Een geest van vernieuwing : na 1967
Het Tweede Vaticaanse concilie (1962-1965) brengt ook in het leven van de religieuzen verandering en vernieuwing. Naast een grotere openheid op de wereld, worden zij vooral uitgenodigd om op zoek te gaan naar een nieuw ‘zelfverstaan’ en een nieuwe levensstijl. Het religieuze leven zowel ‘bij de tijd’ als ‘bij de bron’ brengen : deze opdracht nemen ook de zusters Bernardinnen ter harte.
Congregaties worden uitgenodigd om met een zekere regelmaat een algemeen kapittel te houden, waarin zowel het concrete leven van de zusters als de apostolaatswerken en de nieuwe uitdagingen ter sprake komen. In 1968 wordt in de congregatie een eerste ‘verdiepingskapittel’ gehouden, waarbij de zusters zoveel mogelijk betrokken worden. Herbronning en vernieuwing worden de twee pijlers waarrond gesproken en gewerkt wordt. Dit mondt uit in een ontwerp van Constituties en Directorium ter vervanging van de regel van 1930. In de daaropvolgende jaren wordt er gewerkt aan de concrete beleving ervan met nadruk op bezinning en vorming, het zoeken naar evenwicht tussen de gemeenschap, de apostolische inzet en het engagement tot innerlijkheid en gebed vanuit het Evangelie.
De geest van vernieuwing wordt onder meer zichtbaar in:
- de vernieuwingen in de vorming van de jonge zusters.
- het zoeken naar de eigenheid van de zusters bernardinnen.
- een nieuwe vorm van apostolische aanwezigheid, zowel in Vlaanderen als in Afrika .
De vernieuwing waartoe Vat. II de religieuze gemeenschappen had opgeroepen, heeft in de daaropvolgende jaren dus geleid tot talrijke aanpassingen, zowel wat de concrete levensstijl betreft als wat de spirituele beleving van de religieuze roeping betreft. De wijzigingen binnen Kerk en samenleving hebben hier zeker hun invloed gehad.