Rozenkrans: actueel of ouderwets?
Drie keer vijftig keer hetzelfde gebed opzeggen… Waarom zou je dat vandaag nog doen? Sommigen vinden het bidden van de rozenkrans hopeloos voorbijgestreefd. "Snel wat woorden aframmelen, is dat wel echt bidden? Wij zoeken liever iets persoonlijkers en diepers" hoor je vaak.
Dat we zoeken naar verdieping in ons gebed, is heel begrijpelijk. Maar eerlijk is eerlijk: hoe vaak staan we niet met de mond vol tanden? Zoals de apostel Paulus al schreef: "Wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden" (Rom. 8,26). Regelmatig voelen we ons stil en leeg voor God.
Op zulke momenten kan eenvoudigweg zwijgen en zeggen: "Heer, ik weet niks te zeggen", een heel puur gebed zijn. Maar het kan er ook voor zorgen dat we de moed verliezen om vol te houden. Vaste formules uit onze rijke gebedstraditie bieden dan houvast.
Een eeuwenoude traditie
Al eeuwenlang bidden monniken en religieuzen dagelijks de 150 psalmen. De rozenkrans ontstond ooit als een 'volks' alternatief voor wie niet kon lezen: 150 psalmverzen werden 150 Weesgegroeten, met een gebedssnoer om de tel bij te houden. Meestal bidden we hier een derde van (vijftig gebeden per keer).
Dit herhalend bidden is niet uniek voor de rozenkrans; denk maar aan het oosterse Jezusgebed of meditatiemantra’s. Door dezelfde woorden te herhalen, ontstaat er juist rust en ruimte in je hoofd om je te verdiepen. Het idee dat het 'aframmelen' is, doet deze gebedsvorm onrecht aan.
In de 16e eeuw kreeg de rozenkrans zijn huidige vorm. Bij elk tientje staan we stil bij een passage uit het evangelie (de geheimen of mysteries) en betrekken we dit op ons eigen leven, gecombineerd met onze persoonlijke zorgen en intenties.
Geen omweg, maar samen bidden
Het is een misverstand dat de rozenkrans enkel gericht is op Maria en een omweg vormt naar God. In essentie bidden we tot God de Vader, terwijl we Maria vragen om samen met ons te bidden. Het is een tastbare manier om de verbondenheid met de heiligen te beleven.
Bart De Wael, diaken