De roep van Afrika

Laatst bijgewerkt op 11/09/2026 om 10:14

Van 28 juli tot 4 augustus 1929 zet 'het Kloosterke' van de zusters Bernardinnen te Oudenaarde zijn poorten wijd open voor een missietentoonstelling, georganiseerd door de Witte Zusters van Afrika. Dit kaderde binnen een groeiende missionaire bewogenheid binnen de kerk en onder de religieuzen. Tal van stichtingen werden gedaan in het toenmalige Belgisch Congo en in het mandaatgebied Rwanda-Burundi.

Enkele weken later zetten deken Geysels van Oudenaarde en priorin Quintin de eerste stappen om een missiepost te beginnen in Rwanda. Zij nemen contact met Mgr. Classe, Witte Pater en apostolisch vicaris voor Rwanda, en krijgen begin 1931 van de verschillende kerkelijke en burgerlijke instanties de toelating om een eerste missiepost in Kansi - Rwanda te beginnen. De zusters zouden zich toeleggen op onderwijs en verzorging van zieken.

Jozef Verheylesonne en Hector Gezels, twee vakmannen uit het Oudenaardse, worden voorop gestuurd om onder de leiding van de Witte Paters in Kansi een huis en een school te bouwen.

Op 22 september 1932 vertrekken de eerste vijf Bernardinnen missionarissen: zr. Maria en zr. Julienne, twee onderwijzeressen; zr. Amelberga en zr. Michelle, twee verpleegsters en zr. Regina, met een huishoudelijke vorming. Na een afscheidsplechtigheid op de binnenkoer van het hospitaal te Oudenaarde in aanwezigheid van de bisschop van Gent vertrekken zij naar Marseille om daar op 28 september de boot te nemen die hen naar het onbekende Afrika zou brengen. Zij vertrekken om 'nooit meer terug te keren'.

Lees hieronder verder

Van bij hun aankomst in Kansi beginnen de zusters-verpleegsters met een 'voorlopig' dispensarium. Elke dag verzorgen zij 400 à 500 zieken. Half juni start zr. Julienne reeds met de lagere school, met in totaal ongeveer 600 leerlingen. Zo verrichten zij pionierswerk en zijn zij voor de bevolking van Kansi een toevlucht en een steun op velerlei gebied.

Op 18 oktober 1936 vertrekt een tweede groep zusters vanuit Antwerpen naar Rwanda: zr. Alberta, zr. Clotilde, zr. Josepha en zr. Imelda. Zij beginnen een tweede communiteit in Rwamagana - Rwanda. Nadien volgen de andere gemeenschappen en worden de ziekenzorg en het onderwijs verder uitgebouwd.

De 2de W.O. brengt ook in Rwanda alle plannen tot stilstand. In januari 1944 wordt in Kigali gestart met de bouw van een klooster, vlak naast het hospitaal. De zusters gaan er werken, maar beginnen er eveneens een ‘bewaarschool’ voor Europese kinderen. Dit alles vraagt om een sterke aanwezigheid van Vlaamse zusters. In 1957, na 25 jaar aanwezigheid in Rwanda, zijn ze met 32, verdeeld over vier missieposten. Hun engagement in de jonge Rwandese kerk en hun sociale inzet ten bate van de bevolking, doen de vraag rijzen naar de mogelijkheid van een eigen noviciaat in Rwanda. Hiermee zouden jonge Rwandese meisjes de mogelijkheid krijgen om in te treden in de congregatie. Om gestalte te geven aan de gelijkwaardigheid van Vlaamse en mogelijks Rwandese zusters wordt in 1957 in Kigali gestart met een interraciaal noviciaat met 7 postulanten : 2 Vlaamse en 5 Rwandese. Zij spreken hun eerste geloften uit in 1959. Van dan af kan de aangroei met Afrikaanse zusters definitief starten.