Waarom Franciscus van Assisi naakt wilde sterven
Franciscus wilde naakt sterven. Op zich is dat niet zo uitzonderlijk of opzienbarend. Het komt meer voor dat stervenden alle bedekking van zich afgooien. Wellicht speelt hierbij een zeer diepe beleving, iets wat Job uitspreekt: ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen, naakt keer ik daar weer terug’. (Job 1,21)
Het hoeft niet te verbazen dat Franciscus, die een rijke intuïtie had, zijn sterven ook zo aanvoelde. Ik heb ergens gelezen dat sommige vrouwen op hun sterfbed hun juwelen afdoen. Volgens mij een gelijksoortig gebaar van waarheid en overgave. Misschien heeft het naakt sterven van Franciscus ook iets van opnieuw geboren worden. Misschien dacht hij aan het proces met zijn vader, toen hij alle kleren afwierp en een nieuw leven begon. Vandaar zijn lofzangen, want bij een geboorte hoort er vreugde te zijn.
Toen hij stervende was heeft men hem niet alleen uitgekleed, maar ook naar buiten gedragen, zodat hij kon sterven op de naakte aarde in open lucht.
Ik wijs nu op een woord waar we tot nu toe overheen hebben gelezen. Hij vroeg om op de grond (super humum) te worden gelegd. (2 Cel. 217) Op de grond of naakte aarde buiten, niet op de vloer binnen. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat Franciscus effectief buiten op de grond of naakte aarde is gestorven.
Misschien is dat ook weer niet zo ongewoon. Maria van Oignies, wier leven Franciscus kende via kardinaal Hugolinus, verbleef de laatste dagen van haar leven buiten haar kluis onder een boom.¹ Ook weet ik van iemand hoe die in de terminale fase altijd maar buiten wilde zijn. Zijn vrouw had dan een soort rustplaats ingericht onder een boom in de tuin.
Wat is de diepe beleving ervan? Misschien de kosmische dimensie van leven en sterven?
Bij Franciscus was dat zeker zo, want hij wilde dat zijn broeders het Zonnelied zongen, een lied waarin de kosmos wordt verheerlijkt of beter, waar de kosmos zelf God, de Schepper, verheerlijkt. Je mag vermoeden dat Franciscus zijn sterven beleefde als een nieuwe geboorte, d.i. opgenomen worden in de lofzang van de kosmos tot God. In elk geval de kracht van het Zonnelied ervaar je als je buiten staat in open lucht met je voeten op de aarde, zodat je scherper ervaart dat je een deel van de ruime kosmos bent.
Het archeologisch onderzoek
Als je nu in de basiliek van Porziuncola de kapel van Franciscus’ sterven bezoekt, de transituskapel genoemd, schuin rechts gelegen tegenover de Porziuncola-kapel, zie je in grote letters staan: ‘Quí morí San Francesco’. (Hier stierf de heilige Franciscus.) Je moet het zo letterlijk mogelijk verstaan: hier op deze plek.
Opgravingen hebben uitgewezen dat op die plek geen enkele aanduiding te vinden is van een vroeger gebouw. Alleen de linkerzijmuur is van een vroeger gebouw. Daarin is een dichtgemetselde boog van een poort te zien, tenminste aan de buitenzijde. Maar die buitenzijde is nu bedekt door een groot schilderij: Het afsterven van Franciscus door Domenico Bruschi (1840-1910) Opgravingen hebben duidelijk gemaakt dat die poort de ingang was van een gebouw richting koor. En dus uitgang richting huidige transituskapel.
Dit was een gebouw van de benedictijnen. Het stond er dus al ten tijde van Franciscus. Porziuncola was aanvankelijk een kleine tijdelijke priorij, waar ten tijde van de oogst of van andere lokale werkzaamheden (bos? hout?) drie of vier monniken verbleven om het werk te verrichten. Men mag wel aannemen dat Franciscus in dat gebouw gelegen heeft tijdens zijn laatste ziekte. Toen hij stervende was, heeft men hem niet alleen uitgekleed, maar ook naar buiten gedragen, zodat hij kon sterven op de naakte aarde in open lucht.
Het gebouw is in de 14de eeuw afgebroken om plaats te maken voor een groot koor juist achter de Porziuncola-kapel, behalve dan de muur met de poort, die nu dienst doet als linkerzijmuur van de later opgerichte transituskapel. Een groot koor was nodig, omdat een groot aantal broeders-observanten onder leiding van Bernardinus van Siena (1380-1444) in Porziuncola kwam wonen. Dat koor overwelfde zelfs de oude Porziuncola-kapel, maar deze bleef wel van buiten uit bereikbaar. Een fresco van Tiberio d’Assisi (1470-1524) in de Roseto-kapel (waar eertijds Franciscus’ hut stond) geeft een goed beeld van de situatie ten tijde van Bernardinus van Siena. Toen ook het aantal pelgrims sterk toenam, heeft paus Pius V de aanzet gegeven om een grote basiliek te bouwen naar de plannen van Galeazzo Alessi (1512-1572).
Het probleem was dat de pelgrims altijd buiten moesten staan om de eucharistie te volgen. In de winter en bij regenweer was dat niet comfortabel. Daar kwam bij dat sinds het Concilie van Trente (1545-1563) de verering van heiligen werd gepromoot, in het bijzonder door paus Pius V. Met de bouw begon men in1569 en de kerk was voltooid in 1679.
Tekst: André Jansen
Note:
[1]Zie A. Jansen, ‘Brabants Umbria en Italiaans Umbria’, in F.L. 94 (2011) 76-85
Literatuur:
Alessandro Novelli – Lucilla Vignoli, Il borgo e la basilica di Santa Maria degli Angeli di Assisi. La Porziuncola e l’indulgenza del “perdono”, Edizioni Era Nova, Perugia, 2005.







