Overslaan en naar de inhoud gaan
Home
  • Abonneer nu
  • Zoeken
  • Help
  • Digitale krant
  • Inloggen
Menu
Sluiten

Hulp nodig? Bel de klantendienst op het nummer
03 210 08 30 (ma-vr: 9-12u, 13-16u) of mail ons

  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
  • Zoeken
  • Ontdek Otheo
  • Otheo voor Kerk en Leven abonnees
  • Wegwijsinfo Kerk in Vlaanderen
  • Vacatures
  • Abonneer nu
  • Bestel proefpakket
  • Ontvang nieuwsbrief
Nieuwsoverzicht
Columns
Paus Leo XIV
Kerk in Vlaanderen
Otheo Radio
Otheo Magazine
previous
next

Van bekeerling tot expert … en weer terug? Christophe Vekeman blikt terug in nieuwe roman

‘Het gebeurt, het gebeurt elke dag’ neemt de lezer mee op een uitdagende geloofstocht en houdt katholiek Vlaanderen een spiegel voor.

Lieve Wouters

Tot God kon je gerust Vekemans coming-out als katholiek noemen. Als nieuwkomer of herintreder in het geloof gooide hij zichzelf vrijwillig voor de leeuwen in parochies en tv-studio’s. Bijna wekelijks gaf hij ergens te lande een lezing en verdedigde met veel vuur het christelijk geloof. Wat dat allemaal met hem deed, levert boeiende lectuur op in zijn nieuwste boek Het gebeurt, het gebeurt elke dag(Arbeiderspers, 2026). Intussen is het genieten van de typisch vekemaniaanse plechtstatigheid en pose, op zijn tijd onderuit gehaald door milde zelfspot.

Christophe Vekeman en de cover van 'Het gebeurt, het gebeurt elke dag'
© RR

Hoe vaak zou je na Tot God gaan spreken zijn over het christelijk geloof?

70 tot 80 keer in georganiseerd verband, schat ik. Tel daarbij nog de vele gesprekken in kleine kring. Hoe vaker je discussieert, hoe meer stelligheid er in je argumenten kan sluipen. Dat zul je voelen in het boek en misschien zal de lezer zich daaraan storen, maar ik heb geprobeerd zo eerlijk mogelijk mijn ervaringen en gedachten weer te geven. Er school een gevaar in de rol waarin ik me begon te nestelen. Toch ben ik heel blij dat het zo gelopen is en dat ik uiteindelijk een ruimdenkendheid gevonden heb om bepaalde antwoorden die ik voortdurend gaf, toch weer in vraag te gaan stellen.

Het eerste deel van je boek lijkt wel apologetiek, waarbij je het publiek tracht te overtuigen van het geloof op basis van rationele argumenten. Hoe beviel die rol jou?

Heel goed, eigenlijk. Het was ook juist op basis van dergelijke apologetiek, bij C.S. Lewis bijvoorbeeld, dat ik zelf in de richting van het geloof ben geëvolueerd. Maar ik zie nu wel de beperktheid ervan, want op een bepaald moment ga je onwillekeurig het bestaan van God proberen te bewijzen door Hem kleiner te maken. Je reikt naar een soort van God die in je binnenzak past. Het is allemaal goed bedoeld, maar het leidt naar een soort van afgrond.

Op dat moment in het boek zit je in café De zevende hemel en herken ik als lezer pas de schrijver Christophe Vekeman. Hier wordt het boek een roman.

Inderdaad. Ik noem het boek een roman, omdat je duidelijk te maken hebt met een personage dat een evolutie doormaakt. Maar het is een non-fictie roman, want ik ben zo eerlijk mogelijk geweest. Zelfs als ik fantaseer – daar in het café bijvoorbeeld over de barvrouw – geef ik mijn ware gedachten van dat moment weer. Zei Jezus niet: ‘Wie naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hoofd al overspel gepleegd’ (Matteus 5,28)? Fictie kan evenzeer deel uitmaken van de werkelijkheid.

De confrontatie met de afgrond verandert alles. Wat zag je?

Lees ook

Halleluja, de schrijver is verrezen - Christophe Vekeman stelt ‘Tot God’ voor

Portret Christophe Vekeman
Lees het volledige artikel

Geen leegte, maar wel de diepte van het mysterie. Dat was voor mij een heel bevrijdend moment. Ik ben altijd het type geweest dat dingen in twijfel trekt en mensen in vraag stelt. En ik merkte dat veel van mijn medegelovigen niet stellig durfden te geloven in de verrijzenis of in Jezus als verpersoonlijking van God. Ik confronteerde de mensen daar graag mee. ‘Ze doen alles af als een mysterie’, vond ik. Maar eigenlijk moest mijn eigen blik nog verruimen.

Katholiek Vlaanderen is niet erg gewoon om over het geloof na te denken en het te verwoorden.

Klopt, en ik ben blij dat ik op die manier misschien iets mag betekenen. Er zijn alweer wat lezingen gepland.

Welke indruk hebben we als Kerkgemeenschap verder op jou gemaakt?

Heel warm. De buitenwereld heeft de neiging om katholieken te bekijken als enigszins schijnheilig. Het zijn mensen die zich beter voordoen dan ze zijn, weet je wel, ze gaan anderen de les spellen, maar kunnen zelf niet binnen de lijnen blijven van het fatsoen. Maar dat staat volledig haaks op mijn ervaring. Ik blijf mij verwonderen over de uiteenlopende belevingen onder katholieken. Maar wat ze allemaal wel met elkaar gemeen hebben, is de bereidheid om toch dieper te graven in bepaalde vragen die ik opwerp. ‘Wat fijn dat je dit aankaart’, mocht ik vaak horen.

Veel van mijn medegelovigen durven niet stellig te geloven in de verrijzenis. Dat vond ik frappant.

Christophe Vekeman

Schrijver

Het wonder van Oostakker speelt een cruciale rol in het verhaal. Waarom?

Het wonder van Pieter de Rudder die in 1875 aan de grot meemaakt dat zijn verbrijzelde been vanzelf heelt, is op zichzelf een kleiner wonder dan de verrijzenis. Tegelijk stelde ik vast dat het veel lastiger te geloven was, want als dat soort wonderen inderdaad voorkomen en je begint daarop te rekenen, dreig je snel af te glijden naar een vorm van bijgeloof. Als ik nu vijf keer bid of tien keer bid…

En waarom vindt mijn vriend George aan de grot ook genezing voor zijn knie, terwijl hij niet eens gelovig is en het na dat mirakel zelfs ook niet wordt! Dat zijn van die waaromvragen die gesteld moeten worden in de wetenschap dat je daar bij leven het antwoord niet op gaat vinden.

Op een bepaald moment vind je daar dan weer rust in. En daarin speelt je vrouw Mieke geen onbelangrijke rol.

Ze hielp me op een bepaald moment om mijn mystieke ervaring in het kerkje van C.S. Lewis in Oxford (beschreven in Tot God) goed te begrijpen. Door het vele voorlezen van die passage begon ik te denken: heb ik dat nu eigenlijk niet uitvergroot en opgeklopt tot het zelfs een soort van leugen werd? Maar als ik denk aan mijn eerste ontmoeting met Mieke; dat was liefde op het eerste gezicht. Na 25 gelukkige jaren is dat een mythisch moment geworden. Hebben we dat opgeklopt? Het is juist door het verstrijken van de tijd en het bestendigd worden van de liefde, dat ook dat ogenblik gegroeid is.

Lees ook

7 Bijbelse vragen aan Mieke De Ley: ‘De wereld – pakweg Gent – wordt alsmaar lelijker’

Mieke De Ley poseert aan een hek, één knie gebogen
Lees het volledige artikel

En juist doordat er zoveel aan die ervaring in Oxford is ontsproten – niet alleen het boek, maar ook mijn hele geloofsweg sindsdien – is het terecht om dat moment alsmaar groter te laten worden. Ik hoop dat het over tien jaar nog veel groter is dan het nu al is.

Zo is het overigens ook met het wonder van de verrijzenis. De atheïsten Dawkins en Hitchens vonden de verrijzenis maar zielig en klein: It's so petty, it's so small, it's so unworthy of the universe. Als God zich zou willen bewijzen of openbaren, waarom doet Hij het dan niet op een meer overtuigende en doorslaggevende wijze? Het is een wondertje van niets eigenlijk, zeggen ze, voor iemand van wie je gelooft dat Hij het heelal geschapen heeft. En toen begon ik te beseffen dat misschien dus niet die verrijzenis een te kleine gebeurtenis was, maar wel mijn kijk op die verrijzenis en dat ik ze moest leren zien als iets wat inderdaad blijft groeien en blijft gebeuren.

En zo kom je bij de titel van het boek. De verrijzenis blijft gebeuren. Aan gewone mensen, elke dag.

Inderdaad, dat was wat ik meemaakte in dat kerkje in Oxford. Ik ben zo blij dat ik dat moment in een brief aan mijn goede vriend Peter Terrin heb proberen te beschrijven.

Door zo vaak over mijn mystieke ervaring in dat kerkje in Oxford te vertellen, begon ik te denken dat ik ze had uitvergroot. Was het wel echt God geweest?

© Jonathan Ramael

Ja, want zo kun je er ook naar teruggrijpen, het laten groeien, in plaats van het te vergeten, wat ook vaak gebeurt.

Ik denk dat we allemaal te veel dingen als normaal en vanzelfsprekend beschouwen. Tot je dan eens echt goed begint te kijken naar nog maar een ordinaire bromvlieg en daar het wonder van ontwaart. Voor dit soort van elementaire dankbare verwondering ben ik nooit ongevoelig geweest. Veel mensen die niet geloven, weigeren eigenlijk te geloven. ‘Ik wil niet geloven in een God die het lijden toestaat. Ik wil niet geloven in een God die in het Oude Testament Abraham opdraagt om Isaak te offeren.’ Alsof het lijden zonder God of godsdienst niet zou bestaan.

Zo’n gebeurtenis ernstig nemen, houdt natuurlijk ook in dat je een stuk controle lost. Want nederigheid is dan een redelijk gepaste houding om in de wereld te staan. Je beseft dat er dingen zijn die groter en hoger zijn dan jezelf. En daar staan toch wel wat mensen weigerachtig tegenover.

Toen je aan Tot God bezig was, vertelde je in de media dat je nooit meer fictie zou schrijven. Blijf je daarbij?

Onze wereld dreigt aan fake news en iedereen-zijn-eigen-waarheid ten onder te gaan. Hoeveel zin heeft het dan om daar nog een verzonnen verhaal aan toe te voegen? Het is zoiets als een fles water aan de mond zetten van iemand die verdrinkt. Maar een andere vaststelling, die daar wat tegenin gaat, is dat fictie misschien niet echt bestaat. Zoals ik daarnet al zei, onze verbeelding maakt deel uit van onze werkelijkheid.

Misschien is dat nu juist de kracht van literatuur en met name van fictie: dat je bepaalde waarheden onder woorden kan brengen die eigenlijk het daglicht zouden moeten ontvluchten. Dus die moed probeer ik nu zelf in deze non-fictionroman op te brengen. Soms sta ik in dit boek als het ware met de broek op de enkels, want er is niets minder interessant dan een autobiografisch schrijvende auteur die zichzelf heiliger voordoet dan hij is.

Niets is minder interessant dan een autobiografisch schrijvende auteur die zichzelf heiliger voordoet dan hij is.

Jouw favoriete christelijke auteur C.S. Lewis schreef na veel apologetische werken het kinderboek Narnia. En ook jij komt uit bij de onbevangenheid van een kind. Het gedicht Clown lijkt daar een voorbode van, niet?

Zo had ik het zelf nog niet gezien, maar ik kan het er helemaal mee eens zijn. Het boek zit nog beter in elkaar dan ik dacht! (lacht) Het klopt ook dat er een veel grotere gevoeligheid in het boek sluipt naarmate het vordert. De toon wordt nederiger. Aan heel veel gedachten en misschien ook gevoelens in het boek houd ik nog altijd vast, maar er staan ook zeker uitspraken in waar ik nu afstand van neem.

Ben je al met een volgend boek bezig?

Nee, maar ik zit wel al te denken dat Tot God en Het gebeurt, het gebeurt elke dag deel zouden kunnen uitmaken van een trilogie. En daarin zullen misschien fictie en fantasy een rol spelen, net zoals in Narnia, al is de benaming ‘moderne mythe’ als genre misschien beter op zijn plaats.

Het verhaal van de zondeval in Genesis is tenslotte ook een mythe. Maar wel één die perfect aansluit bij mijn wereld- en mensbeeld en die antwoord geeft op de vraag naar het lijden. Waarom leven wij niet in het paradijs? Omdat we eruit verdreven zijn. Of omdat we onszelf eruit hebben verbannen. En als je het hebt over ‘het gebeurt elke dag’; misschien zijn we nog altijd bezig om onszelf eruit te verbannen. Want naarmate onze capaciteit als mensheid groeit om van deze wereld een betere plek te maken, maken we er juist een slechtere plek van. Dat is ongelooflijk opvallend en frustrerend.

Maar gelukkig – en eigenlijk kan dat niet genoeg worden benadrukt – gaat het christendom op zijn minst ten dele over een andere werkelijkheid. Een werkelijkheid waar onze werkelijkheid deel van uitmaakt. Dat is voor mij alvast heel hoopgevend.

Lees de Otheo-columns van Christophe Vekeman

Welke nieuwsbrieven wil je ontvangen? *
Bij inschrijving op de nieuwsbrief ga je automatisch akkoord met onze gebruiksvoorwaarden.

Delen

E-mail
Facebook
X
Print
Laatste aanpassing op 15/09/2026 om 15:45

Lees meer

Eigen kijk

Grafpraat - Kolet Janssen [Kolet op zondag]

‘Wat moet ik vertellen?’, zucht Kolet als ze het graf van haar ouders bezoekt. Lees haar zondagse blog.

Boek van de week: ‘Magnifica humanitas’, Leo XIV

Wat betekent het om mens te zijn in een tijd van machines? In zijn eerste encycliek stelt paus Leo XIV zich die cruciale vraag.

Home
Algemeen
  • Inloggen
  • Digitale krant
  • Ontdek Otheo
  • Kerk & Leven abonnees
  • Wegwijs Kerk in Vlaanderen
  • Deelsite op Otheo
  • Vacatures
Klantendienst
  • Abonnementen
  • Proefpakket
  • Nieuwsbrief
  • Verhuis melden
  • Krant niet ontvangen
  • Help
  • Contact
Sociale kanalen
  • Facebook
  • Instagram
  • Twitter
  • YouTube
Liturgische hoogtepunten
  • Advent en Kerstmis
  • Pasen
  • Pinksteren
  • Hemelvaart
  • Allerheiligen en Allerzielen
Bisdommen
  • Bisschoppenconferentie
  • Aartsbisdom Mechelen-Brussel
  • Bisdom Antwerpen
  • Bisdom Brugge
  • Bisdom Gent
  • Bisdom Hasselt
  • Vicariaat Brussel
  • Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
© Otheo 2026
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Abonnementsvoorwaarden
  • Vacatures

Nieuw bij Otheo? Ontdek hier wie we zijn en wat we voor je kunnen doen.

CIM