Blijf in uw cel - tips van kluizenaar Benoît Standaert (3)
Leven in afzondering confronteert ons met de tijd. Die werkt bevreemdend: alles ligt open, onbegrensd, als een ‘zee van tijd’! Terwijl we ons moeten opsluiten in een zeer beperkte leefruimte, ontdekken we plots een ongewone verruiming, in de tijd! Hoe dat aankunnen?
Goed omgaan met de tijd is een van de meest wezenlijke opdrachten van elk geestelijk leven.
Alles op zijn tijd
De tijd kan ons opvreten. Denk aan de Griekse god Kronos (‘Tijd’) die zijn kinderen opeet! Anderzijds heb je de Griekse godinnen van de tijd, de Parken. Die spinnen de tijd als een draad die ze dan zeer willekeurig plots doorknippen. Tijd is puur Toeval. Er is nog de tijd als kairos. Het goede moment, de gunstige tijd, het juiste seizoen. ‘Alles wat hij onderneemt, geschiedt op zijn tijd’! Zo zegt Psalm 1 het van de gelukkige mens die dag en nacht verwijlt in Gods Woord.
‘Vruchten brengen op zijn tijd, volgens het gepaste seizoen!’
Geen sneeuwklokjes in mei en geen appels te plukken tenzij in de herfst. Alles op zijn tijd. In de Psalmen komt de tijd vaak ter sprake: onze tijd en Gods tijd (zie Psalm 90 of 102). Gods tijd valt samen met de eeuwigheid, maar God is steeds Nu, nooit elders, in een ver verleden of een ongeziene toekomst. Biddend komen we binnen in die ruimte waar God tegenwoordig is, ten volle, hier en nu.
Leven in het nu
Er is dus een wijsheid te ontdekken om die bevreemdende tijd aan te kunnen. Neem dus de tijd – je krijgt er nu volop de kans voor – om te ontdekken hoe je het best met die ‘zee van tijd’ omgaat. De kluizenaar van beroep is daarin toch wel bijzonder: hij negeert de tijd. Tijd is voor hem geen probleem meer. Hij heeft geen uur want de hele tijd blijft open, elk ogenblik! Hij leeft in het nu. Hij volgt geen uurrooster als een kapstok buiten hem.
Hij volgt zijn hart.
Dat is het grote verschil met de gemeenschapsmonniken: die hebben een klok, die volgen een behoorlijk strikt schema en de veronderstelling is wel dat allen op hetzelfde moment ongeveer hetzelfde doen. Dat is best praktisch, ook voor de kok: iedereen eet samen op hetzelfde uur. Tegen dat uur moet de kok met alles klaar zijn, en er is rust in huis!
De kluizenaar pakt het anders aan. Hij heeft geen verplichtingen, zeiden we eerder, tenzij: voortdurend bidden, dag en nacht! Zijn dag begint eigenlijk ’s avonds. Hij bidt psalmen in reeksen van drie, en gaat dan slapen. In de nacht kan hij wakker worden en herneemt zijn psalmboek en waakt een tijdje. Slaapt dan weer in en in de vroege morgen begint hij met enkele psalmen opnieuw. Daarop volgt een tijd van lectio: aandachtig zich verdiepen in de Bijbel, Gods woord, de lezingen van de dag. Hij doet dat tot hij verzadigd is, de ene dag is dat na drie kwartier, de andere na anderhalf uur. Dan verandert hij van activiteit en elke nieuwe activiteit (handenarbeid, schoonmaak, wandelen, schrijven) heeft zijn punt van verzadiging. En dan komt het erop aan een nieuwe activiteit te kiezen die hem toelaat in Gods aanwezigheid te blijven, 24 uur op 24! Na elk moment van verzadiging volgt dus een afwisseling. Niet volgens een uurrooster, wel volgens de beleving in het nu.
De kluizenaar kent de tijd nog amper want hij leeft in het nu.
Dit is uiteraard een leerproces. Maar nu krijgen we de tijd om dingen te ontdekken! We leren onszelf kennen, wat voor ons in de morgen prima werkt, wat passend is na het middagmaal en hoe de avond en de nacht nog steeds dicht bij de levende bron van het NU-moment te verwijlen. Dan blijft alles aanhoudend nieuw, hier en nu, stevig en vrij. Dat wens ik jullie!
Vrede! Broeder Benoît