Paus zet Nederlands-Amerikaanse zuster op weg naar zaligverklaring
Paus Leo XIV heeft een lijst gepubliceerd van gelovigen van wie de bijzondere verdiensten worden erkend. Het gaat om drie soorten erkenningen:
- martelaren: Stanislao Ortega García en 48 mede-Broeders van Sint-Gabriël, die in 1936 in Spanje omkwamen tijdens de religieuze vervolging in de Spaanse Burgeroorlog.
- offergave van het leven: Pietro Emanuele Salado Alba (1968-2012)
- heroïsche deugden ('eerbiedwaardig'): Maria Eletta van Jezus (1605-1663), Maria Teresa van de Allerheiligste Drie-eenheid (de Nederlandse Theresa IJsseldijk, zie hieronder) en Maria Raffaella De Giovanna (1870-1933).
Opvallend: Theresia IJsseldijk, Nederlandse missionaris in de Nieuwe Wereld
- Maria Teresa van de Allerheiligste Drievuldigheid werd geboren als Theresia IJsseldijk (1897-1926) in Apeldoorn, Nederland. Ze stierf in St. Louis, Verenigde Staten. In Europa is ze nagenoeg onbekend.
- Al vroeg koesterde ze de wens om in een klooster te treden, maar haar zwakke gezondheid verhinderde dat aanvankelijk.
- Toch kon ze op 19-jarige leeftijd intreden bij de Congregatie van de Karmelieten van het Goddelijk Hart van Jezus.
- In 1919, twee jaar na haar intrede, vertrok ze met zeven andere zusters naar de Verenigde Staten. Daar werd een ernstige nierziekte bij haar vastgesteld .
- Haar geduld en vreugde te midden van het lijden waren een inspiratie voor al haar medezusters.
- Na haar dood op 28-jarige leeftijd startte een verering.
- Ze voegt zich bij een groeiende lijst van ‘eerbiedwaardigen’ uit de Verenigde Staten. We moeten haar dus als een Amerikaanse beschouwen. Geeft een Amerikaanse paus een duwtje aan zijn landgenoten?
Controversieel: martelaarschap van 49 Spaanse broeders
Het meest controversiële is dat paus Leo ook het martelaarschap erkent van 49 broeders van de Orde van Sint-Gabriël, die in 1936 in Spanje door anarchisten werden vermoord.
In de Spaanse burgeroorlog werden duizenden mensen uit de Kerk gedood, vooral in 1936, toen er veel haat was tegen religie. Later nam het geweld af, maar op het einde van de oorlog was er opnieuw geweld. Tot op heden erkent de Kerk bijna 2.100 martelaren van de bijna 7.000 religieuze doden (onder wie 13 bisschoppen, 4.000 priesters, 2.300 monniken en 280 zusters) die tijdens de Spaanse Burgeroorlog zijn geëxecuteerd.
De erkenning van deze martelaars is vandaag nog steeds gevoelig. Sommigen vinden dat de Kerk zo vooral slachtoffers van één kant benadrukt en andere slachtoffers, zoals die van het regime vanFranco, minder aandacht geeft.
Onder het bewind van generaal Franco wilden de Spaanse bisschoppen de slachtoffers snel zalig laten verklaren. Paus Paulus VI vertraagde de behandeling van de verzoeken, omdat hij van mening was dat er onvoldoende perspectief was en dat deze verzoeken niet zonder politieke motieven waren. Johannes Paulus II hervatte het zaligverklaringsproces. Omdat hij zelf atheïstische vervolging in Polen had meegemaakt, interpreteerde hij de Spaanse kwestie vanuit zijn persoonlijke ervaring.
Bronnen: Aletaia, La Croix, Vatican Media


