuldigingen hebben veroorzaakt'. Men maakt zich ook sterk om elke vorm vorm van antisemitisme tegen te gaan.
Albert Guigui, opperrabbijn van Brussel, zei zeer verheugd te zijn over het initiatief en de dialoog met de katholieke autoriteiten van Brussel. Guigui spreekt van een historische kwetsuur, waarvan de gevolgen zeer reëel zijn geweest: uitsluiting, discriminatie en soms tragisch geweld. ‘Maar wat vandaag de dag essentieel is, is hoe we naar deze afbeeldingen kijken. Ze mogen niet worden uitgewist, omdat ze deel uitmaken van de geschiedenis, maar ze moeten wel vergezeld gaan van verklarende taal, van ethisch en spiritueel inzicht dat ons in staat stelt te begrijpen, te contextualiseren en, bovenal, herhaling van het verleden te vermijden. In die zin transformeert de huidige benadering deze glas-in-loodramen: ze zijn niet langer slechts een weerspiegeling van een pijnlijk verleden; ze worden ook het vertrekpunt voor een gezamenlijke reflectie op waarheid, herinnering en verantwoordelijkheid.'
Terugkeer en herstel
‘Het besluit om een nieuwe plaquette te plaatsen is geen cosmetisch of symbolisch gebaar in de oppervlakkige zin van het woord. Het maakt deel uit van een diepere dynamiek: die van het uitspreken. Dingen benoemen, fouten uit het verleden erkennen, is een daad van waarheid. In de Joodse traditie spreken we van teshuvah, een proces van terugkeer en herstel. Wat we vandaag meemaken, sluit volledig aan bij deze geest.’
De Brusselse opperrabbijn ziet de onthulling van de plaquette dan ook als een belangrijke stap in een geschiedenis van verzoening tussen de tradities. Het is een teken dat herinnering een plek van ontmoeting kan worden in plaats van een plek van verdeeldheid. ‘Het doel is niet om te veroordelen, maar om te begrijpen. Begrijpen dat sommige verhalen onbedoeld aanleiding kunnen hebben gegeven tot negatieve percepties en afwijzende houdingen. En ook het besef dat we nu de verantwoordelijkheid hebben om deze verhalen opnieuw te lezen in het licht van de fundamentele waarden die we delen: menselijke waardigheid, waarheid en broederschap.’
Albert Guigui: ‘Antisemitisme, net als alle vormen van haat, gedijt vaak op onwetendheid en afstand. Daarom is interreligieuze dialoog geen luxe, maar een noodzaak. Het gaat er niet alleen om elkaar beter te leren kennen, maar om samen een samenleving op te bouwen waarin iedereen zijn of haar geloof kan beleven met respect voor anderen. We kunnen het verleden niet veranderen, maar we kunnen wel bepalen hoe we het doorgeven. En daarin ligt een immense plicht: ervoor zorgen dat de verhalen die ons ooit verdeelden, kansen bieden voor verzoening.’
'Broederschap is het beste antwoord'
Bij de onthulling van de nieuwe plaquette (in vier talen: Nederlands, Frans, Engels en Hebreeuws) zei aartsbisschop Terlinden dat dit een nieuwe stap is in de relatie tussen Joden en christenen in ons land, en wel op drie vlakken: een proces van vergeving en berouw, een zuivering, en een verdieping van onze vriendschap en broederlijkheid. 'Ik wil hier onze vraag om vergeving aan het Joodse volk hernieuwen voor het leed dat de gebeurtenissen van 1370 en het daaropvolgende anti-judaïsme hebben veroorzaakt', zei hij voor de grote groep aanwezigen. Hij verwees uitdrukkelijk naar de verklaring Nostara Acetaten van het Tweede Vaticaans Concilie en naar de vele tekens van vriendschap door de opeenvolgende pausen en door zijn voorgangers als aartsbisschop van Mechelen-Brussel. 'Ik herhaal vandaag het vertrouwen en de vriendschap die ons verenigen. Deze broederschap is het beste antwoord op de bedreigingen die op ons wegen en op de conflicten die de wereld verscheuren. Nooit mag religie gebruikt worden om geweld te rechtvaardigen of om de waardigheid van iedere mens aan te tasten.'
De volledige tekst van de plaquette:
Wij erkennen dat op het einde van de middeleeuwen, in verschillende regio’s van Europa, Joodse gemeenschappen ten onrechte werden beschuldigd van profanatie van hosties. Deze laster, vaak gevoed door angst en religieuze onwetendheid, leidde tot vervolgingen, bloedbaden en onterechte uitwijzingen. Ook in Brussel gebeurde dit in 1370 toen Joden werden terechtgesteld en vervolgens hun gemeenschap uit het hertogdom Brabant werd verdreven. In deze kathedraal verwijzen glasramen naar deze gebeurtenissen alsook naar de eucharistische devotie die erop volgde. Anti-judaïsme staat, zowel theologisch als sociaal, haaks op het Evangelie van Christus, dat oproept tot waarheid, gerechtigheid en broederlijkheid. Wij vragen het Joodse volk om vergeving voor het leed dat deze beschuldigingen hebben veroorzaakt. Trouw aan de verklaring ‘Nostra Aetate’ van het Tweede Vaticaans Concilie (1965) en aan de oproep van de heilige paus Johannes Paulus II tot ‘zuivering van het geheugen’, hernieuwen wij onze inzet om antisemitisme in iedere vorm tegen te gaan, de dialoog tussen Joden en christenen te verdiepen en een duidelijke herinnering door te geven aan toekomstige generaties, gebaseerd op de erkenning van de waarheid en op wederzijds respect.
Bron: Cathobel








