Franciscus ~ Jürgen Mettepenningen [boek]
In het hoofdstuk Dialoog onderzoekt Jürgen Mettepenningen hoe paus Franciscus omgaat met andersdenkenden. In het onderdeel 'Een nieuw Europees humanisme' lezen we welke remedie de paus heeft voor de Europese Unie, die worstelt met haar eigen identiteit en project. Daarvoor baseert de auteur zich op vier toespraken van de paus:
- 2 toespraken op 25 november 2014 voor de Raad van Europa en voor het Europees Parlement in Straatsburg
- toespraak in het Vaticaan bij ontvangst van de prestigieuze Karel de Grote Prijs op 6 mei 2016
- redevoering op 24 maart 2017 gericht tot de Europese staatshoofden en regeringsleiders aan de vooravond van de zestigste verjaardag van het Verdrag van Rome.
'Een nieuw Europees humanisme'
Wie op de een of andere manier een verantwoordelijkheid draagt binnen de samenleving – met politici op kop omdat ze vanuit hun positie een verantwoordelijkheid dragen voor de hele samenleving – mag op veel waardering rekenen van Franciscus voor het engagement dat men op zich neemt.
Een samenleving heeft trekkers nodig, leiders die hun verantwoordelijkheid nemen.
Tegelijk ziet Franciscus dat politieke leiders die kracht op de proef stellen door hun verantwoordelijkheid niet of onvoldoende te nemen. Dat kan liggen aan een te grote focus op eigenbelang of economische strategieën. Liever dan een dergelijke manier van politiek bedrijven op de vingers te tikken roept Franciscus alle politieke leiders op de hoop van mensen en samenlevingen te voeden.
Herinnering en update
[...] In het licht van de actualiteit ziet Franciscus de noodzaak om te verwijzen naar wat Holocaustoverlevende Elie Wiesel de ‘transfusie van het geheugen’ noemt. We moeten blijvend herinneren, zegt hij, wat de geschiedenis ons te leren heeft, willen we aan de toekomst kunnen bouwen.
Die toekomst heeft alvast behoefte aan een ‘update’ van datgene waar Europa voor staat. Want Europa straalt volgens hem momenteel weinig idealisme en levendigheid uit.
Het moet zichzelf opnieuw uitvinden, wat hij normaal vindt voor een zestigjarige. Los van die leeftijd vindt hij dat Europa vandaag de dag niet overkomt als een levenslustige moeder, maar veeleer als een oude grootmoeder die niet meer in staat lijkt om creatief en innovatief te zijn. Europa is volgens hem te veel bezig met zich te beschermen of af te schermen, in plaats van processen van verbinding en inclusie te genereren. [...]
Voorstel voor een nieuw humanisme
[Het voorgaande] brengt Franciscus tot een hard oordeel: terwijl het algemeen belang en de solidariteit tot stand moeten worden gebracht, stelt hij eerder vast dat een globalisering van de onverschilligheid gegenereerd wordt. Dat fnuikt de hoop.
Hoe de hoop herstellen? Alvorens concreet te worden leidt Franciscus onze aandacht naar de twee figuren die centraal staan in De school van Athene, het beroemde fresco van Rafaël: links staat Plato, die met zijn vinger naar boven wijst, naar de hemel – rechts van hem Aristoteles, die naar voren wijst, naar degene die het fresco bekijkt.
Voor Franciscus hangt de toekomst van Europa af van de mate waarin de levendige band tussen beide dimensies hersteld wordt.
Immers, een Europa dat enkel horizontaal denkt, heeft zijn ziel verloren. Tot die ziel behoort het christendom, waarvan Franciscus beklemtoont dat dit geen relict is van vervlogen tijden. De christelijke traditie kan en wil ook vandaag en morgen Europa verrijken. Bovendien, zo vervolgt Franciscus, zou een Europa dat zijn religieuze wortels meer zou waarderen sterker staan in de strijd tegen vormen van extremisme. Daarmee raakt zijn betoog een gevoelige snaar, die meteen de relevantie van zijn pleidooi duidelijk maakt. Maar hoe hervind je die hoop dan?
Franciscus geeft vijf concrete wegen aan waarmee Europa nieuwe hoop kan vinden of opnieuw de kracht van de hoop in zich kan dragen. Ten eerste noemt hij opnieuw de centrale plaats van de menselijke persoon: wanneer de concrete mens in het centrum komt te staan van de aandacht, ook van de Europese instituties, dan wordt de weg van hoop bewandeld.
De tweede weg van hoop voor Europa ligt in solidariteit, die door Franciscus tegenover het eigenbelang van het populisme wordt geplaatst.
Ten derde hervindt Europa volgens hem de hoop door zich niet af te sluiten van de wereld op grond van een verkeerd begrepen ‘veiligheidsdenken’, maar zich open te stellen voor de wereld. Europa bestaat uit een mengeling van culturen en is van nature en van oudsher multicultureel – waarom ons dan nu afsluiten van andere culturen?
Franciscus refereert aan het enorme patrimonium aan idealen en waarden van Europa, dat het verdient om met meer lef en passie uitgedragen en gedeeld te worden.
Volgens hem is dat het beste antidotum tegen het ‘waardenvacuüm’ van onze tijd.
Als vierde weg naar hoop stipt Franciscus de noodzaak aan om te investeren in ontwikkeling (onderwijs, werk, gezond heid) als gebaar van vrede en weg naar vrede. Tot slot kan Europa de weg naar hoop terugvinden wanneer het open staat voor de toekomst. Daarom spoort Franciscus in het bijzonder aan tot aandacht voor familie en jongeren.
Droom van Franciscus
Het oude continent staat er niet alleen voor, want Franciscus zegt alle steun van de kerk toe. Hij verwijst daarvoor naar de band die de kerk en Europa al meer dan 2000 jaar hebben en die al zoveel positieve vruch ten heeft afgeworpen. Samen wil Franciscus bouwen aan ‘een nieuw Europees humanisme’, dat hij samenvatte aan het slot van zijn toespraak bij de uitreiking van de Karel de Grote Prijs:
Ik droom van een jong Europa, dat nog altijd in staat is moeder te zijn: een moeder die leven draagt, omdat zij het leven respecteert en het leven hoop biedt.
Ik droom van een Europa dat zorgt voor het kind, dat broederlijke hulp biedt aan de arme en degene die hier zijn toevlucht zoekt omdat hij niets meer heeft en een schuilplaats zoekt.
Ik droom van een Europa dat luistert naar de zieken en ouderen, hen waardeert, opdat ze niet worden afgedankt als onproductief afval.
Ik droom van een Europa waar migrantzijn geen misdaad is, maar een aanzet tot meer betrokkenheid, omwille van de waardigheid van iedere mens.
Ik droom van een Europa waarin jonge mensen de zuivere lucht van eerlijkheid kunnen inademen, waarin ze genieten van de schoonheid van de cultuur en van een eenvoudig leven, onbezoedeld door de eindeloze behoeften van het consumentisme; waar trouwen en kinderen een verantwoordelijkheid en een grote vreugde zijn en geen probleem vormen omdat de nodige werkgelegenheid ontbreekt.
Ik droom van een Europa van de gezinnen, waarin werkelijk effectief beleid eerder wordt toegespitst op gezichten dan op aantallen, eerder op de geboortes van kinderen dan op het vergaren van goederen.
k droom van een Europa waarin de individuele rechten worden bevorderd en beschermd, zonder daarbij de plichten ten aanzien van ons allemaal uit het oog te verliezen.
Ik droom van een Europa waarvan niet kan worden gezegd dat zijn inzet voor de mensenrechten zijn ultieme utopie was.
Jürgen Mettepenningen, Franciscus. Zien, oordelen en handelen in een wereld die op hol slaat, Polis, Leuven, 2019, 206 blz., 20 euro. De auteur signeert zijn boek op zaterdag 9 november van 11 tot 13 uur op de Boekenbeurs in Antwerpen.