Paus trekt deze week naar de Portiuncula in Assisi — 5 redenen waarom deze plek bijzonder is
Op donderdag 6 augustus bezoekt paus Leo XIV de Basiliek van de Heilige Maria der Engelen in Assisi. Het pastorale bezoek aan de Italiaanse stad sluit vier dagen af van ontmoetingen, workshops en mogelijkheden voor jongeren om hun ervaringen te delen. De paus zal hun vragen beantwoorden en de mis opdragen, waarbij hij hen, net als vorig jaar tijdens het Jubileum van de Jeugd in Tor Vergata, oproept geen genoegen te nemen met een middelmatig leven.
Er worden duizenden Europese jongeren verwacht in Assisi. Dit jaar herdenken ze er de achthonderdste sterfdatum van Franciscus. Het is dan ook een heilig jaar voor de minderbroeders.
Waarom is deze plaats bijzonder?
1. De basiliek werd over een kleine kapel heen gebouwd, de zogenaamde Portiuncula - dit is de heiligste plaats voor de franciscanen. Het was een van de vervallen kerkjes die Franciscus (1181-1226) heropbouwde tijdens de eerste fase van zijn roeping. In de Portiuncula (letterlijk ‘het kleine stukje grond’) begon rond 1210 de bedelorde van de franciscanen of minderbroeders. In de vallei woonden de boeren — er is nog altijd veel landbouw —, boven in de stad de kooplieden.
2. Franciscus bouwde een kleine hut vlakbij de kapel. Rond 1211 werd de kapel aan Franciscus geschonken door de abt van Monte Subasio, in ruil voor een jaarlijkse mand vis. Op Palmzondag 1211 ontving Franciscus in deze kerk Clara van Assisi en stichtte hij de Arme Klaren. Aangrenzend aan het heiligdom werd het eerste franciscaanse klooster gesticht door de bouw van een paar kleine hutten of cellen van vlechtwerk, stro en modder, omgeven door een haag. Franciscus liet er ook een rozentuin aanleggen, die nog steeds te zien is.
3. Toen hij zijn einde voelde naderen, vroeg Franciscus in september 1226 om teruggebracht te worden naar de Portiuncula. Op zijn sterfbed beval Franciscus de kapel aan onder de bescherming van zijn broeders. Hij stierf in zijn cel, op nog geen vijftien meter van de kerk, bij zonsondergang op zaterdag 3 oktober 1226. Hij werd echter niet hier begraven, maar in de stad Assisi. Enkele jaren na zijn dood werd begonnen met de bouw van een enorme basiliek in de stad, waar zijn stoffelijke resten op een geheime locatie werden bijgezet.
4. Aan het bezoek van het kerkje is een speciale aflaat verbonden. Oorspronkelijk was de aflaat te verdienen vanaf het middaguur op 1 augustus tot 2 augustus middernacht. Paus Sixtus IV bepaalde in 1481 dat deze aflaat in alle kerken van de orde der minderbroeders en van de clarissen kon verdiend worden. Het volkse woord persjoenkelen verwijst naar de verdwenen praktijk dat gelovigen meerdere keren achter elkaar een kerk in- en uitliepen.
5. De gebouwen die geleidelijk aan aan het heiligdom waren toegevoegd, werden op bevel van paus Pius V (1566-1572) afgebroken, met uitzondering van de cel waarin Franciscus was gestorven, en vervangen door een grote basiliek in barokke stijl. Het nieuwe bouwwerk werd opgetrokken boven de cel en boven de Portiuncula-kapel, die zich direct onder de koepel bevindt. In de negentiende eeuw werd de basiliek heropbouwd en door Pius X (1903-1914) verheven tot een pauselijke basiliek. Pelgrims bezoeken er de kapel, de cel waar Franciscus stierf, de rozentuin en de resten van de eerste cellen. Het plein voor de basiliek is immens. Er is een groot kloosterhotel, veel souvenirkraampjes en een gespecialiseerde boekhandel. (EDS)





