‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven'. Wat bedoelt Jezus (of liever Johannes) ermee? [catechese]
In de evangelielezing van de 5de Paaszondag vragen de leerlingen Jezus bij monde van Thomas: 'Heer, wij weten niet waar gij heen gaat, hoe kunnen wij dan de weg kennen?' Achter deze vraag gaat de oudste en de universele vraag van alle religies schuil: hoe geraken wij sterfelijke mensen bij God? Het is mijn diepste levensvraag, het is wellicht ook die van u, zij het misschien onder heel andere bewoordingen.
Jezus’ verbluffende antwoord luidt: 'Ik ben de Weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.' Klinkt niet erg bescheiden, en zo kennen we hem toch niet… Iemand die zoiets over zichzelf zegt, doet mij eerder denken aan sommige presidenten die zich al eens voor Jezus willen uitgeven, dan aan Jezus zelf. Maar ik ga er dan ook niet van uit dat Jezus dit zo over zichzelf gezegd heeft! Dit evangelie is genomen uit de langere afscheidsrede van Jezus tot zijn leerlingen, die Johannes inlast aansluitend bij het laatste avondmaal.
De evangelist onthult als het ware de binnenkant van Jezus, en legt hem deze woorden in de mond. En Johannes doet dit terugblikkend vanuit de ervaring van de verrijzenis: hij kijkt dus al naar Jezus als de verrezen Heer die bij God is, en laat Jezus van daaruit zichzelf typeren. Daarom beluisteren we dit verhaal tijdens de paastijd, vooruitblikkend naar Jezus’ terugkeer tot zijn Vader op Hemelvaart: om steeds dieper ingewijd te worden in wie de verrezen Heer voor ons is. En dan legt Johannes Jezus in de mond: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.'
Elk begrip heeft zijn auteur
Het zijn drie heel grote begrippen. Het eerste van de drie dat met God in verband werd gebracht, is wel de waarheid. Plato doet het reeds, die het goddelijke benoemde als het ware, het goede en het schone. Met andere woorden: alles waar wij naar op zoek zijn en wat we nooit helemaal bereiken: volkomen waarheid zonder leugen, volkomen goedheid zonder boosheid, volkomen schoonheid zonder lelijkheid.
De andere twee begrippen flankeren dan ons tot waarheid komen in het dagelijks leven: via de juiste weg, en het ware leven. Die drie spelen ook een hoofdrol in de Schriften, en we kunnen in zekere mate een auteur plakken op elk ervan.
De briljante geest Paulus denkt graag na over de waarheid: hij noemt het evangelie zelfs ‘het woord van de waarheid’. De evangelist Marcus heeft een voorliefde voor het beeld van de weg in zijn levensbeschrijving van Jezus: de weg van Jezus en de weg van de navolging van Jezus, waardoor de eerste christenen ook wel ‘de mensen van de Weg’ werden genoemd, zij die een eigen weg volgden naar volkomen geluk en eeuwig leven. En Johannes, de evangelist die veel mediteert over wie Jezus eigenlijk was en waarvoor hij op aarde kwam, heeft een voorliefde voor het leven: nog vorige week hoorden we bij hem de goede Herder zeggen: 'Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben, en wel leven in overvloed!'
Gevaarlijke begrippen
De weg, de waarheid en het leven… Het zijn ook drie gevaarlijke begrippen om na te streven, zoals alles wat groots en de moeite waard is, gevaarlijk kan zijn. Ze brengen risico met zich mee, precies omdat ze ons menselijke kunnen overstijgen. We hebben steeds weer de neiging ze te verkleinen tot
onze maat, of onszelf te vergroten tot hun maat.
Als we de waarheid verkleinen tot onze maat, wordt alles relatief en gaan we er gemakkelijk de kantjes aflopen. Er is toch alleen maar hoe ik het zie en hoe jij het ziet, en wie heeft de waarheid…? Voor we het weten wassen we onze handen in onschuld en zeggen met Pilatus: 'Wat is waarheid…?' Je zou het de postmoderne ziekte kunnen noemen: er is dan uiteindelijk geen waarheid meer, alles moet maar kunnen…
Meteen verlaten we dan ook de weg van de navolging te gemakkelijk, vooral als een kruis-punt opdaagt: we maken bochten die de moeilijkheden omzeilen en omwegen die doodlopende straatjes blijken. We zijn dan niet langer onderweg, maar we zijn gewoon weg, zoals toen de leerlingen Jezus in de steek lieten en Petrus zei: 'Ik ken die man niet…' We zijn dan ook niet langer mensen van de weg, pelgrims, maar worden zwervers, we dolen en dwalen maar wat in de tijd die we hier op aarde doorbrengen.
En we sluiten dan ook compromissen over het volle leven… We nemen genoegen met een kleiner leven, mijn leven in mijn overvloed misschien, of we gaan in de modus van het overleven. We dromen niet langer, maar haken af: het zal mijn tijd nog wel duren met dat klimaat dat opwarmt, met de sociale zekerheid die niet langer betaalbaar lijkt, met de parochie die vernieuwing nodig heeft… Het is symptomatisch dat er zo weinig politiek engagement is in onze samenleving, maar even goed dat er zo weinig kinderen worden geboren of zo weinig gemeenschap wordt beleefd… We vergeten dan de paradox die de vaakst terugkerende uitspraak is in de evangelies: wie zijn leven verliest om mijnentwil, die zal het vinden!
De mens als maat?
Maar minstens even gevaarlijk is het onszelf te vergroten alsof wij de weg, de waarheid en het leven beheersen. Wie de waarheid vastlegt en beweert ze in pacht te hebben, wordt totalitair en maakt slachtoffers bij wie het met zijn waarheid niet eens is. Zo iemand heeft God in zijn binnenzak, staat niet langer open voor nieuwheid, maar belandt in ideologie en onbarmhartigheid. Ik las ergens deze definitie van een fundamentalist: het is iemand die wil dat Gods wil geschiedt, zelfs als God dat niet wil!
Ik las ergens deze definitie van een fundamentalist: het is iemand die wil dat Gods wil geschiedt, zelfs als God dat niet wil!
De weg wordt dan de tirannie van de grote leider met slaafse volgzaamheid van de anderen, de voorbeelden in de geschiedenis zijn bekend. En het leven wordt onvrij want moet beantwoorden aan de ideologie van wie de macht heeft. Dat kan gaan om landen zoals Rusland of Iran vandaag, maar even goed om een gezin waar het kind niet wordt aanvaard omdat het homoseksueel is, of omdat het een andere beroepskeuze voor ogen heeft dan zijn ouders in gedachten hadden…
Al gaande
Ja, de weg, de waarheid en het leven zijn drie begrippen waar we eerder moeten proberen in te staan dan dat we ze kunnen bemeesteren: we kunnen maar proberen op het rechte pad en op weg te blijven, in de waarheid te verblijven, en waarachtig te leven in alles wat we beleven. Maar hoe kunnen we ons dan oriënteren bij wat wij niet bemeesteren? Hier krijgt het antwoord van Jezus, hem door Johannes in de mond gelegd, zijn volle gewicht: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.' En even verder: 'Wie mij ziet, ziet de Vader.' Hier komen we bij de uniciteit van Jezus, bij wie hij eigenlijk is volgens Johannes: hij toont niet gewoon, maar hij ís de weg, de waarheid en het leven. En daarom overbrugt hij de afstand tot de Vader, en tot het huis van de Vader waar ook wij onsterfelijk willen zijn. 'Wie mij ziet, ziet de Vader…' Kijken naar Jezus is de boodschap, hem aanschouwen of contempleren in meer biddende taal.
En toch is daarmee nog niet alles gezegd. We kijken naar Jezus in de evangelies, in de Bijbel. Maar ook daarmee vinden we nog niet alle oplossingen voor onze weg, ons leven en de waarheidsvragen van vandaag. Het evangelie van Johannes eindigt met deze raadselachtige zin: 'Als al Jezus’ daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden.' De hele wereld is nog te klein om een volledig beeld van Jezus uit te schrijven dat ons tot gids met alle antwoorden zou dienen.
Nogmaals, Jezus toont ons niet gewoon de weg, de waarheid en het leven, hij is het. En daarom ontvangen wij op hoogst mysterieuze wijze of anders gezegd, op sacramentele wijze de weg, de waarheid en het leven voor ons, wanneer wij Jezus zelf ontvangen in de sacramenten. Daar wordt ook ons kijken naar Hem, in de Schriften en in zijn volkomen zelfgave voltooid in het ontvangen van hem zelf, zoals we in elke eucharistie doen. Niet dat er dan iets magisch gebeurt, maar heel ons leven kunnen we zo groeien in gemeenschap met hem en gelijkvormigheid aan hem.
Auteur: Stijn Van den Bossche