Godsdienttwisten in Oudenaarde

Laatst bijgewerkt op 05/09/2026 om 15:47

Met Luther, Calvijn, Zwingli, maar evengoed met Hendrik VIII, koning van Engeland, ontstaat er in de 16de eeuw in de Rooms-katholieke kerk een definitieve breuk. Zowel de kerk als de katholieke vorsten trachten die Reformatie ongedaan te maken met o.m. edicten (Worms, 1521), met plakkaten (zoals Karel V en Filips II uitvaardigden), via concilies (Trente, 1545-1563) en synodes, door middel van oorlogen, via de instelling van de Inquisitie, via verbanningen,... Niets kan het protestantisme echter tegenhouden.

 

De Zuidelijke Nederlanden

In de eerste helft van de 16de eeuw kennen de Zuidelijke Nederlanden opeenvolgende golven van 'protestantse' of hervormingsgezinde bewegingen. Via Antwerpen komt eerst het lutheranisme. Daarna dringt het calvinisme vanuit Frankrijk via Doornik het Scheldebekken binnen. Het bereikt o.a. Oudenaarde en Gent. Het vindt aanhang onder de werkende klasse die toen hoofdzakelijk in de tapijtweverij werkzaam is. Bekend en berucht zijn: Jacob Blommaert en Pieter Backereel, allebei tapijtwevers.

In 1555 doet keizer Karel V troonsafstand en wordt opgevolgd door zijn zoon Filips II. Deze wordt in de Zuidelijke Nederlanden vertegenwoordigd door hertog Alva. Vanaf 1566, het begin van de beeldenstorm, wordt het godsdienstconflict steeds heviger. Kerken en kloosters worden geplunderd en in brand gestoken. Alva stelt de Raad van Beroerten in en laat de graven Egmont en Hoorn terechtstellen. Veel protestanten vluchten naar het buitenland. De 'watergeuzen' veroveren Den Briel en in hetzelfde jaar verovert Jacob Blommaert Oudenaarde. De protestanten vermoorden in juni 1572 te Gorkum vijftien priesters, in Oudenaarde vier.

De stad Oudenaarde

In Oudenaarde breekt de Hervorming pas door na 1550. Aan de protestanten worden toegevingen gedaan. Zij krijgen hun 'tempel' op de hun toegewezen plaats (de Eindries). Zij nemen hiermee echter geen genoegen en storen zich niet aan de gemaakte afspraken met de overheid. De 'bosgeuzen' ondernemen strooptochten en plunderen kerken.
Ook de katholieken worden scherper. De inquisitie wordt georganiseerd door toedoen van Pieter Titelmans, deken van Ronse.. Er worden militaire versterkingen aangevoerd. De geuzentempel wordt afgebroken.

In september 1572 nemen Blommaert en de gereformeerden de stad Oudenaarde in. De kastelen van Bourgondië en van Pamele worden bezet. Een aantal priesters en edellieden worden gevangen gezet. Op 9 september 1572 moeten alle kerken en kapellen in Oudenaarde het ontgelden. Alles wordt geplunderd.

Het O.-L.-Vrouwehospitaal

Bij de inname van de stad worden de zusters door de gevreesde geuzen beroofd van het geld dat bestemd was voor de verzorging van de zieken en de armen. Zij slaan op de vlucht en vinden een onderdak in het Sionklooster te Kortrijk. In oktober 1572 zijn de zusters terug in Oudenaarde. Deze episode was nog maar de voorbode van veel ergere omstandigheden.

Vanaf 1577-1578 lopen de spanningen tussen de katholieken en gereformeerden hoog op. Door het voortdurende oorlogsgewoel vlucht de bevolking van het platteland naar de stad. Voor de zusters brengt dit een gevoelige daling van de pachtinkomsten mee. Tegelijkertijd neemt het aantal zieken en het aantal mensen die hun toevlucht zoeken tot het hospitaal toe. Ook de prijs van de tarwe gaat de hoogte in.

In 1578 worden de "biddende orden" uit de stad gewezen. De zusters in het hospitaal vrezen voor hen hetzelfde scenario. De overste, Margaretha Cabeliau, en een deel van de zusters wijken uit naar Doornik, waar zij logies vinden naast het O.-L.-Vrouwehospitaal. Enkele zusters blijven in Oudenaarde voor de verzorging van de zieken, tot 1580 wanneer de laatste zusters vertrekken. Op dat ogenblik stelt de stad Jacob Van Der Straeten aan als ontvanger en pestmeester van het hospitaal. Hij werft personeel aan voor de verzorging van de pestlijders die voortdurend in aantal groeiden. Deze ellendige toestand - aangroei van zieken, weinig of geen medicatie - duurt tot in de zomermaanden van 1582, wanneer Alexander Farnese Oudenaarde inneemt. Er wordt een katholiek stadsbestuur geïnstalleerd. De religieuzen van de verschillende orden keren terug naar de stad.